zaterdag 18 november 2017

Morrissey - Low In High School

Het gerenommeerde Britse muziektijdschrift Uncut deelde vorige maand een zeer zeldzame of zelfs ongekende 5 uit aan Low In High School, de nieuwe plaat van Morrissey.

“Sham 69 meets David Icke! The work of an artist in blinkered decline” was de conclusie van Uncut, waarop vreemd genoeg een recensie volgde die deed vermoeden dat de nieuwe plaat van de voormalige held van de muziekcritici helemaal niet zo slecht is. 

Het al even gerenommeerde Mojo was ook al niet scheutig met waardering en kopte met “B+ for music, but a C- for attitude”. 

De negatieve waardering van de nieuwe plaat van Steven Patrick Morrissey zal voor een belangrijk deel samenhangen met een aantal opmerkelijke en in een aantal gevallen zeer dubieuze uitspraken die de Brit het afgelopen jaar deed. Morrissey lijkt wat opgeschoven naar de rechterkant van het Britse politieke spectrum en dat komt hier en daar hard aan. 

Persoonlijk was ik het lang niet altijd eens met de uitspraken die Morrissey aan de linkerkant van het politieke spectrum deed en dat geldt in nog veel sterkere mate voor een aantal dubieuze uitspraken die hij het afgelopen jaar deed. Is het voor mij reden om ook de muzikant Morrissey af te serveren? Nee! 

Ik was drie jaar geleden niet zo heel positief over World Peace Is None Of Your Business, maar de inmiddels van de aardbodem verdwenen plaat bleek wel een groeiplaat. Ik was daarom heel nieuwsgierig naar Low In High School en die nieuwsgierigheid is beloond. Ik heb de nieuwe plaat ruim een week in huis en schaar het nieuwe werk van Morrissey inmiddels onder zijn betere platen. Misschien nog niet zo goed als Viva Hate, Your Arsenal, Vauxhall And I of You Are The Quarry, maar ook niet veel minder en wat mij betreft beter dan de rest. 

In de openingstrack pakt de Brit direct uit met een verassend stevig aangezet en vol geluid, waarin naast gitaren ook nog blazers opduiken. Het klinkt in muzikaal opzicht net wat anders dan we van Morrissey gewend zijn, maar natuurlijk is er de uit duizenden herkenbare stem. Het is een stem die het afgelopen decennium wat aan slijtage onderhevig leek, maar op Low In High School zingt Morrissey echt geweldig.

Low In High School bevat meer tracks met een vol geluid vol invloeden uit de glamrock en scheurende gitaren (van de briljante metgezel Boz Boorer), maar naast de al genoemde blazers spelen ook elektronica en strijkers een belangrijke rol op de nieuwe plaat van Morrissey en is er ook ruimte voor meer ingetogen momenten. 

Low In High School is een persoonlijke plaat die ook dit keer de politieke thema’s niet schuwt, maar Morrissey neemt je ook mee terug naar de schooldagen die hij als de hel op aarde heeft ervaren. De politieke standpunten van de Brit moeten we momenteel misschien met een flinke korrel zout nemen, maar zijn humor is Morrissey nog niet kwijt, waardoor ook Low In High School weer goed is voor menige glimlach.

Morrissey maakte het afgelopen decennium een aantal platen die ik als wat minder toegankelijk heb ervaren, maar op Low In High School domineren de melodieuze popsongs die zich heel makkelijk opdringen, wat mede de verdienste is van de fantastische productie van Joe Chiccarelli, die ook op de vorige plaat al mooi werk deed. 

Het zijn popsongs vol flarden uit het roemruchte verleden van de Brit en het zijn popsongs die hier en daar grotesk en theatraal klinken, waardoor de muziek van Morrissey zo nu en dan dicht tegen die van Marc Almond aankruipt (zeker als de castagnetten van stal worden gehaald), wat voor mij zeker geen straf is. 

De plaat opent met een serie songs die behoren tot het beste dat Morrissey gemaakt heeft, maar na de wat pompeuze maar ook hele mooie piano ballade In Your Lap zakt de plaat even wat in (wat gezien het groeivermogen van veel Morrissey platen nog best goed kan komen). Het slotakkoord Israel is gelukkig weer groots. 

Morrissey verdient misschien een tik op de vingers voor een aantal van zijn recente uitspraken, maar in muzikaal opzicht verdient de Brit, die de afgelopen jaren leek uitgerangeerd als muzikant, alleen maar lof. Low In High School is een hele sterke plaat van de man die de Britse popmuziek zowel met zijn band The Smiths als met zijn soloplaten kleur heeft gegeven en dat gelukkig nog steeds op indrukwekkende wijze doet. Erwin Zijleman





vrijdag 17 november 2017

Peter Oren - Anthropocene

Ik was zeker niet direct overtuigd van Anthropocene van Peter Oren, maar weet eigenlijk niet precies wat me bij eerste beluistering in de weg zat. 

Het tweede album van de singer-songwriter uit Bloomington, Indiana, valt op door vaak ingetogen en altijd zeer stemmige klanken en door een bijzondere stem. Het is een stem waar ik flink aan moest wennen, waarschijnlijk omdat hij anders klinkt dan de meeste andere stemmen in het genre. 

Het is ook een stem die het oor streelt wanneer je er eenmaal aan gewend bent; iets dat ik in het verleden ook heb gehad met de stemmen van onder andere Tindersticks zanger Stuart Staples en Bill Callahan (aka Smog), waarbij Peter Oren af en toe in de buurt zit. 

De Amerikaan maakt op zijn tweede plaat muziek met vooral invloeden uit de country, blues en folk, maar Anthropocene is geen dertien in een dozijn rootsplaat, al is niet makkelijk uit te leggen waarom dit zo is. 

De songs van Peter Oren zijn voornamelijk akoestisch en ingetogen en zijn gebouwd op een basis van akoestische en elektrische gitaren en de al genoemde stem van Peter Oren. Toch is Anthropocene geen hele sobere singer-songwriter plaat. 

Producer Ken Coomer, ook bekend als de eerste drummer van Wilco, heeft de akoestische gitaren van Peter Oren aangevuld met hier en daar een pedal steel, een elektrische gitaar, een piano en een viool en heeft verder op subtiele wijze synths en een ritmesectie toegevoegd aan het bijzondere geluid op de plaat. Hij heeft vervolgens de stem van Peter Oren wat naar de achtergrond gemixt en zo nu en dan voorzien van wat galm, wat de muziek op Anthropocene een ruimtelijk effect geeft. 

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal sober, maar ook prachtig. De akoestische gitaar van Peter Oren zorgt voor een warme basis, terwijl het elektrische gitaarspel en de prachtige pedal steel bijdragen van Laur Joamets (Sturgill Simpson) en Sam Wilson en hier en daar een vrouwenstem bijzonder mooie en trefzekere accenten toevoegen aan het geluid op de plaat. Het is een geluid dat op fraaie wijze verder wordt aangevuld met de genoemde andere instrumenten en uiteindelijk een wat donkere ondertoon heeft. Het is ook een geluid vol dynamiek, want Peter Oren is misschien niet bang voor bijna verstilde klanken, maar schuwt ook de stevigere uithalen op de elektrische gitaar niet. 

Het levert in combinatie met zijn stem muziek op die het uitstekend doet op donkere herst- en winteravonden, maar Anthropocene verdient ook aandacht wanneer de zon nog op is. Ik moest op een of andere manier erg wennen aan deze plaat, maar inmiddels hoor ik alleen maar de schoonheid en de intensiteit van de indringende songs van Peter Oren en iedere keer als ik ze opnieuw hoor zijn ze nog wat mooier. Bijzondere plaat dus. Erwin Zijleman

Anthropocene van Peter Oren is ook vergelijkbaar via zijn bandcamp pagina: https://peteroren.bandcamp.com/album/anthropocene.





 

donderdag 16 november 2017

Angel Olsen - Phases

Angel Olsen verruilde net iets meer dan een jaar geleden de cultstatus voor een breder publiek met het uitstekend ontvangen My Woman. 

Gezien het succes van deze plaat verbaasde het me zeer dat de singer-songwriter uit Chicago, Illinois, nu al weer met een nieuwe plaat op de proppen komt, maar het vorige week verschenen Phases is oneerbiedig gezegd een ‘tussendoortje’. 

Het is een tussendoortje dat me wel bevalt, al is het maar omdat Phases anders klinkt dan My Woman vorig jaar. 

Op haar doorbraakplaat verruilde Angel Olsen haar door lo-fi, country en folk geïnspireerde muziek voor een wat voller en gepolijster geluid, dat hier en daar zelfs associaties opriep met de muziek van Fleetwood Mac (al waren dat wel de uitersten op de plaat). Ik kon en kan My Woman overigens zeer waarderen, maar Phases heeft ook zeker zijn charmes. 

De nieuwe plaat van Angel Olsen is een plaat met een verzameling restjes, waarvan er een aantal al enige tijd op de plank lagen en er een aantal van recentere datum zijn. Waar My Woman vorig jaar was voorzien van een glanzende productie, is Phases een heerlijk rammelende en hier en daar zelfs voorzichtig ontsporende plaat. De meeste songs op de plaat zijn voorzien van een donker of zelfs duister aandoend geluid en het is een geluid waarin de stem van Angel Olsen uitstekend gedijt. 

Phases laat, misschien nog wel meer dan de andere platen van de Amerikaanse singer-songwriter, horen hoe veelzijdig Angel Olsen is. De verzameling restmateriaal op Phases schiet kriskras door een aantal decennia popmuziek en door meerdere genres. 

In een aantal tracks laat Angel Olsen horen dat ze thuis is in de historie van de Amerikaanse folkmuziek, maar andere tracks nemen je mee naar de beste jaren van The Velvet Underground, naar de hoogtijdagen van de Amerikaanse punk en new wave, naar de geëngageerde anti-folk van de jaren 90, naar de rammelrock van Throwing Muses of naar de pop-noir van onder andere Lana Del Rey. Hier blijft het niet bij, want ik hoor ook nog blues, 60s psychedelica en wat van Mazzy Star en zo is er nog wel meer te horen op Phases.

Vergeleken met de pop-noir van de hierboven genoemde Lana Del Rey klinken de songs van Angel Olsen op Phases een stuk rauwer en rammelender, maar hierdoor hebben haar songs ook meer impact. Dat geldt zeker voor de ingetogen tracks, die makkelijk indruk maken en met mij zeker wat doen.

De genoemde impact hebben de songs op Phases ook door de stem van de singer-songwriter uit Chicago die op deze verzameling restjes minder gepolijst, minder vast, minder netjes, maar ook met meer gevoel en meet intensiteit zingt. 

De meeste songs op Phases komen van Angel Olsen zelf, maar de plaat bevat ook een aantal covers, waaronder Roky Erickson’s For You, Bruce Springsteen’s Tougher Than The Rest en country tearjerker Endless Road. Ook in deze covers maakt Angel Olsen indruk met aangenaam rammelende muziek en gepassioneerde vocalen. 

Phases is misschien maar een verzameling restjes en het is een plaat die zo af en toe echt voor geen meter klinkt, maar toch vind ik het een waardevolle aanvulling op het oeuvre van Angel Olsen. Het is bovendien een plaat die me nieuwsgierig maakt naar de echte opvolger van My Woman, al is het maar omdat Angel Olsen in deze over het algemeen snel opgenomen en rammelende tracks misschien wel meer indruk maakt dan met de meer opgepoetste tracks op My Woman vorig jaar. Erwin Zijleman





woensdag 15 november 2017

Steph Cameron - Daybreak Over Jackson Street

Sad-Eyed Lonesome Lady van de oorspronkelijk uit het Canadese British Columbia afkomstige Steph Cameron haalde ik al weer bijna drie jaar geleden bij toeval uit een jaarlijstje met de beste Canadese platen van 2014. 
  Op haar debuut maakte Steph Cameron indruk met muziek zoals die in de hoogtijdagen van de folk scene in het New Yorkse Greenwich Village werd gemaakt door onder andere een nog jonge Bob Dylan en een al even jonge Joni Mitchell. 

Waar het in de jaren zestig gemeengoed was om te vertrouwen op een akoestische gitaar en een stem, is dit tegenwoordig zeldzaam. Zelfs met wat eenvoudige software en een goedkope laptop kun je muziek rijkelijk versieren en de meeste muzikanten doen dat dan ook. 


Het is aan Steph Cameron niet besteed. Ook op haar tweede plaat Daybreak Over Jackson Street vertrouwt de Canadese muzikante op de eenvoudige middelen die ze ook op haar in kleine kring bejubelde debuut gebruikte: een akoestische gitaar, een enkele keer een mondharmonica en natuurlijk haar stem. 


Dat lijkt eenvoudig, maar dat is het zeker niet. Wanneer je als muzikant moet vertrouwen op eenvoudige middelen, stelt dit hoge eisen aan deze middelen. Ik ben er zeker van dat de meeste muzikanten van het moment genadeloos door de mand vallen wanneer ze het moeten doen met de middelen die Steph Cameron tot haar beschikking heeft, maar de muzikante uit Vancouver blijft ook dit keer met gemak overeind. 


Het geluid van Steph Cameron wordt grotendeels bepaald door haar akoestische gitaar, maar het is een verrassend vol geluid. Het is ook een geluid dat intrigeert, want de akkoorden op Daybreak Over Jackson Street zijn soms onnavolgbaar en voorzien de songs op de plaat van veel dynamiek en kracht. De mondharmonica houdt Steph Cameron dit keer voornamelijk in haar zak, maar de incidentele keer dat de mondharmonica door het fraaie gitaarspel heen snijdt komt het aan. 


Naast het bijzondere akoestische gitaarspel is er natuurlijk de stem van Steph Cameron. Het is een stem die herinneringen oproept aan de folkies van weleer, maar de stem van de Canadese muzikante heeft ook het aangename dat ook de stem van bijvoorbeeld Suzanne Vega kenmerkt of juist het expressieve van Dar Williams. Het is een stem die de songs op Daybreak Over Jackson Street voorziet van flink wat lading en emotie, wat nog eens wordt versterkt door de mooie, indringende en persoonlijke verhalen die Steph Cameron op haar tweede plaat vertelt. 


In een tijd waarin rijke arrangementen en gloedvolle producties overheersen is het absoluut even wennen aan het uiterst sobere geluid waarmee Steph Cameron op de proppen komt, maar werkelijk iedere noot op Daybreak Over Jackson Street is raak en bovendien smeedt de singer-songwriter uit Vancouver op indrukwekkende wijze het verleden en het heden aan elkaar. 


Bijna drie jaar geleden was ik behoorlijk onder de indruk van het debuut van Steph Cameron en dat ben ik nu weer, misschien nog wel meer dan drie jaar geleden zelfs, want Daybreak Over Jackson Street is een wonderschone plaat. Erwin Zijleman






dinsdag 14 november 2017

Ilen Mer - Öar

De Nederlandse band Ilen Mer leverde aan het begin van 2015 met The Things That Sleep In The Woods een bijzonder indrukwekkend debuut af. 

Op haar debuut combineerde Ilen Mer invloeden uit de Britse folk uit de jaren 70 met invloeden uit de hedendaagse indie-pop en een vleugje Kate Bush. 

The Things That Sleep In The Woods liet zich hierdoor niet makkelijk in een hokje duwen, wat knap is voor een debuut, en stond ook nog eens bol van de potentie en de belofte. 

Ik was daarom heel benieuwd naar de tweede plaat van de Nederlandse band en die is nu dan eindelijk verschenen. Öar werd in de zomer van 2016 opgenomen in Zweden, waar Ilen Mer zich ‘in the middle of nowhere had’ opgesloten in een huisje in de eindeloze bossen van het Scandinavische land. De band heeft Öar vervolgens nog een hele tijd voor zichzelf gehouden, maar trekt nu met haar nieuwe plaat de wijde wereld in. 

Dat hoop ik tenminste, want Öar is een ontzettend sterke plaat, die geen moment onder doet voor alles dat in het buitenland wordt bejubeld op het moment. Ook op haar tweede plaat combineert Ilen Mer invloeden uit de Britse folk van weleer met invloeden uit de hedendaagse indie-pop, maar vergeleken met het debuut laat de band een enorme groei horen. 

Wat direct opvalt bij beluistering van Öar is de enorme rust die de plaat uitstraalt. Ilen Mer heeft de weidsheid en de stilte van de Zweedse bossen gevangen in haar muziek en heeft de schoonheid van de uitgestrekte Zweedse natuur direct maar meegepikt. Het maakt van de beluistering van Öar een even rustgevende als spannende luistertrip. 

Ilen Mer sloeg op haar debuut al een brug tussen verleden en heden, maar doet dat dit keer niet alleen veelvuldiger, maar ook op veel knappere wijze. De organische klanken uit het verleden vloeien prachtig samen met de elektronica uit het heden en ook qua invloeden smeedt Ilen Mer op bijzondere wijze van alles aan elkaar. 

De Nederlandse band houdt het tempo op haar tweede plaat vooral laag en heeft haar songs voorzien van heel veel ruimte. In deze ruimte worden details bijzonder fraai uitgewerkt, waarbij vooral de gitaren en de keyboards op weten te vallen met wonderschone versiersels, maar Ilen Mer is ook niet bang om ruimte leeg te laten. 

Ook Öar verwerkt nadrukkelijk invloeden uit de folk zoals die in de jaren 70 in Engeland werd gemaakt, maar de band staat ook met minstens één been in het heden en maakt muziek die durft te vernieuwen. Het zorgt voor bijzondere contrasten, zeker wanneer de band ook nog eens (onbewust?) flirt met invloeden uit de progrock en op hetzelfde moment strooit met moderne gitaarloopjes en ritmes. 

The Things That Sleep In The Woods maakte al weer ruim tweeënhalf jaar geleden vooral indruk op mij met de vocalen, maar Öar is ook in muzikaal opzicht een hele bijzondere plaat. Ilen Mer creëert op haar tweede plaat een bijzondere sfeer en het is een sfeer die predicaten als sprookjesachtig en benevelend verdient. 

Ook met de zang is dit keer overigens helemaal niets mis. Frontvrouw Merit Visser kan prachtig ingetogen zingen, maar staat ook op Öar weer garant voor expressieve vocalen vol lading en emotie. Het voorziet de zo mooi gearrangeerde songs van Ilen Mer van nog net wat meer diepgang en urgentie en tilt Öar naar een nog wat hoger plan

De groei van Ilen Mer blijft overigens niet beperkt tot de instrumentatie en de zang. Ook de songs op de plaat zijn van een bijzonder hoog niveau en weten steeds weer te verrassen en te imponeren, waardoor Öar na de eerste beluistering begint aan een duizelingwekkende groei, waarvan het einde voor mij nog steeds niet in zicht is. 

Is er dan helemaal niets mis met deze prachtplaat? Ja, na 30 minuten zit Öar er al weer op, waarna de betoverde luisteraar alleen maar kan smachten naar veel en veel meer Ilen Mer. Ik zet Öar daarom nog maar eens op en ben weer net wat meer onder de indruk. Jaarlijstjesplaat. Punt. Erwin Zijleman

Öar van Ilen Mer is uiteraard ook op cd verkrijgbaar. Binnenkort via de website van de band (https://www.ilenmer.com), maar nu nog even via een mail aan ilenmermusic@gmail.com. Doen!



maandag 13 november 2017

Angharad Drake - Ghost

Zo af en toe verhuis ik de stapel met redelijk recente platen die nog een kleine kans maken op een plekje op deze BLOG naar de zolder. Voordat ik dit doe controleer ik nog één keer of ik echt geen plaat heb gemist die ik zeker niet wil missen. 

Bijna onder op deze stapel vond ik een paar dagen geleden Ghost van Angharad Drake en dit is zo’n plaat die ik niet wil missen. 


Angharad Drake (voor zover bekend geen familie van Nick) is een vrouwelijke singer-songwriter uit het Australische Brisbane, die al een aantal platen op haar naam heeft staan, maar buiten haar vaderland nog betrekkelijk onbekend is. Ghost zou dat moeten veranderen, want wat is het een mooie plaat. 


Angharad Drake laat zich op Ghost voornamelijk beïnvloeden door Britse en Amerikaanse folk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 en maakt muziek die meer dan eens doet denken aan die van Sandy Denny en Joni Mitchell, maar ook raakvlakken heeft met die van hedendaagse folkies als Laura Marling en Lisa Hannigan, om maar een beperkt aantal namen te noemen. 


Ghost werd voor het overgrote deel bij Angharad Drake thuis opgenomen, wat de plaat voorziet van een aangename, ontspannen en intieme sfeer. Ghost is hiernaast een persoonlijke plaat met songs die de gemoedstoestand van Angharad Drake proberen te vangen en teksten die de persoonlijke thema’s zeker niet schuwen. 


De openingstrack en de derde track van Ghost kunnen je makkelijk op het verkeerde been zetten met een betrekkelijk vol gitaargeluid en ook flink wat andere instrumenten. Het zijn de enige twee tracks op Ghost die in de studio werden opgenomen, waarna de uitverkoren producer andere verplichtingen had en Angharad Drake de plaat thuis af maakte. 


De twee wat voller klinkende tracks contrasteren met de andere songs op de plaat, maar laten ook horen dat Angharad Drake goed uit de voeten kan in een wat voller en geproduceerder klinkend geluid. Het belooft wat voor een volgende plaat, maar persoonlijk kan ik ook uitstekend overweg met het sobere en ingetogen geluid op de rest van de plaat. Het is een geluid waarin Angharad Drake wat dichter tegen de traditionele folk van lang geleden aan schuurt en over het algemeen genoeg heeft aan een akoestische gitaar en een stem. 


Met name met haar stem maakt de Australische singer-songwriter flink wat indruk. De stem van Angharad Drake heeft het heldere en pastorale van de folkies van weleer, maar is ook warm en veelkleurig. De muzikante uit Brisbane slaagt er bovendien in om haar songs te voorzien van emotie en dat is in de folk een groot goed. De songs op Ghost zijn bovendien prachtig melodieuze songs, waardoor de plaat zich makkelijk opdringt. 


Bij dit soort sobere akoestische folk platen slaat bij mij eerlijk gezegd vaak de verveling toe na een aantal luisterbeurten, maar ook na heel vaak horen blijf ik bij de conclusie dat Angharad Drake met Ghost een prachtplaat heeft gemaakt, die ik steeds steviger tegen me aandruk. 


Het is een plaat die al vele maanden uit is, maar volgens mij doet de muziek van de Australische singer-songwriter het in de donkere dagen van het moment nog veel beter dan in de zonnige maanden van de release. Liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters in het folk segment moeten hier absoluut eens naar luisteren. Erwin Zijleman


Ghost van Angharad Drake is verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://angharaddrake.bandcamp.com.




 

zondag 12 november 2017

Elton John - Diamonds

Persoonlijk schaar ik Elton John onder de grootste singer-songwriters uit de geschiedenis van de popmuziek, maar ik verbaas me er vaak over hoeveel muziekliefhebbers niets van de Britse muzikant moeten hebben. 

Daar heeft Elton John het natuurlijk deels zelf naar gemaakt met zijn brillenverzameling, extravagante levenswandel en een heleboel slechte muziek in de nadagen van zijn carrière, maar met name in de eerste helft van de jaren 70 (ik geef toe, het is even geleden) verkeerde de Brit in absolute topvorm. 

Iedere muziekliefhebber die wat cynisch reageert op de naam Elton John adviseer ik met klem om te luisteren naar onbetwiste meesterwerken als Elton John (1970), Tumbleweed Connection (1970), Madman Across The Water (1971), Honky Château (1972), Goodbye Yellow Brick Road (1973) en Captain Fantastic And The Brown Dirt Cowboy (1975), allemaal te beluisteren op de streaming diensten en ook allemaal verkrijgbaar in fraaie reissues, maar ook een verzamelaar met de hits van Elton John laat al verschrikkelijk veel moois horen. 

Vorige week verscheen de verzamelaar Diamonds, die in een compacte en net wat minder compacte versie verkrijgbaar is. De verpakking zal een ieder die niet veel op heeft met de extravagante Elton John direct de gordijnen in jagen, maar in muzikaal opzicht valt er toch weinig in te brengen tegen een indrukwekkende serie hits, maar ook een indrukwekkende serie prachtsongs. Het zijn prachtsongs die vooral afkomstig zijn van de bovengenoemde platen uit de jaren 70, maar ook op latere leeftijd was Elton John nog wel eens trefzeker. 

Veel van de songs schreef Elton John samen met songwriter Bernie Taupin die absoluut krediet verdient voor veel van de songs op Diamonds, maar het pianospel en de stem van Elton John zijn nog net wat belangrijker. 

Elton John heeft inmiddels al enkele decennia een wat gezapig imago, maar wat zijn de songs uit zijn beginjaren goed. Your Song, Tiny Dancer, Rocket Man, Daniel, Goodbye Yellow Brick Road, Sorry Seems To Be The Hardest Word, Little Jeannie, Song For Guy, Blue Eyes, I Guess That's Why They Call It The Blues; het zijn allemaal volstrekt tijdloze popliedjes die een regenachtige avond als die van vanavond nog altijd prachtig inkleuren. 

Ook in de jaren 80 en later schreef Elton John nog wel eens een perfect popliedje (Sacrifice bijvoorbeeld), maar de glans van de jaren 70 was er meestal wel af. Het niveau van Diamonds zakt hierdoor wel wat in naarmate de plaat vordert, maar zeker de tracks uit de beginjaren van Elton John zijn stuk voor stuk van een niveau dat maar weinigen gegeven is. 

Diamonds is hierdoor een mooie en prachtig klinkende start voor een ieder die maar wat lacherig blijft doen over de capaciteiten van Elton John, maar iedereen die zich echt wil verdiepen in de beste en echt ongelooflijk goede jaren van Elton John grijpt naar het bovenstaande stapeltje klassiekers; overigens een stapeltje waarop flink wat grootheden uit de geschiedenis van de popmuziek alleen maar heel jaloers kunnen zijn. Erwin Zijleman





Louane - Louane

Louane, ook bekend als Louane Emera maar bijna 21 jaar geleden geboren als Anne Peichert, is een Franse singer-songwriter die een paar jaar geleden mee deed aan de Franse editie van The Voice. Het gaf haar in 2015 verschenen debuut Chambre 12 een zetje in de rug, waardoor de plaat ook in Nederland enige aandacht kreeg. 

Ik vond Chambre 12 direct een erg aangename maar uiteindelijk ook erg sterke plaat, waardoor ik sinds de recente aankondiging op de mooie BLOG het Chanson Offensief (http://chansonoffensief.nl) met hoge verwachtingen uit keek naar de tweede plaat van Louane. 


De titelloze tweede plaat van Louane is, zeker op het eerste gehoor, wat lichtvoetiger dan het debuut van de Française en is een plaat die beelden van een mooie zomer op het netvlies tovert. Dat klinkt erg lekker, zeker als je, net als ik, een zwak hebt voor zwoele Franse popmuziek, maar Louane heeft echt veel meer te bieden. 


Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de stem van de Franse zangeres, maar ik vind haar licht schorre stem echt geweldig. Het is een stem die de songs op de titelloze tweede plaat van Louane voorziet van een rauw randje en wat doorleving, waardoor je onmiddellijk vergeet dat ze pas 20 jaar oud is. 


Zeker in de wat meer uptempo songs krijgt de stem van Louane flink wat concurrentie van een behoorlijk volle instrumentatie en productie, maar wanneer de Française in de vierde track genoeg heeft aan een piano staat Louane bij mij garant voor kippenvel. 


Ook de wat voller klinkende songs op de plaat winnen overigens snel aan kracht. Louane flirt op haar tweede plaat weliswaar nadrukkelijk met pure pop en hier en daar een vleugje R&B, maar ze houdt door de teksten in haar moederstaal (de twee Engelstalige tracks hoeven van mij  niet zo) ook een duidelijk eigen geluid, dat net zo makkelijk aansluit bij de historische kaders van de Franse muziek. 


De tweede van Louane klinkt bijzonder aangenaam en vaak lichtvoetig, maar in muzikaal opzicht valt er wat mij betreft ook veel te genieten. Het geluid op de plaat is veelzijdig en veelkleurig en slaat steeds net wat andere wegen in, waardoor Louane zowel met aanstekelijke popsongs als met Franse chansons aan de slag kan. Door steeds net wat andere accenten te kiezen biedt de tweede plaat van Louane flink wat variatie, maar het voorziet de songs op de plaat ook van veel glans, zeker wanneer je ontdekt hoeveel lagen er verstopt zitten in de muziek van Louane.


De even fraaie als aanstekelijke instrumentatie past verder perfect bij de bijzondere stem van Louane, die naarmate de plaat vordert steeds meer indruk maakt met voor mij vrijwel onweerstaanbare vocalen. De tweede plaat van de Franse singer-songwriter had me nog veel makkelijker te pakken dan het zo overtuigende debuut, maar groeit ook veel langer dan verwacht door. 


Wat in eerste instantie nog vooral fris en aanstekelijk klinkt, doet bij herhaalde beluistering van alles met me. Wat in eerste instantie vooral lichtvoetig klinkt, blijkt mij meerdere keren horen opeens veel dieper te graven. En hoe meer de songs van Louane aan kracht winnen hoe meer haar stem het lichaam binnen dringt en het hart verovert. 


Inmiddels komt de tweede van Louane voor de zoveelste keer voorbij en durf al wel te zeggen dat ik behoorlijk verslaafd ben aan deze plaat en compleet verliefd op de bijzondere stem van de jonge Franse singer-songwriter. Vorig week imponeerde de al even jonge Pomme met een hele sterke plaat, maar Louane vind ik minstens net zo goed. De Franse lente is begonnen in mijn speakers en gaat voorlopig nog wel even aanhouden. Erwin Zijleman






zaterdag 11 november 2017

Isolde - Cartes Postales

De Belgische muzikante Isolde Lasoen kreeg de muziek thuis met de paplepel ingegoten. Op vierjarige leeftijd begon ze bij de lokale majorettes, maar haar ambities lagen bij de trommels, die ze gelukkig ook al op jonge leeftijd mocht bespelen. 

Isolde ontwikkelde zich vervolgens tot één van de meest gevraagde percussionisten in België en speelt een voorname rol in de band van Daan. Dat ze nog veel meer kan laat ze horen op het als Isolde uitgebrachte Cartes Postales. 


Het solodebuut van Isolde opent met een klassiek aandoende ouverture, die heel veel moois lijkt aan te kondigen. Dat moois komt er ook, want Cartes Postales is een plaat vol wonderschone songs en bovendien een plaat vol verrassende wendingen. Isolde laat zich op Cartes Postales meer dan eens beïnvloeden door de rijke geschiedenis van het Franse chanson, maar geeft ook haar eigen draai aan dit Franse chanson. 


De muzikante uit Brugge beschikt over een mooi helder en expressief stemgeluid en het is een geluid dat gemaakt lijkt voor het vertolken van het Franse levenslied. Zeker de wat soberdere songs op de plaat sluiten aan bij de rijke historie van dit Franse levenslied, maar Isolde kleurt haar songs op vele manieren in. 


Een aantal songs op Cartes Postales doet klassiek aan en bovendien zijn de songs van Isolde beeldend. De link met de Franse filmsoundtracks is snel gelegd en zeker de soundtracks uit de jaren 70 hebben absoluut invloed gehad op het zwoele en lome geluid van Isolde, dat is versierd met flink wat strijkers en blazers. Via de Franse filmsoundtracks kom je snel uit bij het imposante oeuvre van Serge Gainsbourg (dat ik langzaam maar zeker begin te ontdekken en te bewonderen), maar Isolde slaat ook bruggen naar het heden en raakt hier en daar aan de muziek van het Parijse Air of aan de muziek van landgenoten Hooverphonic in hun jongere jaren. 


Isolde overtuigt op Cartes Postales zeer als zangeres. Ze vertelt verhalen en doet dat met zoveel expressie en gevoel dat je aan haar lippen hangt. Het is dan ook moedig dat Isolde haar sterkste wapen in een deel van de songs op haar debuut achterwege laat en kiest voor een aantal instrumentale songs met hier en daar hooguit een ondersteunende stem op de achtergrond. 
Het is een keuze die werkt, want mede door de instrumentale en klassiek aandoende intermezzo’s klinkt Cartes Postales als een eenheid. De plaat klinkt bovendien als een film waar je zelf de beelden van mag verzinnen. 

Ook wanneer Isolde zingt kunnen haar songs meerdere kanten op en variëren van uiterst ingetogen tot nogal theatraal. Van dat laatste ben ik normaal gesproken geen liefhebber, maar op Cartes Postales is het theatrale functioneel en draagt het bij aan het beeldende karakter van de plaat. 


Halverwege de plaat verruilt Isolde het Frans in een aantal songs voor het Engels. Dat is een keuze die maar zelden werkt, maar op Cartes Postales merkte ik het in eerste instantie niet eens en draagt de keuze voor een andere taal alleen maar bij aan de veelzijdigheid en de beeldende kracht van de plaat. 


Ik ben de afgelopen weken aangenaam verrast door flink wat hele goede grotendeels Franstalige platen uit Frankrijk, maar deze uit België mag er ook zijn en is misschien wel de meest bijzondere van het stel. Hoogste tijd dus om het prachtdebuut van Isolde ook in Nederland op te pikken. Erwin Zijleman


Een fysiek exemplaar van Cartes Postales van Isolde kan worden verkregen via Bilbo Records: http://bilborecords.be/isolde-cartes-postales-lpdownload.




vrijdag 10 november 2017

Miranda Lee Richards - Existential Beast

Miranda Lee Richards ken ik vooral van haar tweede album Light Of X uit 1999, dat ik in de begindagen van deze BLOG recenseerde. 

De singer-songwriter uit San Francisco maakte destijds psychedelisch aandoende muziek, die meer dan eens deed denken aan de muziek van Mazzy Star en dat is een band die ik hoog heb zitten. 

Ook op Existential Beast laat Miranda Lee Richards zich weer nadrukkelijk beïnvloeden door de psychedelische muziek uit de jaren 60, maar associaties met de muziek van Mazzy Star had ik bij beluistering van de vierde plaat van de Californische singer-songwriter veel minder vaak. 

Op haar vierde plaat combineert Miranda Lee Richards haar voorkeur voor psychedelische klanken vooral met invloeden uit de folk en de country. Ze keert ook dit keer in muzikaal opzicht ver terug in de tijd, maar blijft in geografisch opzicht vooral in haar thuisstaat hangen. 

Veel songs op Existential Beast laten zich beïnvloeden door de muziek die in de late jaren 60 en vroege jaren 70 in de heuvels rond Los Angeles werd gemaakt, maar ook de door psychedelica gedomineerde muziek van voormalig stadgenoten Jefferson Airplane heeft invloed gehad op de songs van Miranda Lee Richards. 

Door de vele citaten uit de 60s psychedelica is Existential Beast een lekker zweverige plaat. De breed uitwaaiende klanken vol benevelende gitaarloopjes doen het uitstekend bij de mooie heldere stem van Miranda Lee Richards, die met pastorale klanken terugkeert naar de glorietijd van de Laurel Canyon, maar ook een zwoeler en moderner geluid kan laten horen. 

Wanneer Existential Beast iets moderner klinkt hoor ik naast invloeden uit de jaren 60 en 70 ook zeker invloeden uit de 90s dreampop. Wanneer invloeden uit de dreampop hoorbaar zijn, duikt heel af en toe de associatie met Mazzy Star op, maar zeker niet zo duidelijk en nadrukkelijk als in het verleden. 

De hierboven genoemde invloeden uit de country spelen minder vaak een rol, maar als ze er zijn moet het vergelijkingsmateriaal wederom in het Californië van de jaren 60 en 70 worden gevonden. 

Existential Beast van Miranda Lee Richards is een plaat die uitnodigt tot het noemen van namen uit een ver verleden, maar de vierde plaat van de singer-songwriter uit San Francisco is veel meer dan een serie kliekjes uit vervlogen tijden. Miranda Lee Richards komt op Existential Beast ook met een serie geweldige songs op de proppen. 

Het zijn songs die lekker in het gehoor liggen, maar het zijn ook songs die knap in elkaar steken en je maar aangenaam blijven verrassen. Het zijn songs waarbij het, zeker wanneer de lome psychedelische klanken overheersen, heerlijk wegdromen is, maar Existential Beast is ook een plaat die nadrukkelijk de aandacht opeist. 

Dan pas hoor je hoe mooi de instrumentatie op de plaat is en hoe mooi Miranda Lee Richards zingt. Existential Beast ontleent een groot deel van zijn kracht aan deze vocalen, maar ook het gitaarwerk op de plaat is van een hoog niveau en hiernaast zijn er nog flink wat andere wonderschone, maar ook zeer functionele accenten. 

De vierde plaat van Miranda Lee Richard heeft tot dusver niet al teveel aandacht gekregen, maar hoe vaker ik hem hoor, hoe meer ik er van overtuigd raak dat Miranda Lee Richards een plaat heeft gemaakt die veel meer verdient dan een bestaan in de marge. Die overtuiging is alleen maar gegroeid nu ik weet dat Existential Beast voor een belangrijk deel een aanklacht is tegen de daden van de man die momenteel in het Witte Huis zetelt. Het is een extra reden om deze prachtplaat er eens bij te pakken. Erwin Zijleman

Existential Beast van Miranda Lee Richards kan ook worden verkregen via haar bandcamp pagina: https://mirandaleerichards.bandcamp.com/album/existential-beast.




   

donderdag 9 november 2017

Michael Head & The Red Elastic Band - Adiós Señor Pussycat

De Britse muzikant Michael Head is bij het grote publiek misschien niet heel bekend, maar hij heeft een werkelijk prachtig oeuvre op zijn naam staan. 

Het is een oeuvre dat door verkeerde keuzes en een heleboel pech helaas wat tussen wal en schip is gevallen, maar het is nooit te laat voor eerherstel. 

Michael Head formeerde in 1981 de band Pale Fountains en maakte met deze band twee platen. Het zijn platen die destijds niet heel breed werden opgepikt, maar zeker achteraf bezien moeten worden beschouwd als invloedrijk. 

Na het uiteenvallen van de Pale Fountains gaf Michael Head zich, mede door het overlijden van zijn beste vriend, over aan zijn heroïneverslaving, tot hij aan het eind van de jaren 80, samen met zijn broer John, de band Shack formeerde en de studio in dook voor het debuut van de band. 

Dat debuut maakte de hooggespannen verwachtingen misschien niet helemaal waar, maar smaakte wel naar meer. Dat meer verscheen helaas pas jaren later, omdat de opnamen van de tweede plaat kwijt raakten na een brand in de studio en pas een jaar later werden teruggevonden op een moment dat het doek voor Shack eigenlijk al was gevallen. 

Het uiteindelijk in 1995 verschenen Waterfront blijft een vergeten klassieker. Michael Head maakte op dat moment al muziek met zijn nieuwe band The Strands en nam een geweldige plaat op (The Magical World Of The Strands) die ook pas jaren later zou verschijnen. Aan het eind van de jaren 90 keerde Shack terug met het geweldige H.M.S. Fable, dat in 2003 en 2006 gevolgd zou worden door nog twee uitstekende, maar helaas nauwelijks opgemerkte platen van Shack. 

Nadat het doek voor Shack definitief was gevallen voegde Michael Head nog een alcoholverslaving toe aan zijn heroïneverslaving, maar een paar jaar geleden dook de Brit gelukkig weer op met een nieuwe band, The Red Elastic Band. Van Michael Head & The Red Elastic Band verscheen een aantal weken geleden Adiós Señor Pussycat en wat is het een heerlijke plaat. 

Michael Head heeft met de platen die hij de afgelopen decennia heeft gemaakt al lang bewezen dat hij een geweldig songwriter is, maar Adiós Señor Pussycat doet er nog een schepje bovenop. Michael Head en zijn nieuwe band serveren in een kleine drie kwartier dertien volstrekt tijdloze popliedjes en het zijn popliedjes zoals alleen de allerbesten ze kunnen schrijven. 

Ondanks een leven lang vol (inmiddels afgezworen) verslavingen is Michael Head nog verrassend goed bij stem en voorziet hij zijn zo mooie songs van wat extra melancholie en doorleving. Adiós Señor Pussycat klinkt als de plaat die zowel Paul Weller als Morrissey graag nog eens zouden willen maken, maar het is Michael Head die hem heeft gemaakt. 

Adiós Señor Pussycat is een heerlijke gitaarplaat vol met songs die je al decennia lijkt te kennen, maar het zijn ook songs die je bij iedere luisterbeurt weer net wat vrolijker maken en niet alleen herinneren aan de grote Britse singer-songwriters uit de jaren 70 en 80, maar ook aan de hoogtijdagen van de Australische band The Go-Betweens, om nog maar eens een naam te noemen. 

Als fan van Shack en de eerdere soloplaat van Michael Head werd ik onmiddellijk gegrepen door de heerlijke songs op Adiós Señor Pussycat, maar de plaat groeit en groeit maar door. In een tijd waarin songwriters van het kaliber van Michael Head zeldzaam zijn, vult de Brit niet alleen een enorme leegte, maar voegt hij bovendien een zeer memorabele plaat toe aan zijn prachtige maar helaas bij velen onbekende oeuvre. Dat Adiós Señor Pussycat een veel beter lot verdient zal duidelijk zijn. Indrukwekkende plaat van een vergeten grootheid. Erwin Zijleman





woensdag 8 november 2017

Tusks - Dissolve

Tusks is het alter ego van de uit Londen afkomstige muzikant en producer Emily Underhill. Dissolve, het debuut van Tusks, verscheen een paar weken geleden en is een plaat waar ik maar lastig grip op kan krijgen, maar hoe vaker ik de plaat hoor, hoe meer ik overtuigt raak van de kwaliteiten van Emily Underhill. 

Dissolve is een plaat die zich niet makkelijk of helemaal niet in een hokje laat duwen. Emily Underhill verwerkt op het debuut van Tusks invloeden uit de elektronica, triphop, postrock, ambient, dreampop, R&B, pop en postpunk en daarmee heb ik alleen de belangrijkste invloeden op de plaat te pakken. 

Dissolve opent met uiterst ingetogen en bijzonder stemmige klanken en een sfeer die je vooral tegen komt in de ambient. Het zijn ook klanken waarin op subtiele wijze de spanning wordt opgebouwd, waarna lome en triphop achtige beats en een even hoge als soulvolle vrouwenstem de track langzaam maar zeker een andere kant op duwen. Het deed en doet me wel wat denken aan de Rotterdamse Sevdaliza, die met Ison nog altijd een van de meest fascinerende platen van 2017 heeft gemaakt, maar de muziek van Tusks slaat meestal net wat andere wegen in. 

De stemmige openingstrack wordt gevolgd door een mooi popliedje met heldere vocalen en een donker klankentapijt, dat langzaam maar zeker in intensiteit toeneemt en uiteindelijk ontspoort met een gitaargeluid dat afwisselend aan de shoegaze en de postrock doet denken. 

In de derde track lijkt Tusks wat meer te kiezen voor elektronica, maar in een songs die overloopt van dynamiek en afwisselend overweldigend of juist heel subtiel klinkt winnen de gitaren uiteindelijk toch weer aan terrein. 

Tusks schakelt op Dissolve makkelijk tussen zwaar aangezette klanken en uiterst subtiele passages en tussen een hoofdrol voor gitaren en elektronica, maar Emily Underhill schakelt nooit op het moment dat je het verwacht. Het maakt van het debuut van Tusks een spannende plaat, maar de muziek van het alter ego van Emily Underhill heeft ook vaak een bijna vervreemdende uitwerking. Dit laatste komt mede omdat de spanningsbogen fraai worden opgebouwd, maar meestal niet tot een climax komen en net zo fraai worden afgebouwd. 

De muziek van Tusks is lastig te doorgronden, maar heeft wel een enorme impact. De vaak aardedonkere klanken op de plaat geven de muziek van Tusks vaak een wat beklemmende sfeer, die weer contrasteert met de mooie vocalen van Emily Underhill. Het zorgt er voor dat Dissolve van Tusks een plaat is die veel tijd vraagt en lang niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar zelf raak ik steeds meer onder de indruk van het bijzondere muzikale landschap dat de muzikante uit Londen in elkaar heeft geboetseerd. 

Zeker in de laatste tracks op de plaat verdwijnt de dynamiek die je aan het begin van de plaat nog zo vaak op het verkeerde been zet, maar makkelijk maakt Tusks het je nooit, want ook als Emily Underhill kiest voor wat meer pop-georiënteerde ballads, blijft ze je op het verkeerde been zetten met haar even sfeervolle als beangstigende muziek. Bijzondere plaat. Erwin Zijleman





dinsdag 7 november 2017

Ane Brun - Leave Me Breathless

Een paar weken geleden brachten twee vrouwelijke singer-songwriters met een bijna gelijke achternaam een plaat met alleen maar covers uit. 

De plaat van Carla Bruni kabbelde weliswaar aangenaam voort op de achtergrond, maar deed echt helemaal niets met me, waardoor ik French Touch snel weer terzijde heb geschoven. 

Aan de plaat van Ane Brun begon ik niet eens, deels omdat ik de tracklist wel erg hoog gegrepen vond en deels omdat ik de laatste jaren wat was uitgekeken op de muziek van de Noorse singer-songwriter. 

Door het karige nieuwe aanbod van deze week kwam Leave Me Breathless uiteindelijk toch nog uit de speakers en langzaam maar zeker heeft de covers plaat van Ane Brun me veroverd. 

Dat ging zeker niet zonder slag of stoot. Leave Me Breathless bevat een aantal klassieke songs waar je eigenlijk met je tengels af moet blijven, een aantal songs die ik bij voorkeur nooit meer hoor, een aantal songs die direct zijn verbonden met mooie of minder mooie herinneringen en een aantal songs die zo zijn vergroeid met de muzikant die het origineel vertolkte dat een nieuwe uitvoering eigenlijk nooit meer kan zijn dan een slap aftreksel. 

Ik begon daarom vol scepsis aan de beluistering van de nieuwe plaat van Ane Brun, maar de zachte en uiterst ingetogen versies van Foreigner’s I Want To Know What Love is en de platgetreden klassiekers Always On My Mind en Unchained Melody deden, ondanks de enorme weerstand, toch wat met me. De echte waardering voor de nieuwe plaat van Ane Brun kwam echter pas toen de Noorse singer-songwriter in de vierde track liet horen dat in Maria Carey’s Hero wel degelijk een mooi popliedje schuilt en ze me er vervolgens van overtuigde dat Show Me Heaven misschien toch wel de mooiste popsong is die Maria McKee ooit schreef. 

Ane Brun gaat vervolgens onverstoorbaar door met het op zachte en intieme wijze coveren van songs waar de gemiddelde muzikant echt van af moet blijven, maar door haar respect en liefde voor de originelen blijf ik toch luisteren. Ook Ane Brun vertilt zich op Leave Me Breathless wel eens, maar de zachte klanken, de gevoelige vocalen en de intimiteit van de songs zorgen er voor dat de Noorse muzikante uiteindelijk in vrijwel alle songs overeind blijft, ook als ze met haar versie achter blijft bij het origineel. 

Leave Me Breathless was oorspronkelijk bedoeld als een verzameling songs voor een nieuwe liefde van Ane Brun, vergelijkbaar met de cassettebandjes die veel van ons vroeger maakten voor nieuwe of vooral onbereikbare liefdes. Ane Brun zingt de songs die ze heeft uitgekozen echter zelf en doet dat met heel veel liefde en gevoel. Die liefde en dat gevoel zal ze op lang niet iedere luisteraar weten over te dragen, maar toen ik me eenmaal gewonnen had gegeven en alle scepsis was verdwenen, begon Leave Me Breathless aan een op voorhand niet verwachte groei. 

Ane Brun gaat misschien aan de slag met songs waarmee je niet aan de slag moet gaan, maar langzaam maar zeker maakt ze haar eigen songs van klassiekers of juist draken uit het verleden. Zeker op een lome zondagochtend kabbelt Leave Me Breathless nog veel aangenamer voort dan de plaat van Carla Bruni, maar wanneer de nieuwe plaat van Ane Brun je raakt wordt het verschil tussen de beide covers platen levensgroot. 

Het blijft zo dat ik liever nieuwe eigen songs hoor dan platgetreden songs van anderen, maar waar ik een nieuwe plaat van Ane Brun waarschijnlijk snel opzij had gelegd, werd ik op Leave Me Breathless uiteindelijk weer geraakt door de emotie en het talent dat ik zo koesterde toen ik al weer bijna 15 jaar geleden Ane Brun’s debuut Spending Time With Morgan voor het eerst hoorde. De meeste platen met alleen maar covers laat ik graag liggen, maar op een of andere manier vind ik Leave Me Breathless van Ane Brun echt heel mooi. Erwin Zijleman