zaterdag 16 december 2017

Jaarlijstje 2017

Sinds half november vliegen de jaarlijstjes me al om de oren, maar ik heb toch nog maar een maand gewacht. Gelukkig maar, want uit de verschillende jaarlijstjes heb ik nog flink wat leuke platen gehaald, waaronder een paar platen die uiteindelijk ook mijn jaarlijst hebben gehaald.

Het maken van een jaarlijst blijft een lastige bezigheid en bovendien een momentopname. Van de bijna 350 platen die ik dit jaar heb besproken, bleven na een eerste selectie nog ongeveer 125 platen over. Dat werden er vervolgens nog redelijk makkelijk 75, maar de 25 platen die in de laatste ronde af zijn gevallen misstaan geen van allen in de onderstaande lijst en hadden er misschien wel in gestaan als ik de selectie een paar dagen eerder of later had gemaakt.


Vervolgens ben ik eindeloos gaan schuiven met de 50 geselecteerde platen, tot ik het gevoel had dat het ongeveer goed was. De onderstaande platen zijn niet noodzakelijkerwijs de beste of meest vernieuwende platen van 2017. Het zijn de platen die het meest met mij hebben gedaan en die me uiteindelijk het dierbaarst zijn geworden. Het is wederom een lijst waarin de vrouwelijke singer-songwriters domineren en waarin melancholie bonuspunten oplevert, al maakt ook een goede popplaat of een experimentele rockplaat bij mij een goede kans op een hoge notering.


De onderstaande lijst is voor mij de afsluiting van het muziekjaar 2017. Ik vond het een mooi muziekjaar. Ook in 2017 ontvielen ons weer een paar grote muzikanten, maar 2017 was toch niet zo donker als 2016. 2017 was zeker geen jaar vol muzikale vernieuwing, maar het aantal bovengemiddeld goede platen was voor mij heel acceptabel. Ik heb me de afgelopen weken eindeloos laten inspireren door de jaarlijsten van anderen en hoop natuurlijk dat ook de onderstaande lijst goed is voor inspiratie. Op naar het muziekjaar 2018. 


De jaarlijst: van 50 naar 1



50-41


De nummers 50 tot en met 41 met de indringende breakup plaat van Imelda May, de nauwelijks opgemerkte maar verrassend sterke rootsplaat van Natalie Hemby, de sprookjesachtige en intieme klanken van het Noorse Picidae, de volgende collectie perfecte popsongs van meester songwriter Ron Sexsmith, de ongrijpbare bombast van Jen Gloeckner, de ultieme groeiplaat (die nog niet is uitgegroeid) van Aldous Harding, de fascinerende en veelkleurige rockplaat van het Noorse Soup, de onweerstaanbaar lekkere popliedjes van de zusjes Haim, de ongrijpbare en heerlijk stekelige rockmuziek van Big Thief en het veelzijdige bombast van het nog altijd zeer productieve en Noorse Motorpsycho,

50.  Imelda May - Life. Love. Flesh. Blood

49.  Natalie Hemby – Puxico
48.  Picidae - It's Another Wor d.
47.  Ron Sexsmith - The Last Rider
46.  Jen Gloeckner – VINE
45.  Aldous Harding - Party
44.  Soup - Remedies
43.  HAIM - Something To Tell You
42.  Big Thief – Capacity
41.  Motorpsycho - The Tower


40-31


De nummers 40 tot en met 31 met  de zwaar onderschatte en honingzoete verleiding van Alvvays, de evenzeer onderschatte en totaal ongrijpbare gitaarplaat van Beaches, de optimistische breakup plaat van Waxahatchee, de donkere en bijzonder fascinerende luistertrip van Widowspeak, de bijna verstilde maar bijzonder fraai ingekleurde pracht van Sumie, de tot op het bot uitgeklede rootssongs van Steph Cameron, de benevelende country van Queen Of San Antonio Angelica Rockne, het sprankelende avontuur van de Noorse EERA, de geweldige rootssongs van smaakmaker Chris Stapleton en de theatrale en bijzonder eigenzinnige gitaarplaat van Anna Coogan.

40.  Alvvays - Antisocialites
39.  Beaches - Second Of Spring
38.  Waxahatchee - Out In The Storm
37.  Widowspeak - Expect The Best
36.  Sumie - Lost in Light
35.  Steph Cameron - Daybreak Over Jackson Street
34.  Angelica Rockne - Queen Of San Antonio
33.  EERA - Reflection Of Youth
32.  Chris Stapleton - From A Room, Vol. 2
31.  Anna Coogan - The Lonely Cry Of Space And Time


30-21


De nummers 30 tot en met 21 met de zuchtmeisjes pop met inhoud van Charlotte Gainsbourg, de ongrijpbare dreampop en indie-rock van het avontuurlijk Japanese Breakfast, het volgende volstrekt tijdloze meesterwerk van Malojian, de eigenzinnige sprookjeswereld van Kaitlyn Aurelia Smith, de rootsplaat met talloze echo's uit het verleden van Margo Price, de zowel dromerige als venijnige dreampop van Girlpool met gitaarwerk om je vingers bij af te likken, de heerlijk traditionele bluesplaat van topzangeres Eilen Jewell, de zwaar verslavende rockplaat van het Amerikaanse Bully, de geweldige crooner plaat van ouwe rot Jim Lauderdale en de avontuurlijke en gloedvolle R&B van Kelela. die in de voetsporen treedt van geweldenaar Solange.

30.  
Charlotte Gainsbourg - Rest

29.  Japanese Breakfast - Soft Sounds From Another Planet
28.  Malojian - Let Your Weirdness Carry You Home
27.  Kaitlyn Aurelia Smith - The Kid
26.  Margo Price - All American Made
25.  Girlpool – Powerplant
24.  Eilen Jewell - Down Hearted Blues
23.  Bully - Losing
22.  Jim Lauderdale - London Southern


20-11


De nummers 20 tot en met 11 met , de fascinerende en steeds maar verder groeiende conceptplaat van Hurray For The Riff Raff, de intieme en wonderschone folksongs van Julie Byrne, de uiterst veelzijdige en razend knap in elkaar stekende rootsplaat van Curse Of Lono, de onwaarschijnlijke mix van Phil Spector en Mazzy Star van Gabriella Cohen, de grote sprong voorwaarts van het Canadese The Weather Station, de onverwachte en glorieuze terugkeer van cultheld en The Only Ones voorman Peter Perrett, de tijdloze en uit duizenden herkenbare popliedjes van Aimee Mann in topvorm, de zwoele en zoete verleiding van de Française Louane, de intense, avontuurlijke en ongrijpbare sprookjeswereld van Sevdaliza en het helaas nog altijd miskende meesterwerk van The Barr Brothers.

20.  Hurray For The Riff Raff - The Navigator
19.   Julie Byrne - Not Even Happiness
18.  Curse Of Lono - Severed
17.  Gabriella Cohen - Full Closure And No Details
16.  The Weather Station - The Weather Station
15.  Peter Perrett - How The West Was Won
14.  Aimee Mann - Mental Illness
13.  Louane - Louane
12.  Sevdaliza - ISON
11.  The Barr Brothers - Queens Of The Breakers


10-1


En dan de nummers 10 tot en met 1. De top 10 wordt net als de rest van de lijst gedomineerd door vrouwen, maar het kan alle kanten op. Van de donkere melancholie van Julien Baker en Phoebe Bridgers naar de door het verleden geïnspireerde klanken van Miranda Lee Richards en Cindy Lee Berryhill. Van de tijdloze songs van Angharad Drake en Anna Tivel naar de avontuurlijke pop van Lorde en London Grammer of de betoverende en sprankelende songs van Ilen Mer. Curtis Harding redt de eer voor de mannen met heerlijk zweverige psychedelische soul die zowel een brug naar het verleden als naar de toekomst slaat.


10.  Cindy Lee Berryhill - The Adventurist

Jaren 80 cultheld Cindy Lee Berryhill was jarenlang weinig actief in de muziek vanwege de zorg voor haar inmiddels overleden echtgenoot, maar keerde dit jaar terug met het in Nederland onderbelichte maar fantastische The Adventurist. De plaat staat natuurlijk stil bij de dood, maar viert vooral het leven. Cindy Lee Berryhill doet dat nog steeds met de 'new folk' die ze zelf in de jaren 80 op de kaart zette. Het levert een plaat op die anders klinkt dan de meeste andere platen van vrouwelijke singer-songwriters en wat straalt het een kracht en urgentie uit. Fantastische plaat van een helaas door velen vergeten (cult)held uit de jaren 80.


9.  Miranda Lee Richards - Existential Beast

Ook bij Miranda Lee Richards moest ik een tijdje terug in de tijd, maar het sterke Existential Beast laat horen dat ze het nog steeds kan. Ik hoop ieder jaar op een plaat van Mazzy Star, maar ik vraag me af of Mazzy Star had kunnen tippen aan het niveau dat Miranda Lee Richards haalt op Existential Beast. De Amerikaanse singer-songwriter sleept op bijzondere en aangenaam bezwerende wijze invloeden uit een aantal decennia rockmuziek en psychedelica naar het heden en smeedt alles op geheel eigen wijze aan elkaar. En ondertussen geeft ze ook haar nieuwe president nog een verdiende veeg uit de pan. Een van de miskende meesterwerken van 2017.


8.  Ilen Mer – Öar

De Nederlandse band Ilen Mer verraste een paar jaar geleden al eens met een authentiek aandoende folkplaat met een bijzondere (aan Kate Bush herinnerende) twist, maar gooit op Öar echt alle remmen los. Öar liet zich inspireren door de rust en stilte van de uitgestrekte Zweedse natuur, maar slaat ook allerlei onverwachte wegen in, wat een sprankelende plaat oplevert vol prachtige klanken, verrassende wendingen en natuurlijk de bijzondere stem van frontvrouw Merit Visser, die de muziek van Ilen Mer steeds weer naar grote hoogten tilt. Met Öar schaart Ilen Mer zich definitief onder de leukste Nederlandse bands van het moment en levert het een 100% jaarlijstjes plaat af.


 7.  Angharad Drake - Ghost

Ghost van Angharad Drake heb ik maanden laten liggen, maar wat ben ik inmiddels gesteld of misschien zelfs wel verliefd op deze plaat. De Australische singer-songwriter wilde een vol klinkende plaat maken, maar toen de producer moest afhaken vanwege urgentere klussen, heeft ze maar de betoverend mooie eenvoud van Ghost gemaakt. Het is een plaat vol folksongs zonder opsmuk maar vol verleiding. Na één keer horen was ik helemaal om, maar hoe vaker ik deze plaat hoor, hoe mooier hij wordt. Er verschenen dit jaar nogal wat intieme folkplaten van niveau, maar Angharad Drake steekt er wat mij betreft een flink stuk bovenuit met een plaat die echt veel meer aandacht verdient.


6.  Anna Tivel - Small Believer

Small Believer van Anna Tivel kwam ik bij toeval tegen in de Euro Americana Chart, maar toen ik de plaat eenmaal hoorde was ik er direct verliefd op, al was het maar omdat Anna Tivel de eerste herfstdagen van 2017 werkelijk prachtig inkleurde met haar mooie songs, warme klanken en heerlijke stem. Anna Tivel kent haar klassiekers op deze volstrekt tijdloze singer-songwriter plaat, maar slaagt er ook in om fris en eigentijds te klinken, waardoor Small Believer uiteindelijk flink boven het maaiveld uitsteekt en dan ook terecht opduikt in mijn top 10. De perfecte plaat voor koude herfst en winter dagen, maar in de lente is het vast ook prachtig.
 


5.  Curtis Harding - Face Your Fear

Curtis Harding debuteerde een paar jaar geleden met een plaat die vintage soul combineerde met rauwe garagerock. Het bleek een geslaagde combinatie die naar meer smaakte. Op Face Your Fear slaat Curtis Harding samen met producer Danger Mouse echter een andere weg in. De Amerikaan staat nog steeds met één been in de vintage soul uit de jaren 60 en 80, maar heeft zijn geluid verrijkt met een flinke dosis psychedelica. Face Your Fear herinnert met de heerlijk zweverige klanken aan de hoogtijdagen van Curtis Mayfield, maar klinkt op een of andere manier ook modern. Het levert een plaat op die groeit en groeit en groeit en veel meer is dan een hele smakelijke portie retro soul.



 4.  London Grammar - Truth Is A Beautiful Thing

Truth Is A Beautiful Thing leek bij eerste beluistering wat minder dan het zo bejubelde debuut van London Grammar, maar wat is het een groeiplaat. De Britse band kiest op haar tweede plaat niet voor de makkelijke weg, maar voor een loom en broeierig geluid dat zich niet onmiddellijk opdringt. Wanneer de dromerige klanken je eenmaal te pakken hebben, blijken ze echter van een bijzondere schoonheid en intensiteit. Het past allemaal prachtig bij de unieke stem van Hannah Reid, die ook op de tweede plaat van London Grammar weer laat horen dat ze moet worden gerekend tot de beste zangeressen van het moment. Weergaloze plaat van dit Britse trio.



3.  Lorde - Melodrama

De Nieuw-Zeelandse Lorde was pas 17 toen ze met Royals een wereldster werd. Met haar debuut schaarde zich onder de succesvolle popprinsessen, maar op Pure Heroine liet Lorde al horen dat ze veel meer in huis had. Dat doet ze nog wat nadrukkelijker op haar tweede plaat Melodrama. Lorde heeft niet alleen wat meer levenservaring, maar heeft ook een nog beter oor voor lekker in het gehoor liggende popliedjes met een dubbele bodem. Ondanks een heel legioen aan topproducers doet de Nieuw-Zeelandse muzikante stiekem haar eigen ding en stopt ze haar aanstekelijke popliedjes vol aangename verrassingen. Je moet er wel open voor staan, maar als je er open voor staat is Melodrama een schatkist vol bijzondere en wonderschone verrassingen.



 2.  Phoebe Bridgers - Stranger In The Alps

Phoebe Bridgers is nog piepjong, maar heeft een debuut afgeleverd dat vol staat met ellende. Stranger In The Alps is een aardedonkere plaat, maar het is ook een plaat vol schoonheid. De Amerikaanse singer-songwriter beschikt over een mooi en vaak fluisterzacht stemgeluid en heeft gezorgd voor een bijpassende instrumentatie. Het is een instrumentatie die opvalt door de bijzondere accenten die vooral door elektrische gitaren worden aangebracht en die de muziek van Phoebe Bridgers iets duisters of op zijn minst iets mysterieus geven. Phoebe Bridgers is piepjong, maar haar songs klinken door alle ellende doorleefd en volwassen. Het levert een plaat op die ik vanaf de eerste luisterbeurt heb gekoesterd.


En dan de nummer 1!




 1.  Julien Baker - Turn Out The Lights


Julien Baker haalde twee jaar geleden de tweede plaats in mijn jaarlijstje met haar indrukwekkende debuut Sprained Ankle en komt met haar tweede plaat nog een plekje hoger. Turn Out The Lights klinkt wat minder sober dan het terecht zo bejubelde debuut, maar is minstens net zo donker. Julien Baker is nog jong, maar heeft een heleboel ellende achter zich. Dat hoor je in haar songs die overlopen van melancholie en in de gitaarlijnen die de ruimte donker kleuren. Het meeste leed hoor je in de stem van Julien Baker, die het hier en daar uit schreeuwt. Turn Out The Lights is een intense en emotionele plaat. Luisteren naar Julien Baker doet soms bijna pijn, maar wat is het ook wonderschoon. Plaat van het jaar. Punt.



Morgen nog een extra dag om te kijken naar de jaarlijst over 2017. Op maandag nog een lijstje met de voor mij mooiste reissues en de muziekboeken van 2017. De resterende dagen van 2017 gebruik ik voor ontdekkingen uit de jaarlijstjes van anderen en misschien komt er ook nog wel een interessante kerstplaat voorbij. Erwin Zijleman

vrijdag 15 december 2017

SZA - Ctrl

Steeds wanneer ik een album bespreek dat in het hokje R&B kan worden geduwd, geef ik onmiddellijk aan dat ik normaal gesproken helemaal niet van het genre houd. 

Dat dat zo is geloof ik nog steeds, maar desondanks kijk ik niet meer op van R&B platen die mijn jaarlijstje halen. 

Vorig jaar schaarde ik het echt geweldige A Seat At The Table van Solange onder de tien allerbeste platen van 2016 en dit jaar duikt Take Me Apart van Kelela op in mijn jaarlijst. Uit meerdere en met name Amerikaanse jaarlijstjes pikte ik eerder deze week ook nog eens Ctrl van SZA op. 

Het officiële debuut van het alter ego van Solána Imani Rowe komt net wat te laat voor mijn jaarlijstje, maar ook dit is weer een R&B plaat die aangenaam vermaakt, maar me ook comtinu op het puntje van de stoel houdt. 

Op Ctrl kiest SZA voornamelijk voor lekkere lome beats en bijpassende vocalen. Diepe bassen en uiterst subtiele percussie worden gecombineerd met een wat zweverig aandoend elektronisch geluidstapijt met spoken word samples en met de soulvolle vocalen van SZA, die hier en daar wordt bijgestaan door grote rappers, onder wie Kendrick Lamar. 

SZA is een modern klinkende R&B plaat, die voor mij, als leek in het genre, naadloos aansluit op het meesterwerk van Solange van vorig jaar, maar de muzikante uit St. Louis, Missouri, verwerkt ook invloeden uit een verder verleden in haar muziek. 

Solána Rowe groeide volgens het persbericht bij de plaat op met de muziek van de Wu Tang Clan en soortgenoten, maar in huize Rowe was naar verluid ook de muziek van Björk een graag gezien gast en werd verder veel geluisterd naar jazz en naar de platen van Billie Holiday. Het zijn invloeden die je vooral terug hoort wanneer je wat beter naar de songs van SZA luistert. Het zijn songs die veel knapper in elkaar steken dan die van de gemiddelde R&B zangeres of popprinses en het zijn songs die vol verrassende lagen zitten. 

Of SZA vroeger ook veel naar Lauryn Hill en Janet Jackson heeft geluisterd vertelt het persbericht niet, maar ik hoor duidelijke invloeden van dit roemruchte tweetal. Wanneer SZA flink gas terug neemt heeft Ctrl ook wel iets van de muziek van Sade, maar dan voorzien van een eigentijdse R&B injectie. 

Het is knap hoe SZA muziek van een aantal decennia geleden combineert met de hedendaagse R&B en pop en het is ook knap hoe ze, net als Solange, andere wegen in slaat dan haar mainstream collega’s. 

Ctrl klinkt vergeleken met de meeste platen in het genre een stuk subtieler. Dat hoor je in het tempo dat verassend laag ligt, dat hoor je in de instrumentatie en productie die beiden verrassend subtiel en ingetogen zijn en in de vocalen die verassend loom en al even ingetogen klinken. 

Omdat ik geen kenner van het genre ben strijkt Ctrl voor mij ook met enige regelmaat tegen de haren in, zeker wanneer de teksten wat platvloers worden, maar dat maakt de plaat voor mij alleen maar interessanter. Ctrl is overigens in tekstueel opzicht ook wel een interessante plaat, want waar de meeste zangeressen in het genre over zelfvertrouwen niet hebben te klagen, toont SZA zich ook met grote regelmaat kwetsbaar en onzeker. 

Wanneer het gaat om haar muzikale prestaties is onzekerheid overigens totaal onnodig, want met Ctrl heeft SZA een plaat afgeleverd die moet worden geschaard onder de interessantere (R&B) debuten van 2017. Erwin Zijleman







donderdag 14 december 2017

Dan Michaelson - First Light

Een paar jaar geleden was ik erg onder de indruk van Distance van Dan Michaelson & The Coastguards. 

Toch wel enigszins tot mijn verbazing zie ik dat de plaat destijds niet is besproken op deze BLOG, terwijl een lovende recensie zeer op zijn plaats was geweest. Die lovende recensie komt er nu wel voor First Light, dat zonder The Coastguards is gemaakt. 

Ik ging er min of meer van uit dat Dan Michaelson een Amerikaan was, maar het blijkt een Brit. De uit Northampton afkomstige muzikant maakte een jaar of tien geleden een aantal aardige platen met zijn band Absentee en begon hierna aan zijn soloproject met The Coastguards. 

Het leverde een aantal platen op die, met name vanwege de instrumentatie en een hoofdrol van de pedal steel, nog wel in het hokje Amerikaanse rootsmuziek konden worden geduwd. In dat hokje hoort First Light wat mij betreft niet thuis. 

Voor de instrumentatie leunt Dan Michaelson dit keer zwaar op een klassiek orkest dat bestaat uit flink wat strijkers, een dubbele bas en een enkele blazer. Aangevuld met mooie pianoklanken levert het een geluid op dat nieuwe invulling geeft aan de begrippen donker en stemmig. 

Terwijl ik deze recensie schrijf valt de sneeuw al uren naar beneden en First Light vormt een steeds mooiere en treffendere soundtrack bij het winterlandschap dat buiten vorm krijgt. Dat is niet alleen de verdienste van de prachtig door Arnulf Lindner gearrangeerde strijkers, maar zeker ook van de bijzondere zang van Dan Michaelson. 

De nog niet zo oude Brit beschikt over een donker en wat krakerig stemgeluid en heeft een manier van zingen die het gesproken woord af en toe dicht benadert. In eigen land is de Britse muzikant al vergeleken met Leonard Cohen, maar dat vind ik relatief kort na de dood van de oude meester nog even heiligschennis. 

First Light doet mij vooral denken aan de muziek van Nick Cave, Bill Callahan, Mark Lanegan en John Murry, om maar een aantal namen te noemen, terwijl hier en daar een flard van Tom Waits, Lee Hazlewood of Van Morrison opduikt. Dan Michaelson heeft echter ook een duidelijk eigen geluid en het is een geluid van grote schoonheid. 

De songs op First Light slepen zich uiterst langzaam voort en zijn voorzien van een instrumentatie die over het algemeen spaarzaam is. Dan Michaelson verlaagt het tempo van zijn muziek nog wat  verder door zijn teksten over het algemeen langzaam uit te spreken. 

First Light bevat negen songs, maar omdat de songs op elkaar lijken en allemaal een laag tempo kiezen, laat de plaat zich ook beluisteren als één lange track. Het is een uiterst stemmige track waarin schoonheid en melancholie hand in hand gaan. Het is bovendien een track die prachtige beelden op het netvlies tovert. 

First Light van Dan Michaelson kleurt zoals gezegd prachtig bij het sneeuwlandschap dat zich voor mijn ogen heeft ontwikkeld de afgelopen uren, maar wanneer de zon onder gaat mag je ook je eigen beelden bedenken bij de prachtige maar ook zeer indringende klanken van Dan Michaelson. Bijzondere plaat die veel meer aandacht verdient dan de meeste releases uit december normaal gesproken krijgen. Erwin Zijleman

First Light is ook verkrijgbaar via de website van Dan Michaelson: http://shop.danmichaelsonandthecoastguards.co.uk/buy/first-light-55/.



woensdag 13 december 2017

QTY - QTY

Niets nieuws onder de zon was mijn eerste gedachte bij beluistering van het titelloze debuut van QTY, maar op een of andere manier raakte ik in no time gesteld op het debuut van de band uit New York. 

QTY komt voort uit de mij onbekende band Grand Rapids en is geformeerd rond gitaristen en vocalisten Dan Lardner en Alex Niemetz (v). 

De twee namen een paar jaar geleden een paar demo’s op in San Francisco en kregen onmiddellijk een platencontract aangeboden. Dat de platenmaatschappij vertrouwen heeft in QTY blijkt ook wel uit het feit dat niemand minder dan Bernard Butler (ook bekend als de eerste gitarist van Suede en als de helft van het onderschatte duo McAlmont & Butler) werd gestrikt voor de productie van het debuut van de band. 

QTY klinkt bij eerste beluistering als een mix van Lou Reed en The Strokes, wat betekent dat de refreinen aanstekelijk zijn en de zang wat onderkoeld klinkt. QTY is er in geslaagd om het beste van beide werelden te verenigen en een aantal decennia New Yorkse popmuziek samen te brengen. De songs van QTY zijn net zo aanstekelijk en onweerstaanbaar als die van The Strokes, maar klinken net zo urgent als de songs die Lou Reed het grootste deel van zijn carrière heeft gemaakt. 

Dan Lardner en Alex Niemetz hadden naar verluid een voorliefde voor rauwe garagerock en punky hooks, maar Bernard Butler heeft de muziek van de New Yorkse band ook voorzien van een popinjectie. Luisteren naar het debuut van QTY roept niet alleen associaties op met het imposante oeuvre van Lou Reed en het memorabele debuut van The Strokes, maar doet me ook met grote regelmaat denken aan de muziek van de Britse band Pulp. 

Bernard Butler heeft de wat grauwe klanken uit de oefenkelder in New York verder hier en daar voorzien van zonnige koortjes en breed uitwaaiende gitaarpartijen met hier en daar een vleugje glamrock. Het zorgt ervoor dat het debuut van QTY niet alleen donker en catchy klinkt, maar ook een echte feelgood plaat is. 

Toen ik de plaat een paar keer had gehoord zaten vrijwel alle songs in mijn hoofd, genoot ik van de geweldige refreinen en melodieën, was ik onder de indruk van de heerlijke gitaarlijnen van de band en enthousiast over de aan Lou Reed herinnerende vocalen van Dan Lardner. 

Het zijn vocalen die luchtiger klinken dan die van de zo legendarische stadgenoot (die helaas niet meer onder ons is), wat deels de verdienste is van Alex Niemetz, die bijzonder aangenaam klinkende vrouwenvocalen met een 60s feel toevoegt aan het geluid van QTY. 

Het debuut van QTY doet direct bij de eerste noten aan van alles en nog wat denken en klinkt daarom als oude wijn in nieuwe zakken, maar naarmate je de plaat vaker hoort valt op dat Dan Lardner en Alex Niemetz wel degelijk andere ingrediënten hebben toegevoegd, waardoor het debuut van de New Yorkse band aangenamer en aangenamer wordt. 

Ik ben er nog niet uit of het een guilty pleasure is of een echte, maar zolang de muziek van QTY zorgt voor een brede glimlach ben ik vooral heel blij met deze plaat. Erwin Zijleman



dinsdag 12 december 2017

Girlpool - Powerplant

Na de release vloed van de afgelopen weken is het de komende weken eb en vertrouw ik voor een belangrijk deel op de tips die ik vind in de jaarlijstjes van anderen (het jaarlijstje van de krenten uit de pop komt overigens op 16 december) en andere tips die ik binnen krijg. 

Het levert zo af en toe platen op die ik echt niet had willen missen en Powerplant van Girlpool is zo’n plaat. 

Het is een plaat die al in het voorjaar verscheen en het is de tweede plaat van het duo dat wordt gevormd door Cleo Tucker en Harmony Tividad, twee jonge twintigers uit Los Angeles. 

Het gekke is dat ik het debuut van Girlpool wel ken, maar de tweede plaat is me echt ontgaan eerder dit jaar. Misschien wel omdat het in 2015 verschenen Before The World Was Big me uiteindelijk niet volledig wist te overtuigen. Ik hoorde wel iets van belofte, maar destijds pakte de plaat me niet. 

Wilco’s Jeff Tweedy was wel onder de indruk van het debuut van Girlpool (en wanneer ik de plaat nu beluister kan ik hem alleen maar gelijk geven) en was eigenlijk van plan om de tweede plaat van het duo te produceren. Dat lukte door andere projecten uiteindelijk niet en daarom deden Cleo Tucker en Harmony Tividad het zelf. En ze hebben het zeer verdienstelijk gedaan.

Powerplant klinkt vergeleken met het debuut van Girlpool wat minder minimalistisch, onder andere omdat het tweetal drums heeft toegevoegd aan het geluid. Het is een geluid dat me met grote regelmaat herinnert aan de uit de jaren 90 stammende prachtplaten van onder andere Juliana Hatfield en Liz Phair. Girlpool heeft de dynamiek van deze platen meegenomen naar haar tweede plaat en vervolgens verder verfijnd. 

Het contrast tussen aan de ene kant wonderschone gitaarlijnen en fluisterzachte en suikerzoete vocalen en aan de andere kant het hoge lo-fi gehalte en de stevige gitaaruitbarstingen is levensgroot, maar bij Girlpool gaan beide uitersten vrijwel naadloos in elkaar over, wat de tweede plaat van het Californische duo voorziet van dynamiek, onderhuidse spanning en lading. 

In de meest melodieuze momenten schuurt Girlpool dicht tegen de dreampop (denk vooral aan Lush) en shoegaze aan, maar de twee muzikanten uit Los Angeles zijn ook niet vies van noisy uitbarstingen of heerlijke rammelpop. Hiernaast zijn er de zonnige gitaarloopjes die zomaar uit de gitaren van Johnny Marr hadden kunnen komen, maar die ook ieder moment kunnen omslaan in een bak herrie. 

De songs van Girlpool lijken op het eerste gehoor behoorlijk simpel en sober, maar hoe vaker ik ze hoor, hoe beter en mooier ze worden. Het gitaarwerk wordt bij meerdere keren horen alleen maar veelkleuriger en betoverender, maar ook de stemmen van Cleo Tucker en Harmony Tividad hebben steeds meer effect en groeien aan kracht. 

Direct bij eerste beluistering wist ik dat Powerplant van Girlpool een plaat is die ik ga koesteren, maar inmiddels kan ik nauwelijks meer zonder de zoete maar soms ook venijnige verleiding van het duo uit Los Angeles. 

Met Jeff Tweedy achter de knoppen had de plaat waarschijnlijk wat meer aandacht gekregen, maar of de Wilco voorman het torenhoge niveau van Powerplant had weten te evenaren lijkt me niet op voorhand zeker. 

Ik zet Powerplant nog maar eens op en wordt onmiddellijk beneveld door honingzoete stemmen en gitaarlijnen waarvan je alleen maar kunt dromen. Zwaar verslavende plaat die met hoge snelheid richting de top van mijn jaarlijst schiet. Wat ben ik blij dat ik hem uiteindelijk niet gemist heb. Erwin Zijleman

Een digitale versie van Powerplant van Girlpool is verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://girlpoool.bandcamp.com.





 

maandag 11 december 2017

Mount Eerie - A Crow Looked At Me

De Amerikaanse muzikant Phil Evrum heeft inmiddels een behoorlijke staat van dienst in de popmuziek, maar zijn naam zal bij velen geen belletje doen  rinkelen. 

Zelf ken ik hem vooral van zijn project The Microphones, dat aan het eind van de jaren 90 en aan het begin van het nieuwe millennium een aantal bijzondere platen maakte, waaronder mijn voorlopige favoriet The Glow, Pt. 2 uit 2001 en Mount Eerie uit 2003. 

Die laatste plaat gaf het volgende project van Phil Evrum zijn naam en ook als Mount Eerie heeft de Amerikaan inmiddels een flinke stapel platen op zijn naam staan. Het zijn in eigen beheer uitgebrachte platen die in Nederland nauwelijks aandacht hebben gekregen en persoonlijk ken ik ze dan ook geen van allen. 

Het dit jaar verschenen A Crow Looked At Me duikt, toch wel enigszins tot mijn verrassing, op in aardig wat jaarlijstjes (waaronder zelfs in de top 10 van het verder weinig verrassende lijstje van Oor) en daarom ben ik ook maar eens naar de plaat gaan luisteren. Het blijkt een zeer persoonlijke en donker gekleurde plaat met vooral ingetogen of zelfs verstilde songs. 

Dat A Crow Looked At Me zo’n donkere plaat is geworden, is niet zo gek. Vorig jaar overleed de vrouw van Phil Evrum en de moeder van zijn kind. Geneviève Castrée was een Canadese kunstenaar, schrijver en muzikant, die de strijd tegen kanker verloor en Phil Evrum verslagen heeft achtergelaten. 

De Amerikaanse muzikant nam A Crow Looked At Me op in de kamer waarin zijn geliefde overleed, gebruikte haar gitaar, bas en apparatuur, schreef de teksten op haar papier en keek uit hetzelfde raam als Geneviève Castrée deed in haar laatste dagen. De sober ingekleurde songs laten horen dat Phil Evrum het verlies van zijn geliefde nog lang niet heeft verwerkt en nog niet meer zijn dan de eerste stapjes in dit proces. 

De songs op A Crow Looked At Me zijn gitzwart en lopen over van melancholie en verdriet. Het zijn zeker niet de mooiste of meest bijzondere popliedjes die Phil Evrum heeft geschreven, maar het zijn wel popliedjes die je diep kunnen raken. 

Ik heb de plaat inmiddels zelf meerdere keren beluisterd en het kostte me eerlijk gezegd steeds meer moeite om naar de plaat te luisteren. Bij beluistering voel ik me de ongewenste getuige van de diepe rouw van een muzikant, die in zijn songs alleen maar aan zijn overleden vrouw kan denken en het liefst in huilen uit zou barsten. 

Het levert muziek op die opvalt door zijn puurheid en eenvoud, maar die vooral indruk maakt met de enorme hoeveelheid emotie die er in is opgeslagen. Luister naar A Crow Looked At Me van Mount Eerie en er schuiven aardedonkere wolken voor de zon. De meeste songs op de plaat zijn bijna deprimerend, maar hebben ook een bijzondere ruwe schoonheid. Het zorgt ervoor dat het bijna pijn doet om naar A Crow Looked At Me te luisteren, maar op een of andere manier wil ik het toch steeds weer horen. 

Iets in mij zegt dat Phil Evrum deze door persoonlijk leed gedomineerde songs voor zichzelf had moeten houden, maar dat heeft de Amerikaan niet gedaan. Hij maakt de luisteraar nu deelgenoot van zijn verdriet en draagt de pijn voor een heel klein beetje over. Het luisteren naar de songs op de plaat wordt steeds moeilijker, maar zolang ik het idee heb dat ik Phil Evrum er een beetje mee help blijf ik het doen. Erwin Zijleman

De digitale versie van A Crow Looked At Me is verkrijgbaar via bandcamp: https://pwelverumandsun.bandcamp.com/album/a-crow-looked-at-me
Een fysiek exemplaar via de website van Phil Evrum: http://www.pwelverumandsun.com/store#mounteerie.



 

zondag 10 december 2017

Howe Gelb & Lonna Kelly - Further Standards

Howe Gelb, natuurlijk vooral bekend als voorman van Giant Sand, maar inmiddels ook van een flink aantal prima soloplaten, verraste vorig jaar met het opvallende Future Standards. 

Op deze plaat trad de muzikant uit Tucson, Arizona, in de voetsporen van Bob Dylan, die zich op zijn laatste paar platen heeft gemanifesteerd als een volleerd crooner. 

Future Standards stond vol met songs die Frank Sinatra heel graag vertolkt zou hebben, maar waar Bob Dylan de songs uit het American Songbook haalde, schreef Howe Gelb zijn “Sinatra songs” op Future Standards gewoon zelf. 

De Amerikaanse muzikant ging na de release van de plaat het podium op met de songs van Future Standards en kijkt een jaar later terug met Further Standards. De nieuwe release bevat een groot aantal songs van de vorige plaat, maar dan live opgenomen, maar bevat ook restmateriaal en een aantal gloednieuwe songs. 

Op de cover van Further Standards prijkt niet alleen de naam van Howe Gelb, maar heeft ook de naam van zangeres Lonna Kelley een plekje gekregen. De geweldige stem van Lonna Kelly noemde ik vorig jaar nog het geheime wapen van Future Standards, maar op het podium is de rol van de uit Phoenix, Arizona, afkomstige zangeres flink gegroeid. Op Further Standards zijn de zwoele vocalen van Lonna Kelly daarom niet langer een geheim wapen, maar zijn ze het sterkste wapen van de plaat. 

Further Standards borduurt natuurlijk flink voort op het vorig jaar zo goed ontvangen Future Standards, maar ik vind het toch meer dan een tussendoortje. De live opgenomen songs laten horen dat Howe Gelb ook op het podium een uitstekend crooner is en dat de songs van de plaat in een nog wat eenvoudigere jazzy instrumentatie minstens net zo makkelijk overeind blijven als een jaar geleden. 

Howe Gelb zingt op zijn minst verdienstelijk, maar hij legt het toch af tegen Lonna Kelly die alle songs op de plaat nog wat verder omhoog stuwt. Further Songs is een heerlijke plaat voor de late, kleine en vroege uurtjes en geven je het gevoel dat je de woonkamer in het koude Nederland hebt verruild voor een broeierige nachtclub in Arizona. 

In deze nachtclub vertolkt Howe Gelb met eenvoudige middelen zijn songs en het zijn songs die stuk voor stuk tijdloos klinken. Hier en daar mag de gitarist heerlijk soleren, maar over het algemeen genomen is de muziek sober en staan de stemmen centraal. Met name Lonna Kelly steelt hierbij keer op de keer de show, maar de contrasten die Howe Gelb aanbrengt zitten haar zeker niet in de weg en tillen de zang van de mij verder onbekende zangeres keer op keer naar een nog wat hoger niveau. 

Howe Gelb heeft inmiddels een zeer imposant oeuvre op zijn naam staan en het is een oeuvre vol verrassende wendingen. Ook de vorig jaar op Future Standards ingeslagen weg was een verrassende wending en het was een hele aangename. Further Standards laat horen dat Howe Gelb nog wel even door kan gaan op de ingeslagen weg, want ik hoor op de nieuwe plaat, tussendoortje of niet, alleen maar groei. Erwin Zijleman

Further Standards van Howe Gelb en Lonna Kelly is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Howe Gelb: https://howegelbmusic.bandcamp.com/album/further-standards.