dinsdag 31 oktober 2017

The Deep Dark Woods - Yarrow

Bij de bandnaam The Deep Dark Woods denk je waarschijnlijk niet direct aan lichtvoetige en zonnige deuntjes en die hoor je dan ook niet op Yarrow, al weer de zesde plaat van de band uit Saskatoon, Saskatchewan, Canada. 

Ik ken de Canadese band zelf vooral van hun eerste platen, maar Yarrow is een bijzonder aangename nieuwe kennismaking met de muziek van The Deep Dark Woods. 

De stemmige herfstklanken op Yarrow citeren nadrukkelijk uit folk- en countryrock uit het verre verleden, maar The Deep Dark Woods voegt ook meer recente en eigen invloeden toe aan de invloeden uit het verleden. 

Deze invloeden uit het verleden zijn overigens diverser dan bij de meeste andere bands in het genre, want The Deep Dark Woods eert op Yarrow zowel de Britse folkrock als de Amerikaanse folkrock en countryrock. De nieuwe plaat van de Canadese band raakt hier en daar aan de muziek van The Byrds, The Band en Gram Parsons, maar heeft ook heel veel raakvlakken met die van de Britse folkrock helden The Fairport Convention. 

Het is knap hoe al deze invloeden op Yarrow worden gecombineerd met het eigen gezicht van The Deep Dark Woods. Op Yarrow komt dit eigen gezicht vooral van voorman Ryan Boldt, die op de plaat vrijwel alle touwtjes in handen heeft. Boldt laat zich op Yarrow overigens wel bijstaan door stadgenoten Kacy Anderson en Clayton Linthicum, beter bekend als Kacy & Clayton en dat blijkt een verstandige keuze. 

Met name de vocalen van Kacy Anderson, die is voorzien van een stem die zo lijkt weggelopen uit de hoogtijdagen van de Britse folk uit de jaren 70, speelt een belangrijke rol op Yarrow. De stem van Kacy Clayton past prachtig bij de donkere stem van Ryan Boldt en voorziet de donkere muziek van The Deep Dark Woods van meerdere lagen en van enige kleur. 

Zeker wanneer The Deep Dark Woods wat buiten de vaste kaders van de folkrock en countryrock kleurt, heeft Yarrow wel wat raakvlakken met de muziek van Nick Cave, maar minstens even vaak begeeft de Canadese band zich op het terrein dat tot dusver vooral door The Handsome Family werd ontgonnen. 

Vanwege de stemmige klanken en de vele echo’s uit het verleden, slaat Yarrow van The Deep Dark Woods zich op de eerste herfstdagen van het jaar als een warme deken om je heen, maar de plaat weet toch ook steeds weer te verrassen met subtiele uitstapjes buiten de gebaande paden of richting omliggende genres. 

Zeker wanneer Ryan Boldt zich laat inspireren door de bijzondere muziek van The Handsome Family, voorziet The Deep Dark Woods de herfstdagen van wat extra donkere wolken, maar luister goed naar de plaat en je hoort allerlei accenten die de zon toch weer voorzichtig doen schijnen, bijvoorbeeld in het fraaie gitaarwerk op de plaat of in de prachtige heldere stem van Kacy Clayton. 

Yarrow ontwikkelt zich hierdoor snel van een warme deken voor donkere herfstdagen tot een fascinerende plaat vol schoonheid en diepgang. Er verschijnen momenteel stapels soundtracks voor de donkere dagen die komen gaan, maar dit is als je het mij vraagt een van de mooiste. Erwin Zijleman





Lucinda Williams - This Sweet Old World

Een tijdje geleden verscheen This Sweet Old World van Lucinda Williams. Ik ging er van uit dat het hier een reissue betrof van haar (bijna) gelijknamige plaat uit 1992, maar This Sweet Old World is toch veel meer dan dat. 

Sweet Old World verscheen in 1992, was de vierde plaat van Lucinda Williams en de voorganger van het pas in 1998 verschenen Car Wheels On A Gravel Road, waarmee Lucinda Williams definitief doorbrak naar een breed publiek. 

Door de hoge kwaliteit van Car Wheels On A Gravel Road en de platen die volgden werd Lucinda Williams gekroond tot de koningin van de alt-country en de Americana en de destijds verkregen kroon draagt ze nog steeds met verve. 

Op deze BLOG was Lucinda Williams helaas nog niet zo vaak te zien. Dat heeft niets te maken met de hoge kwaliteit van haar platen, maar alles met haar besluit om haar recente muziek over het algemeen niet beschikbaar te maken via de streaming media diensten. Een recensie zonder bijbehorend geluid is voor mij als een belegd broodje zonder beleg en daarom laat ik de platen van Lucinda Williams over het algemeen, maar wel met pijn in mijn hart, liggen. 

This Sweet Old World staat tot mijn verrassing wel gewoon op Spotify, net als het origineel uit 1992. De nieuwe versie van Sweet Old World is zoals gezegd geen reissue, maar een volledig opnieuw opgenomen plaat. De songs zijn bekend, de rest is nieuw. 

Om de platen goed te kunnen vergelijken heb ik eerst het origineel eens beluisterd. Ook ik ontdekte Lucinda Williams pas met Car Wheels On A Gravel Road, dus Sweet Old World uit 1992 was nieuw voor mij. De plaat is voorzien van een wat gedateerd aandoend en erg geproduceerd klinkend geluid, dat aansluit bij andere producties uit het betreffende decennium. Ook in vocaal opzicht maakt de plaat uit 1992 niet zoveel indruk als ik van Lucinda Williams gewend ben. Het klinkt allemaal nogal vlak en mist de doorleving die van Car Wheels On A Gravel Road en zijn opvolgers zeer indrukwekkende platen maakte. 

Op de songs is echter niets aan te merken en deze krijgen op This Sweet Old World een nieuwe kans. De nieuwe versie van de al weer 25 jaar oude plaat laat goed horen wat een wat opwindendere instrumentatie en een wat trefzekerdere productie kunnen doen voor een plaat. 

Voor de nieuwe plaat heeft Lucinda Williams een aantal geweldige muzikanten om zich heen verzameld en deze leggen het rauwe en broeierige Americana geluid neer waarin haar stem zo goed gedijt. Ook de productie van de plaat is prachtig en een wereld van verschil met de weinig aansprekende productie uit 1992. In de instrumentatie is er een glansrol voor gitarist Stuart Mathis, die alle ruimte krijgt om te soleren, maar ook de subtiele basis die door de andere muzikanten wordt neergelegd is van hoog niveau en uiteraard is er ook een belangrijke rol voor de onmisbare Greg Leisz en zijn pedal steel. 

Waar Lucinda Williams op Sweet Old World uit 1992 in vocaal opzicht nog niet heel veel indruk maakte, schittert ze op This Sweet Old World. Het rauwe randje op haar stembanden is sinds Car Wheels On A Gravel Road alleen maar mooier geworden en dwingt continu respect af. In de nieuwe versies van de songs hoor je de koningin van de alt-country en de Americana aan het werk en wordt op indrukwekkende wijze duidelijk dat van troonsafstand voorlopig nog geen sprake hoeft te zijn. 

Het opnieuw opnemen van platen uit een ver verleden levert vrijwel altijd zeperds op (mede omdat de meeste muzikanten hun meesterwerk opnieuw opnemen), maar dat het ook anders kan is te horen op This Sweet Old World van Lucinda Williams, dat zich moeiteloos schaart onder de beste rootsplaten van het moment. Erwin Zijleman





maandag 30 oktober 2017

Lee Ann Womack - The Lonely, The Lonesome & The Gone

Bij de naam Lee Ann Womack dacht ik tot voor kort aan gladde en gepolijste en niet bijster interessante Nashville countrypop, maar ik wist eerlijk gezegd niet precies waarop dat gebaseerd was. 

Ik heb geen enkele plaat van de Amerikaanse singer-songwriter in huis en ken geen van de songs die op Spotify haar bekendste songs worden genoemd. 


Het was voor mij reden om toch maar eens te gaan luisteren naar haar nieuwe plaat The Lonely, The Lonesome & The Gone, die ik eerder deze week op de mat vond. 


Het is maar goed dat ik dit gedaan heb, want The Lonely, The Lonesome & The Gone is een verrassend sterke rootsplaat en het is bovendien een rootsplaat die niets te maken heeft met de Nashville countrypop waarmee ik Lee Ann Womack tot voor kort associeerde. 


Lee Ann Womack woonde weliswaar het grootste deel van haar inmiddels twintig jaar durende carrière in Nashville, maar is geboren en getogen in Texas en dat hoor je. Het is Houston, Texas, opgenomen The Lonely, The Lonesome & The Gone bevat de kwalitatief hoogstaande songs die je van een singer-songwriter uit Nashville mag verwachten, maar kleurt gelukkig ook regelmatig buiten de Nashville lijntjes met muziek vol invloeden uit onder andere de Texaanse rootsrock. 


Dat de songs op The Lonely, The Lonesome & The Gone van hoog niveau zijn is overigens niet alleen de verdienste van Lee Ann Womack, want de helft van de plaat bestaat uit covers van songs van anderen, maar ook haar eigen songs mogen er zijn. 


The Lonely, The Lonesome & The Gone is knap geproduceerd door de gelouterde Frank Liddell, overigens ook de echtgenoot van Lee Ann Womack, die de plaat heeft voorzien van een verzorgd en warmbloedig geluid. Het is een geluid dat meestal vooral invloeden uit de country verwerkt, maar Lee Ann Womack kan op haar nieuwe plaat ook uit de voeten met onder andere folk, blues, rootsrock en soul. 


In muzikaal opzicht klinkt het allemaal erg aangenaam, zeker wanneer de gitaristen op de plaat mogen excelleren met veelkleurig, soms heerlijk zweverig maar soms ook prachtig scheurend gitaarwerk, maar The Lonely, The Lonesome & The Gone maakt op mij vooral in vocaal opzicht indruk. 

Lee Ann Womack heeft een flinke carrière in de countrymuziek achter de rug en dat hoor je. Haar stem doet het uitstekend in songs waarin invloeden uit de country domineren, maar Lee Ann Womack kan in vocaal opzicht veel meer. Wanneer haar songs wat meer rocken en een rauw randje vereisen is dat er ook en wanneer Lee Ann Womack een soulvolle strot open moet trekken doet ze dit op indrukwekkende wijze. 


The Lonely, The Lonesome & The Gone bestrijkt binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet, maar maakt het de luisteraar nergens heel moeilijk. De songs van de Texaanse singer-songwriter liggen lekker in het gehoor en houden zich aan de conventies van de genres die Lee Ann Womack op The Lonely, The Lonesome & The Gone bestrijkt. De nieuwe plaat van Lee Ann Womack is daarom niet heel spannend, maar ademt continu kwaliteit. 


In muzikaal opzicht klinkt het allemaal erg lekker, waarna de krachtige vocalen van de gelouterde singer-songwriter Lee Ann Womack de rest doen. Op voorhand leek The Lonely, The Lonesome & The Gone me geen interessante plaat, maar het is er wel degelijk een, zeker voor de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in de breedste zin van het woord. Erwin Zijleman






zondag 29 oktober 2017

Curtis Harding - Face Your Fear

De Amerikaanse soulzanger Curtis Harding maakte al weer meer dan drie jaar geleden flink wat indruk met zijn debuut Soul Power. 

De Amerikaanse muzikant moest destijds concurreren met flink wat nieuwkomers die de soul van weleer nieuw leven in wilden blazen, maar bleef de concurrentie een straatlengte voor met een plaat die aan de ene kant herinnerde aan de vintage en met name Southern soul uit de jaren 60 en 70, maar aan de andere kant ook open stond voor invloeden uit andere genres en invloeden van meer recente datum, waarvan zeker de combinatie van soul en rauwe garagerock naar veel meer smaakte. 

Ook op zijn nieuwe plaat Face Your Fear neemt Curtis Harding je mee terug naar de soul uit de jaren 60 en 70, maar ook dit keer verwerkt de Amerikaan allerlei andere invloeden in zijn muziek, waardoor hij het hokje retro-soul weer makkelijk ontstijgt. 

Face Your Fear werd geproduceerd door Danger Mouse, die Face Your Fear heeft voorzien van een duidelijk ander geluid dan zijn voorganger. De invloeden uit de garagerock hebben flink aan terrein verloren en hebben plaats gemaakt voor een moddervet soulgeluid met een bijzondere twist. 

Zeker in de wat meer rechttoe rechtaan soulsongs maken de muzikanten op de plaat indruk met een broeierig soulgeluid dat uit de speakers knalt. Het is een geluid waarin Curtis Harding zich als een vis in het water voelt. De Amerikaan is gezegend met een heerlijk rauwe en soulvolle strot en herinnert aan meerdere groten uit de geschiedenis van het genre. 

De authentiek aandoende soul op de tweede plaat van Curtis Harding is goed voor een feestje, maar Face Your Fear heeft ook een wat avontuurlijkere kant. In de songs die wat minder zwaar leunen op de vintage soul heeft producer Danger Mouse gekozen voor een wat experimenteler geluid met zwaar aangezette strijkers, vervormde gitaren en bijzondere koortjes. Het levert songs op die nogal psychedelisch aandoen en je onmiddellijk mee terug nemen naar de late jaren 60. 

Ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van de wat rauwere muziek die Curtis Harding op zijn debuut maakte, maar ook het wat meer gepolijste geluid op zijn tweede plaat overtuigt makkelijk. Face Your Fear laat zich beluisteren als een obscure klassieker uit de jaren 60 en 70, maar Curtis Harding sluit ook aan bij de hedendaagse R&B of de modernere soulvarianten. 

In een jaar waarin neo-soul smaakmakers Sharon Jones en Charles Bradley ons zijn ontvallen is de spoeling betrekkelijk dun wanneer het gaat om echt goede soulzangers en zangeressen. Curtis Harding stijgt hierdoor flink boven de concurrentie van het moment uit en maakt diepe indruk als zanger. 

Ook in muzikaal opzicht is Face Your Fear een stuk interessanter dan vrijwel alle andere soulplaten van het moment. De Amerikaan vermaakt meedogenloos met moddervette soul, maar verrast ook met aangenaam zweverige soulklanken. Het zijn klanken die in eerste instantie zorgen voor verbazing, maar hoe vaker je ze hoort hoe verslavender ze worden. Dat laatste geldt overigens voor alle tracks op Face Your Fear, want de tweede plaat van Curtis Harding wordt bij herhaalde beluistering steeds beter en onmisbaarder. 

Net als de grote soulzangers uit het verleden en in tegenstelling tot veel jonge soulzangers van het moment, lijkt het zingen Curtis Harding geen enkele moeite te kosten, wat zijn muziek een bijzondere flow geeft. Het is een flow die op het debuut nog af en toe ruw werd onderbroken door stevige gitaaruithalen, maar met Face Your Fear uit de speakers zweef je mijlenver weg. Ik vond het in het begin vooral heel lekker, maar inmiddels vind ik de tweede van Curtis Harding een knappe plaat. Een buitengewoon knappe plaat zelfs. Erwin Zijleman

De prachtplaat van Curtis Harding is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://curtisharding.bandcamp.com.





   

zaterdag 28 oktober 2017

Julien Baker - Turn Out The Lights

Julien Baker maakte precies twee jaar geleden met Sprained Ankle een van de mooiste en een van de meest indringende platen van 2015. 

Het debuut van de piepjonge singer-songwriter uit Memphis, Tennessee, ontleende een groot deel van zijn schoonheid aan de ruwe eenvoud en intimiteit van de songs op de plaat, waarna de gitzwarte teksten en alle emotie op de plaat er voor zorgden dat Sprained Ankle een diepe en bovendien onuitwisbare indruk maakte. 

Inmiddels zijn we twee jaar verder en is er flink wat veranderd voor Julien Baker. Waar Sprained Ankle met zeer  bescheiden middelen moest worden gemaakt, heeft haar contract bij het roemruchte label Matador gezorgd voor een flink ruimer budget. Dat is goed te horen op haar tweede plaat Turn Out The Lights. 

Waar het debuut van Julien Baker het moest hebben van eenvoud en imperfectie, klinkt de tweede plaat van de jonge Amerikaanse singer-songwriter fantastisch. De emotievolle vocalen van Julien Baker en haar bijzondere en vaak wat minimalistische gitaarspel hebben dit keer gezelschap gekregen van flink wat pianopartijen en strijkers en bovendien zijn er meerdere lagen vocalen toegevoegd aan de plaat. 

Turn Out The Lights klinkt hierdoor zeker anders dan zijn zo bejubelde voorganger, maar de verschillen met Sprained Ankle moeten zeker niet overdreven worden. Ook op haar tweede plaat maakt Julien Baker diepe indruk met songs die van alles met je doen. 

Turn Out Of The Lights klinkt misschien net wat voller en geproduceerder dan het debuut van Julien Baker, maar het is net als dit debuut een opvallend intieme en indringende plaat. De singer-songwriter uit Memphis maakt nog steeds muziek waarin de grijstinten domineren een schrijft teksten die meer leed bevatten dan voor iemand van de leeftijd van Julien Baker (ze is pas 22) gebruikelijk is. 

De grijstinten in haar muziek worden ook dit keer benadrukt door de bijzondere gitaarlijnen. Julien Baker heeft over het algemeen genoeg aan een paar akkoorden, vult hiermee op bijzondere wijze de ruimte, maar laat ook veel ruimte open. Deze open ruimte wordt ook dit keer prachtig ingevuld door de stem van Julien Baker, die af en toe uithaalt, maar ook dit keer vooral ingetogen zingt. Vergeleken met haar debuut is Julien Baker veel beter gaan zingen, maar het is gelukkig niet ten koste gegaan van de ruwe emotie en intensiteit die dit debuut zo bijzonder maakten. 

Ook de wat meer blinkende productie en de extra instrumentatie op de plaat hebben geen negatief effect gehad op de enorme impact die de muziek van Julien Baker heeft. In de openingstracks was ik nog even afgeleid door het wat vollere geluid, maar desondanks werd ik ook dit keer razendsnel gegrepen door de persoonlijke songs van de jonge singer-songwriter uit Memphis. 

Inmiddels heb ik Turn Out The Lights heel vaak beluisterd. Het is een plaat die net wat anders is dan het debuut dat twee jaar geleden als een mokerslag aan kwam, maar het is zeker geen mindere plaat. De ruwe charmes van Sprained Ankle zijn vervangen door nieuwe charmes en persoonlijk vind ik de productie van de tweede plaat van Julien Baker een kunststukje. 

Wat is gebleven is de enorme impact en urgentie van de songs. Er zijn niet veel platen die bij mij vrijwel constant zorgen voor kippenvel, maar Julien Baker zorgt er ook dit keer voor met songs die door de ziel snijden. 

Turn Out The Lights maakt de belofte van Sprained Ankle voor mij dan ook meer dan waar en is wat mij betreft een plaat die overal bovenuit steekt dit jaar. Het feit dat Sprained Ankle nog maanden bleef groeien en ook de nieuwe plaat iedere keer weer beter is, maakt deze conclusie alleen maar indrukwekkender. 

Het valt niet mee om na een droomdebuut op de proppen te komen met een minstens net zo goede plaat, maar Julien Baker heeft het geflikt. En hoe. 42 minuten kippenvel. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman





vrijdag 27 oktober 2017

Kllo - Backwater

Kllo (voorheen Klo) is een Australisch duo dat bestaat uit Chloe Kaul en Simon Lam, die in het dagelijks leven ook elkaars nicht/neef zijn. Simon Lam tekent op het debuut van de band voor de elektronica en de productie, terwijl Chloe Kaul zorgt voor de zang en wat extra keyboards. 

Backwater hoort thuis in het overvolle hokje van de elektronica, maar ik vind de plaat een stuk spannender en leuker dan de meeste andere platen in dit hokje. 

Nu ben ik helemaal niet zo gek op elektronische popmuziek en al helemaal niet als er flink geflirt wordt met de dansvloer, maar het debuut van Kllo heeft wat. 

Zeker wanneer Kllo kiest voor een wat meer loom en ingetogen geluid, heeft het geluid van het Australische duo raakvlakken met de bezwerende geluid van The Xx, maar Chloe Kaul en Simon Lam kunnen ook flink uitpakken met muziek die het goed zal doen op de dansvloer en opvalt door het gebruik van ritmes die zo lijken weggelopen uit de 2-step of UK garage. 

Hier blijft het niet bij, want het Australische tweetal heeft ook goed geluisterd naar de wat meer elektronisch ingekleurde platen binnen de R&B, heeft raakvlakken met de meer elektronisch ingekleurde platen van Everything But The Girl en heeft hiernaast een zwak voor aanstekelijke pop. 

Binnen het bovenstaande zie ik eerlijk gezegd maar heel weinig overeenkomsten met mijn muzikale voorkeuren, maar desondanks ben ik erg te spreken over het debuut van Kllo. Backwater flirt af en toe erg nadrukkelijk met de dansvloer, maar het debuut van Chloe Kaul en Simon Lam heeft toch vooral een benevelende uitwerking, waarin de band niet alleen raakt aan The Xx, maar ook aan Portishead in haar meest elektronische momenten. 

Zeker wanner Kllo het tempo laag houdt, de beats niet laat ontsporen en niet al te heftig uitpakt met alle elektronica, is Backwater een bijna rustgevende maar toch ook spannende plaat. Simon Lam heeft een goed oor voor heerlijk dromerige klanken, maar stopt er ook steeds allerlei verfrissende accenten in, waardoor de muziek van Kllo sprankelt en verrast. 

Ook met Chloe Kaul heeft Kllo een sterk wapen in handen. De Australische beschikt over een warm en aangenaam stemgeluid dat vanwege het laagje soul uitstekend tot zijn recht komt in de songs met wat meer R&B tinten, maar ze kan ook heerlijk onderkoeld zingen wanneer haar neef kiest voor een wat killer en meer tegendraads klankentapijt. 

Waar bij veel van de soortgenoten van Kllo de beats uiteindelijk domineren, zijn het bij het Australische duo de mooie en sfeervolle klanken en het goede gevoel voor melodieuze popmuziek die het meest in het oor springen. 

Van platen als Backwater van Kllo moet ik er persoonlijk zeker niet teveel horen, maar zo op zijn tijd kan ik een elektronisch uitstapje als dat van het Australische duo zeer waarderen. Backwater doet het uitstekend op de achtergrond, maar de plaat wordt beter wanneer je de complexe ritmes en de uit meerdere lagen bestaande klankentapijten probeert te ontrafelen en wanneer je volledig open staat voor de mooie stem van Chloe Kaul. Backwater groeit in dat geval flink, maar het mysterie blijft. Aangename plaat. Erwin Zijleman

De digitale versie van Backwater van Kllo is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het tweetal: https://kllosounds.bandcamp.com/album/backwater-uk-eu-japan-edition.






   

donderdag 26 oktober 2017

Jessie Ware - Glasshouse

Glasshouse is al weer het derde album van de Britse Jessie Ware, die op haar vorige twee platen een brug sloeg tussen meerdere genres en meerdere decennia popmuziek. 

Ook bij de eerste noten van de derde plaat van Jessie Ware hoor ik direct weer de invloeden van de, zeker achteraf bezien, zeer invloedrijke muziek van Soul II Soul uit de jaren 90, die ook op de vorige platen van Jessie Ware zo nadrukkelijk aanwezig was, maar Glasshouse verkent ook dit keer rijkelijk de archieven van de elektronische popmuziek uit de jaren 80, de neo-soul en soulpop uit de jaren 90 en de rijk georkestreerde pop van de laatste twee decennia. 

Het zorgt er voor dat ook Glasshouse weer een plaat is die zich in eerste instantie lastig laat beoordelen. Hier en daar en met name in de eerste tracks op de plaat flirt Jessie Ware wel erg opzichtig met de hitgevoelige popmuziek van het moment en lijkt haar muziek net zo eendimensionaal als die van de grote Amerikaanse popprinsessen, maar Jessie Ware kan ook verrassen met onverwachte muzikale wendingen, waarin ze zomaar een aantal decennia terug in de tijd kan springen of verrast met onverwachte uitstapjes buiten de gebaande paden. 

Van deze wendingen springen de flirts met de popmuziek uit de jaren 80 en 90 het meest in het oor, maar Glasshouse sluit ook aan bij de populariteit van muziek met invloeden uit de Latin pop en schuwt ook een uitstapje richting jazz niet. Het maakt van Glasshouse een interessante plaat, al duurde het bij mij wel even voor ik het door had; iets wat bij voorganger Tough Love van drie jaar geleden overigens niet anders was. 

Zeker wanneer Jessie Ware het tempo op Glasshouse laag houdt en ze kiest voor een warm en broeierig geluid, verleidt de plaat makkelijk met luie R&B of zwoele pop, maar Glasshouse is zeker net zo interessant wanneer de Britse muzikante haar songs voorziet van een wat meer uptempo geluid met uiteenlopende invloeden. Jessie Ware speelt dan minder op zeker en maakt muziek die alle kanten op kan schieten. 

Het resultaat schuurt af en toe dicht tegen de lichtvoetige kauwgomballenpop aan, maar de meerdere lagen in de instrumentatie zorgen vrijwel altijd voor het broodnodige avontuur, waardoor de plaat toch weer veel interessanter is dan de gemiddelde popplaat. 

Vergeleken met zijn voorgangers en met name het prachtdebuut Devotion uit 2012, vind ik Glasshouse net wat minder bijzonder klinken, maar de plaat heeft ook zeker zijn sterke punten. Jessie Ware maakte op haar eerste twee platen al indruk met haar geweldige stem, maar is op haar derde plaat nog veel beter gaan zingen, waardoor Glasshouse uiteindelijk flink boven het maaiveld uitsteekt. 

Glasshouse is voorzien van een stevige soulinjectie en verrast wanneer de stem van Jessie Ware in meerdere lagen is opgenomen met krachtige harmonieën. Het is een stem waarin ook meer gevoel doorklinkt, want Jessie Ware weet inmiddels dat het leven niet alleen bestaat uit rozengeur en maneschijn. 

Waar de plaat zeker in de eerste tracks nog flink experimenteert met pure en extraverte pop, kiest Jessie Ware naarmate de plaat vordert steeds vaker voor meer introverte muziek vol mooie details. 

Hoogtepunt is wat mij betreft het fraaie duet met The Blue Nile zanger Paul Buchanan, maar ook de andere tracks op de plaat blijken bij herhaalde beluistering veel beter dan bij de eerste kennismaking, waardoor ik inmiddels ook de derde plaat van Jessie Ware heb omarmd als een plaat met aanstekelijke pop, maar ook met de diepgang die de houdbaarheid op langere termijn garandeert. Erwin Zijleman





The Smiths - The Queen Is Dead, Deluxe Edition

In de zomer van 1986 verscheen The Queen Is Dead van The Smiths. Het is de middelste van de vijf platen (de live-plaat Rank meegerekend) die de band uit Manchester zou maken en het is wat mij betreft de beste. 

Iets meer dan 31 jaar na de oorspronkelijke release verschijnt de inmiddels tot een klassieker uitgegroeide plaat in een luxe editie, die flink wat restmateriaal en live-opnamen toevoegt. 

The Queen Is Dead is zoals gezegd de middelste van de vijf platen die de band zou maken en het is een plaat die een brug slaat tussen de eerste twee en de laatste twee platen. 

The Queen Is Dead volgde op een periode waarin de band zeer uitgebreid toerde en dat is te horen. De plaat werd ook gemaakt in een periode waarin de band, ondanks de status als een van de belangrijkste bands van dat moment, onvoldoende inkomsten genereerde, wat de relatie met de platenmaatschappij er niet beter op zal hebben gemaakt. Het zal ongetwijfeld invloed hebben gehad op de band, maar op The Queen Is Dead is er niet veel van te horen. 

De band klinkt op haar derde plaat door het vele toeren hechter dan ooit tevoren, terwijl zanger Morrissey veel beter is gaan zingen. Op The Queen Is Dead kiest The Smiths deels voor een behoorlijk stevig geluid en deels voor juist verrassend ingetogen en verrassend poppy songs en beide uitersten gaan de band uit Manchester uitstekend af. 

Morrissey zingt niet alleen veel beter en melodieuzer dan op de vorige platen van de band, maar heeft ook een scherpere pen. Het is een pen die wederom in azijn is gedoopt, maar Morrissey verwerkt ook op The Queen Is Dead weer veel humor en cynisme in zijn songs en stelt ook nog eens feilloos enkele misstanden in het Engeland van 1986 aan de kaak (en die waren er destijds volop), maar The Queen Is Dead biedt ook ruimte aan persoonlijke teksten. 

De messcherpe en persoonlijke teksten en de bijzondere en uit duizenden herkenbare stem van Morrissey (overigens lang niet door iedereen gewaardeerd) zijn belangrijke ingrediënten op The Queen Is Dead, maar de prachtige gitaarlijnen van Johnny Marr zijn minstens net zo belangrijk. 

Johnny Marr was destijds nog piepjong, maar strooit driftig met de ene na de andere memorabele gitaarlijn. Het zijn gitaarlijnen die 31 jaar later nog niets van hun kracht en souplesse hebben verloren en nog altijd behoren tot het beste dat Johnny Marr heeft gemaakt. 

De ritmesectie van de band speelde destijds al tweede viool (wat later nog zou leiden tot eindeloze rechtszaken over het lage honorarium dat voor het tweetal was gereserveerd), maar op The Queen Is Dead doet de ritmesectie niets fout. 

Vergeleken met de meeste andere platen uit 1986 klinkt The Queen Is Dead van The Smiths verrassend fris en urgent. De tien songs op de plaat zijn allemaal even goed en zijn niet alleen de soundtrack van een jaar dat ver achter ons ligt, maar ook songs die tot op de dag van vandaag enorm veel invloed hebben gehad. 

The Smiths heeft nog altijd een uniek eigen geluid en beter dan op The Queen Of Dead is dit geluid niet te horen. De luxe editie bevat een vracht aan bonusmateriaal, maar de tien tracks van het origineel blijven uiteraard het meest interessant. Het zou een van de beste platen uit de jaren 80 opleveren en het is een plaat die er nog steeds volop toe doet. Erwin Zijleman





woensdag 25 oktober 2017

Colleen - A Flame My Love, A Frequency

De Française Cécile Schott begon een jaar of 15 geleden als Colleen met het maken van muziek toen ze de beschikking kreeg over software die haar in staat stelde om allerlei geluiden en samples aan elkaar te knopen tot fascinerende soundscapes. 

Hoe dat klinkt is prachtig te horen op het buitengewoon fascinerende Everyone Alive Wants Answers uit 2003, dat me ook bij de zoveelste beluistering nog weet te betoveren met een klankentapijt dat de fantasie in extreme mate prikkelt. 

Colleen maakte het de luisteraar op haar eerste platen niet makkelijk met haar ongrijpbare soundscapes, al waren de platen zeker niet zo ontoegankelijk als het bovenstaande doet vermoeden. Luister naar Everyone Alive Wants Answers of een van de volgende platen en je wordt betoverd door even mooie als intrigerende klanken, die je langzaam maar zeker meevoeren naar sprookjeswerelden. 

Na een aantal hele bijzondere platen verloor ik Colleen een jaar of tien geleden uit het oog, maar twee jaar geleden dook de Française weer op met het bijzonder fraaie en nog altijd fascinerende Captain Of None. Colleen had haar bijzondere geluid op deze plaat  verder vervolmaakt en voegde dit keer ook vocalen toe aan haar even ongrijpbare als betoverende muziek, waaraan inmiddels het bijzondere geluid van een Italiaanse ‘viola da gamba’ was toegevoegd. 

Met A Flame My Love, A Frequency zet Colleen een volgende stap. Sinds haar vorige plaat is er weer veel veranderd. Colleen kreeg de beschikking over een zogenaamde ‘Critter and Guitari synthesizer’ en deze speelt een voorname rol op haar nieuwe plaat. Ook in emotioneel opzicht veranderde er het een en ander sinds Captain Of None. Parijs, de oude thuisbasis van Colleen (ze opereert tegenwoordig vanuit het Spaanse San Sebastian) werd eind 2015 getroffen door bloederige terroristische aanslagen en deze hebben veel indruk gemaakt op Colleen. 

Ook op A Flame My Love, A Frequency laat Cécile Schott haar stem horen, maar verder is het een flink andere plaat dan zijn voorganger. Haar nieuwe elektronische speelgoed creëert een bijzonder geluid vol herhalingen en bijzondere geluiden. Vergeleken met de klanken vol fluitende vogeltjes van haar debuut klinkt A Flame My Love, A Frequency wat killer dan we van Colleen gewend zijn, maar intrigerend is het zeker. 

Colleen maakt, zeker wanneer ze de vocalen achterwege laat, muziek die zo vervreemdend kan werken dat je er helemaal niets mee kunt of wilt, maar net als in het verleden is het ook muziek vol puzzelstukjes die een voor een op hun plek vallen. Alledaagse kost is het zeker niet, maar hoe vaker ik naar A Flame My Love, A Frequency hoe meer alle bijzondere geluiden op de plaat samenvloeien tot muziek die iets met je doet. 

Natuurlijk is het vaak ongrijpbaar en minimalistisch, maar laat de muziek van Colleen de fantasie prikkelen en er gebeuren mooie dingen. A Flame My Love, A Frequency is bovendien een plaat die uitnodigt tot associëren. Colleen maakt op haar nieuwe plaat muziek van de toekomst, maar ze refereert ook aan de muziek uit de jaren 70 die achteraf bezien tot de eerste stapjes van de elektronische popmuziek moet worden gezien. 

Colleen voorziet de ruimte van ongrijpbare en beeldende klanken waar je zelf de beelden bij mag verzinnen. Dat is zeker in het begin niet makkelijk, maar nu ik A Flame My Love, A Frequency wat vaker heb gehoord, domineren voor mij de schoonheid en het avontuur en groeit de bewondering voor het bijzondere werk van Colleen bij iedere luisterbeurt. Erwin Zijleman

De muziek van Colleen is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://colleencolleen.bandcamp.com/album/a-flame-my-love-a-frequency.





   

dinsdag 24 oktober 2017

The Barr Brothers - Queens Of The Breakers

De muziek van The Barr Brothers heb ik tot dusver links laten liggen en ook de derde plaat van de band rond de broers Andrew en Brad Barr heeft relatief lang op de stapel gelegen. Toen Queens Of The Breakers eenmaal van deze stapel af was, was ik echter snel verkocht. 

De band uit het Canadese Montreal maakt op haar derde plaat muziek die is voorzien van het stempel Americana, maar het is Americana die is verrijkt met de verrassing en de verbazing die je van een band uit Montreal mag verwachten. 

Op Queens Of The Breakers domineren invloeden uit de folk en de rock, maar het is zeker geen alledaagse folkrock waar The Barr Brothers mee op de proppen komen. Het geluid van de band is aan de basis ingetogen, maar heeft een vol en wat mysterieus klinkende onderlaag, waarin onder andere de harp veelvuldig wordt gebruikt (harpiste Sarah Page woonde in hetzelfde huizenblok als de broers en had met haar spel door de muren heen zoveel invloed op de oefensessies van de broers dat ze haar vroegen voor de band). 

Zeker wanneer de onderlaag de aandacht opeist, vult Queens Of The Breakers op fraaie wijze de ruimte en doet de muziek van de Canadese band wel wat denken aan die van uiteenlopende bands als Calexico, The Low Anthem, The Lone Bellow en The Lumineers, maar het is allemaal vergelijkingsmateriaal dat maar ten dele relevant is. 

In de eerste twee tracks op de plaat maken The Barr Brothers flink wat indruk met mooie intieme folksongs die op fascinerende wijze zijn ingekleurd en een brug slaan naar de indie-pop die in Montreal zo prominent op de agenda staat. 

De openingstrack op de plaat is voorzien van een bijzonder en soms tegendraads ritme, prachtige gitaarloopjes en uithalen, onderkoelde zang en een op bijzondere wijze bespeelde harp en krijgt vervolgens ook nog eens gezelschap van de expressieve zang van de meiden van Lucius. Het levert een track op die behoort tot de betere die ik dit jaar heb gehoord. 

Op de rest van de plaat blijven The Barr Brothers dicht in de buurt van het niveau van de openingstrack en worden invloeden uit de Americana in het algemeen en de folk in het bijzonder vooral gecombineerd met atmosferische klankentapijten vol mysterie. Door de dromerige sfeer hebben veel tracks op Queens Of The Breakers ook iets psychedelisch (en zelfs een vleugje Pink Floyd), wat het bij mij altijd goed doet wanneer de blaadjes van de bomen vallen. 

Door het volle geluid dwingt de muziek van The Barr Brothers tot luisteren, maar de band uit Montreal kan ook meerdere andere kanten op. In een uiterst ingetogen folksong doet de band wel wat denken aan Simon & Garfunkel, Cat Stevens of zelfs Fleetwood Mac, maar wanneer in de volgende track funky gitaren en een bluesy mondharmonica worden ingezet zijn de jaren 60 en 80 weer verruild voor de spannende indie-scene van Montreal, zeker als de band een track later opeens dicht tegen stadgenoten The Arcade Fire aan schuurt. 

Persoonlijk vind ik de muziek van The Barr Brothers het mooist wanneer de band kiest voor dromerige klanken waarin allerlei genres aan elkaar worden gesmeed en gelukkig is dat in de meeste tracks op Queens Of The Breakers het geval. 

Omdat er zoveel gebeurt op de derde plaat van de Canadese band hoor je steeds weer nieuwe dingen en groeit het niveau van de plaat. Een aantal luisterbeurten verder is de muziek van The Barr Brothers me zo dierbaar dat ik de plaat alvast heb opgeschreven voor mijn jaarlijstje, maar ik heb het idee dat de rek er nog lang niet uit is. 

In een tijd waarin veel van de avontuurlijke rockbands van weleer zijn gekomen met een redelijk conventionele of zelfs gezapige plaat, kiezen The Barr Brothers nadrukkelijk voor het avontuurlijke pad. Het levert een fascinerende plaat op die je zomaar van je sokken kan blazen. Ik ben in ieder geval volledig overtuigd van de kwaliteiten van deze band. Erwin Zijleman





maandag 23 oktober 2017

Lean Year - Lean Year

Een jaar of 15 geleden kwam ik tijdens een road trip in de Verenigde Staten door plotseling slecht weer in Spokane, Washington, terecht. 

Het desolate trailer park waar ik noodgedwongen een dag moest doorbrengen behoort zeker niet tot mijn mooiste reisherinneringen, maar toch denk ik bij Spokane vooral aan iets heel moois. 

Dat is zeker niet de verdienste van de provinciestad in de grote leegte van de Verenigde Staten, maar van de gelijknamige band van regisseur Rick Alverson, die met zijn band Spokane tussen 2000 en 2007 een handvol platen vol aardedonkere, beeldende en wonderschone sadcore maakte. Het zijn overigens platen die veel meer aandacht verdienen dan ze destijds kregen. 

Sinds het laatste wapenfeit van Spokane een jaar of tien geleden heeft Rick Alverson zich geconcentreerd op zijn werk als regisseur, maar onlangs keerde hij terug met een nieuwe band, Lean Year. 

Het titelloze debuut van Lean Year wordt gedragen door de zich langzaam voortslepende en beeldende klanken die ook de muziek van Spokane typeerden en deze fraaie klanken krijgen vervolgens gezelschap van de mooie, ingetogen en vooral bijzondere vocalen van zangeres Emilie Rex. 

Op deze vocalen kom ik later terug, want de instrumentatie op het debuut van Lean Year verdient meer aandacht dan de korte typering hierboven. Net als bij Spokane heeft Rick Alverson een voorkeur voor muziek die van het etiket slowcore of sadcore kan worden voorzien, maar Lean Year kleurt haar muziek voller in dan gebruikelijk in dit genre. 

In meerdere songs duiken klassiek aandoende arrangementen van strijkers en blazers op, maar Lean Year is ook niet vies van zweverige elektronische klanken en biedt hiernaast ruimte aan de drie-eenheid van gitaar, bas en drums. Door het rijke instrumentarium gebeurt er van alles op het debuut van Lean Year, maar toch durf ik de muzikale inkleuring op de plaat sober te noemen. 

Boven op het sobere en vooral stemmige instrumentarium komt de bijzondere stem van Emilie Rex. Het is een stem waar ik bij eerste beluistering van de plaat flink aan moest wennen, maar de hoge en soms wat onvast klinkende stem van Emilie Rex past uiteindelijk prachtig bij het veelkleurige en sfeervolle instrumentarium op de plaat en zorgt voor de contrasten die de muziek van Lean Year zo interessant maken. 

Vanwege de wisseling van de seizoenen schieten de donkere en wat weemoedige albums momenteel als paddenstoelen uit de grond, maar het debuut van Lean Year vind ik een stuk interessanter dan de meeste andere platen die in dit genre zijn verschenen de laatste tijd. 

In muzikaal opzicht is de muziek van Lean Year een stuk spannender en bezwerender, maar ook het beeldend vermogen van de muziek van de band uit Richmond, Virginia, is vele malen groter dan bij de concurrentie. De bijzondere stem van Emilie Rex zweeft op fascinerende wijze door het betoverend mooie muzikale landschap van Lean Year en voorziet de plaat van alleen maar meer toverkracht. 

Het kleurt uiteraard prachtig bij de recente herfstdagen, maar de pure schoonheid van de muziek van Lean Year is uiteindelijk volstrekt tijdloos. Erwin Zijleman

De digitale versie van het album van Lean Year is verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://leanyear.bandcamp.com.





George Michael - Listen Without Prejudice, Volume 1, 2017 Edition

Listen Without Prejudice, Volume 1 van George Michael vierde twee jaar geleden zijn 25e verjaardag. 

Het was een feestje van zeer bescheiden omvang, want George Michael behoorde op dat moment tot de nog slechts zelden gekoesterde relikwieën uit de jaren 80 en 90. 

Bijna tien maanden na zijn onverwachte dood op eerste kerstdag 2016, krijgt Listen Without Prejudice gelukkig alsnog het verjaardagsfeestje dat de plaat verdient. 

De plaat klinkt 27 jaar na de release af en toe misschien wat gedateerd, maar laat ook goed horen waartoe George Michael in zijn beste dagen in staat was. 

Listen Without Prejudice was in 1990 de tweede soloplaat van George Michael en de opvolger van het in 1987 verschenen Faith, waarmee de Brit met Griekse wortels zich op succesvolle wijze had ontworsteld aan de tienermeidenpop van Wham. 

Op Faith liet George Michael voor het eerst horen dat hij als muzikant wel degelijk iets te bieden had, maar Listen Without Prejudice was zijn beste plaat. De meest succesvolle single op de plaat, het aanstekelijke Freedom, was niet eens zo gek ver verwijderd van de zo succesvolle sound van Wham, maar de meeste andere tracks op de plaat graven een stuk dieper. 

Zelfs de grootste Wham en George Michael haters konden na het suikerzoete Careless Whisper niet ontkennen dat de Brit geweldig kon zingen, iets wat George Michael op imponerende wijze zou etaleren tijdens het concert dat werd georganiseerd ter nagedachtenis aan Freddie Mercury in 1992. Op Listen Without Prejudice werden de laatste twijfelaars over de streep getrokken. 

De plaat bevat een aantal uiterst ingetogen songs waarop alle aandacht uit gaat naar de stem van George Michael en waarin de Britse zanger wat mij betreft enorm overtuigt met zijn klank, kleur, bereik en warmte. Dat doet hij ook in de eveneens ingetogen songs met invloeden uit de pop en de jazz, die na al die jaren nog verrassend lekker klinken. 

Ik draaide de afgelopen jaren nauwelijks muziek uit de vroege jaren 90, maar voor Listen Without Prejudice van George Michael maakte ik met enige regelmaat een uitzondering. Het was inmiddels al weer een tijd geleden, maar direct bij de eerste noten van de plaat voelde Listen Without Prejudice weer als een warm bad. 

Zwakke broeder blijft voor mij Freedom, maar alle andere tracks zijn wat mij betreft van hoog niveau. In muzikaal opzicht klinkt het hier en daar wat gedateerd, maar nog steeds bijzonder lekker en de stem van George Michael blijft op Listen Without Prejudice een traktatie. 

Gezien de dood van George Michael wordt er twee jaar na de echte 25e verjaardag alsnog flink uitgepakt met een luxe editie. Deze laat horen dat George Michael het ook live (MTV Unplugged) kan en komt met een DVD en een fraai boek, maar de hoofdschotel blijft toch de plaat die we in 1990 zonder vooroordelen moesten beluisteren. 

In de praktijk was dat lastig. Ik liet de plaat ook als zogenaamd cadeautje voor een nichtje verzegelen in de lokale platenzaak en ook ik was destijds niet heel scheutig met complimenten. Ten onrechte is inmiddels wel gebleken.

Tussen alle extra’s op deze nieuwe editie van de plaat zit wat mij betreft niet heel veel interessants, maar helemaal aan het eind werd ik verrast door Paul McCartney’s versie van Heal The Pain (een duet met George Michael). Het is een versie die illustreert dat George Michael niet alleen een groot zanger was, maar ook in staat was om popliedjes te schrijven die voor altijd memorabel zullen blijven, net als de oude meester die zijn Heal The Pain zo mooi vertolkt dat kan. Erwin Zijleman





zondag 22 oktober 2017

Bully - Losing

Bij eerste beluistering van Losing van de Amerikaanse band Bully concludeerde ik vrijwel onmiddellijk dat de band uit Nashville, Tennessee, zeker niet de originaliteitsprijs verdient. 

Direct toen de eerste noten van de plaat uit de speakers kwamen had ik allerlei associaties met platen uit de jaren 90 en vooral met de platen van bands als The Pixies, Hole en The Breeders en iets mindere mate Throwing Muses en Belly en met vrijwel alle platen die Steve Albini in dit decennium produceerde. 

Het zou normaal gesproken genoeg moeten zijn om de plaat van Bully opzij te leggen en in de enorme stapel releases van deze week te zoeken naar iets urgenters, maar Losing van Belly heeft iets dat ik maar heel moeilijk kan weerstaan of eerlijk gezegd helemaal niet kan weerstaan. 

De associatie met de platen die Steve Albini produceerde blijkt overigens te kloppen, want Bully frontvrouw Alicia Bognanno liep ooit stage in de roemruchte Electric Audio studio van Steve Albini en mocht Losing ook in deze studio opnemen (overigens zonder de hulp van de topproducer). Alicia Bognanno heeft tijdens haar stage goed opgelet, want Losing klinkt precies zoals de platen die Steve Albini in de jaren 90 produceerde. 

Het is niet het enige talent van Alicia Bognanno, want ze schreef alle songs op de plaat, zorgt voor heerlijk gitaarwerk en neemt ook nog eens alle vocalen voor haar rekening. Het zijn die vocalen die in zeer sterke mate bijdragen aan de kwaliteit van de plaat van Bully. Alicia Bognanno kan prachtig lieflijk en meisjesachtig zingen, maar kan ook krijsen als een wilde kat of net zo aangenaam onderkoeld zingen als PJ Harvey. 

De vocalen waren voor mij in eerste instantie de belangrijkste reden om te blijven luisteren naar Losing van Bully, maar de plaat heeft nog veel meer moois te bieden. Het gitaarwerk op de plaat roept herinneringen op aan dat van Dinosaur Jr. en kan zowel prachtig melodieus als rauw en gruizig klinken, wat Losing voorziet van de in de jaren 90 zo uitgebuite hard-zacht dynamiek. 

Alicia Bognanno verstaat tenslotte ook nog eens de kunst van het schrijven van aanstekelijke rocksongs. Het zijn rocksongs die continu schakelen tussen aan de ene kant meedogenloze riffs en een flinke bak gruis en aan de andere kant de zwoele verleiding van Alicia Bognanno, die net als Juliana Hatfield genadeloos kan verleiden of beangstigend kan krijsen. 

Eenmaal verlost van alle associaties uit het verleden, ervaar ik Losing van Bully inmiddels als een heerlijke en zwaar verslavende rockplaat. Het is een rockplaat waarin de gitaren alle kanten op kunnen, de ritmesectie onverstoorbaar een solide basis legt en Alicia Bognanno steeds vaker laat horen hoe goed ze is. 

De originaliteitsprijs gaat de band uit Nashville (wat dan wel weer een originele thuisbasis is) er zoals gezegd niet mee winnen, maar zeker nu ik Losing van Bully wat vaker heb gehoord vraag ik me steeds nadrukkelijker af of de genoemde bands uit het verleden zo vroeg in hun carrière al een plaat als Losing konden maken. Ik denk het eerlijk gezegd niet. 

Inmiddels staat Losing van Bully voor de zoveelste keer op en is mijn liefde voor de muziek van Alicia Bognanno tot grote hoogten gegroeid. De gitaren, de ritmesectie, de songs en die heerlijkste stem; alles is raak. Wat een heerlijke plaat. Erwin Zijleman

De muziek van Bully is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://bullythemusic.bandcamp.com/album/losing.