donderdag 19 april 2018

Isaac Gracie - Isaac Gracie

Het debuut van Isaac Gracie roept momenteel zeer uiteenlopende reacties op. De een beweert dat de jonge Brit een nieuwe dimensie toevoegt aan het begrip saaiheid, terwijl de ander de jonge Brit vergelijkt met een aantal onbetwiste grootheden uit de geschiedenis van de popmuziek. 

Ik heb het titelloze debuut van Isaac Gracie inmiddels een aantal keren beluisterd en wordt nog steeds wat heen en weer geslingerd. 

Natuurlijk is de vergelijking met grootheden als Jeff Buckley en zelfs Leonard Cohen totaal uit de lucht gegrepen en veel teveel eer, maar een slechte plaat is het debuut van Isaac Gracie zeker niet. 

Het is een debuut dat verrassend veel invloeden laat horen. Isaac Gracie grijpt hier en daar terug op de grote singer-songwriters uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 en laat ook invloeden horen uit de psychedelica uit deze periode. Aan de andere kant kan de Brit ook uit de voeten met net wat stevigere en intensere songs, kan hij aansluiten bij de Britpop van de afgelopen decennia en is hij soms ook niet ver verwijderd van al die jonge Britse singer-songwriters die het momenteel zo goed doen bij met name tienermeisjes. 

Het levert een aantal songs op die zeer in de smaak zullen vallen bij de radiostations die Ed Sheeran hebben uitgroepen tot held, maar ook een aantal songs die liefhebbers van tijdloze en in artistiek opzicht interessantere popmuziek zal boeien. 

Het debuut van Isaac Gracie is voorzien van een veelzijdig geluid dat kris kras door een aantal decennia popmuziek springt. Het is een bijzonder aangenaam geluid dat uitstekend past bij de prima stem van de Brit, die met deze stem alle kanten op kan. Isaac Gracie kan loom en dromerig klinken, kan stevig rocken, kan uit de voeten als typische singer-songwriter, maar heeft ook genoeg in huis om de jonge liefhebber van radiovriendelijke popmuziek te verleiden. 

Ik word zoals gezegd wat heen en weer geslingerd. Hier en daar vind ik het wat te gladjes en te braaf, maar zeker wanneer Isaac Gracie wat psychedelica toevoegt aan zijn muziek of kiest voor songs met wat meer gevoel, valt er veel te genieten en maakt de muzikant uit Londen wat mij betreft indruk, zeker in vocaal opzicht. 

Op de momenten dat Isaac Gracie nog niet zoveel indruk maakt klinkt zijn debuut vooral erg lekker en ook dat is wat waard. Ik blijf het daarom nog maar even proberen met het debuut van de jonge Brit en hoor steeds meer dat een plekje op deze BLOG rechtvaardigt. Voorlopig ga ik dus maar even mee in de hype rond deze jonge Brit. Erwin Zijleman



 

woensdag 18 april 2018

Juliana Hatfield - Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John

Toen Juliana Hatfield nog een heel klein meisje was playbackte ze met een haarborstel als microfoon de popsongs van Olivia Newton-John voor de spiegel in haar kinderkamer. 

De Amerikaanse singer-songwriter heeft inmiddels zelf een zeer respectabele stapel platen op haar naam staan, maar ze moest nog altijd wat met de kennelijk nooit verdwenen liefde voor de muziek van Olivia Newton-John. 

Zelf ben ik niet heel goed thuis in het oeuvre van de popster uit met name de jaren 70, wiens carrière een flinke boost kreeg door de film Grease, al wilde mijn zus net als Juliana Hatfield wel eens wat playbacken uit het oeuvre van de van oorsprong Britse zangeres, die in 1971 debuteerde en nog steeds platen maakt. 

Bij Olivia Newton-John denk ik vooral aan suikerzoete popliedjes en dat zijn popliedjes waar ook Juliana Hatfield niet vies van is, al voorziet ze deze meestal van een rauw en gruizig randje. Ook op Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John hoor ik af en toe een gruizig randje of net wat meer power pop dan in de jaren 70 gebruikelijk was, maar over het algemeen genomen blijft Juliana Hatfield verrassend dicht bij de originelen en vertolkt ze de songs van haar jeugdheld met opvallend veel liefde en respect. 

Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John is hierdoor minder rauw dan de laatste platen van de Amerikaanse singer-songwriter, waaronder het in 2017 verschenen Pussycat waarop ze stevig uithaalde naar de op dat moment net gekozen nieuwe president van de Verenigde Staten. De vertolkingen van de songs van Olivia Newton-John zullen daarom waarschijnlijk niet bij iedereen in de smaak vallen. 

Ik heb zelf zeker geen zwak voor de songs van de popprinses uit de jaren 70, maar ik heb wel een enorm zwak voor Juliana Hatfield en kan daarom toch wel genieten van deze nieuwe plaat, die we maar als tussendoortje zullen bestempelen. 

Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John kabbelt heerlijk voort, laat met grote regelmatig popliedjes horen die er mogen zijn en wordt natuurlijk aangenaam ingekleurd met de voor mij onweerstaanbare stem van Juliana Hatfield. Mede door de originele keuze voor in deze kringen niet alledaags repertoire, krijgt Juliana Hatfield ook dit keer een dikke voldoende, al moet ik zeggen dat de versie die Sarah Blasko ooit maakte van Olivia Newton-John’s Xanadu (met E.L.O.) nog veel en veel mooier is. Erwin Zijleman

Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Juliana Hatfield: https://julianahatfield.bandcamp.com. De opbrengst van de plaat gaat overigens naar het goede doel.



 

dinsdag 17 april 2018

Sarah Shook & The Disarmers - Years

Er zijn momenteel nogal wat jonge countryzangeressen die opgroeiden in een liefdevol en inspirerend nest vol goede muziek en die al op jonge leeftijd warm werden onthaald in Nashville om daar vervolgens ook direct succes te oogsten. 

Sarah Shook is uit totaal ander hout gesneden. Ze groeide op in een streng religieus gezin op het platteland van North Carolina, waar rebelse types als Sarah Shook niet werden getolereerd, zeker niet als ze er andere ideeën op nahielden over religie en seksualiteit en van deze ideeën geen geheim maakten. 

Via een huwelijk kon ze ontsnappen aan het strakke keurslijf en zich richten op haar passie: de muziek. 

Sarah Shook is inmiddels meerdere relaties verder en heeft nu al een ruig en niet altijd even makkelijk leven achter de rug, waarin de fles vaak troost bracht. In 2015 formeerde Sarah Shook in Pittsboro, North Carolina, haar begeleidingsband The Disarmers, wat in hetzelfde jaar het in eigen beheer uitgebrachte en niet heel breed opgepikte Sidelong opleverde. 

Het is een plaat die nu wordt opgevolgd door Years, dat een aantal flinke stappen in de goede richting zet en met name in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk is onthaald met positieve recensies. Dat verbaast me niet, want Years is een erg sterke plaat. 

Het is een plaat die ver blijft verwijderd van de countrypop zoals die momenteel in Nashville wordt gemaakt en vol kiest voor de meer traditionele Amerikaanse countrymuziek. Het is countrymuziek vol invloeden uit de rock ’n roll en de honky tonk en het is countrymuziek die onmiddellijk beelden op het netvlies tovert van duistere clubs waarin het podium met kippengaas van de over het algemeen wat rauwe bezoekers is afgeschermd. 

Het is muziek zoals die al een aantal decennia wordt gemaakt en die op zeer vakkundige wijze wordt vertolkt door The Disarmers. De band van Sarah Shook biedt plaats aan een lekker energieke ritmesectie, maar ook de gitarist van de band kan er wat van en tovert zowel countryloopjes als rauwe rock ’n roll riffs uit zijn gitaren. 

Het levert muziek op vol passie en temperament en het is muziek die de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek in ere houdt. Ik vind het allemaal bijzonder lekker klinken, maar het meest ben ik toch gecharmeerd van de stem van Sarah Shook. De Amerikaanse muzikanten heeft op zich geen hele mooie of bijzondere stem, maar het is wel een stem vol gevoel en doorleving, die flink wat ellende over je heen spuugt. 

Het doet me allemaal wel wat denken aan de geweldige platen van de helaas wat in de vergetelheid geraakt Sarah Borges, maar Sarah Shook heeft vast ook talloze voorbeelden uit een verder verleden. 

Ik laat me normaal gesproken sneller verleiden tot wat moderne countrymuziek, maar de traditionele country van Sarah Shook & The Disarmers grijpt je vanaf de eerste noten van Years bij de strot en laat voorlopig echt niet meer los. Of, hoe de band zich zelf introduceert op haar bandcamp pagina" Sarah Shook & The Disarmers are a country band with a sneer, a bite, and no apologies. Shook's original songs take on the usual country spin on shitty relationships, bad decisions, and excessive alcohol consumption for damn good reasons". Prachtig. Erwin Zijleman

Years van Sarah Shook & The Disarmers is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://sarahshookthedisarmers.bandcamp.com.



 

maandag 16 april 2018

Kissy Fleur - Ripened Fruit

Kissy Fleur is een jonge singer-songwriter die werd geboren in Nederland, opgroeide in het Australische Sydney, maar sinds kort weer is teruggekeerd in Nederland. 

De afgelopen drie jaar knutselde ze op haar slaapkamer haar debuutalbum in elkaar en dat heeft een buitengewoon opvallend en indrukwekkend album opgeleverd. 

Ripened Fruit valt allereerst op vanwege de thematiek. Het album vertelt het heftige verhaal van een jong meisje dat wordt verkracht en sluit hiermee aan bij de #MeToo beweging van het moment, die dit soort verhalen bespreekbaar maakt en de daders aanklaagt. 

Kissy Fleur vertelt het trieste verhaal van een jong meisje dat wordt getekend door seksueel geweld op bijzondere wijze en concentreert zich hierbij op alle emoties rond zo’n ingrijpende gebeurtenis. 

Ripened Fruit is een dromerige en soms bijna sprookjesachtige klinkende plaat, wat flink contrasteert met de aardedonkere thematiek. Kissy Fleur verpakt al het vreselijks dat de hoofdpersoon is overkomen in metaforen, wat de trefzekerheid van haar teksten uiteindelijk alleen maar vergroot en al het leed op de plaat net wat draaglijker maakt. 

De songs op de plaat zijn zoals gezegd dromerig en sprookjesachtig, maar het zijn ook songs vol muzikaal avontuur en songs waarin de emotie in een aantal gevallen flink opbouwt. Kissy Fleur heeft haar songs voorzien van atmosferische elektronische klanken, die vervolgens worden gecombineerd met klassiek aandoende arrangementen en het veelkleurige en betoverende geluid van haar harp. 

Het past uitstekend bij de dromerige en vaak wat meisjesachtige stem van Kissy Fleur, die op fascinerende wijze in de huid kruipt van de hoofdpersoon op Ripened Fruit; een hoofdpersoon die ze uiteraard best zelf kan zijn. 

In de songs wordt de spanning langzaam opgebouwd wanneer de voorgeschiedenis van het verhaal wordt verteld, wat Ripened Fruit voorziet van een bijzondere lading en onderhuidse spanning. Kissy Fleur trekt je steeds dieper in de bijzondere wereld die ze creëert op haar debuut, waardoor je steeds meer compassie voelt voor het slachtoffer en steeds meer afschuw voor de dader. Het zorgt ervoor dat Ripened Fruit niet alleen een verhaal vertelt, maar ook op subtiele wijze seksueel geweld aanklaagt. 

De thematiek valt uiteindelijk niet los te zien van de plaat en dat zorgt voor diepe contrasten. Zo donker als het verhaal op de plaat is, zo wonderschoon is de muziek. Kissy Fleur maakt indruk met songs die maar weinig associaties oproepen met muziek uit het verleden en een duidelijk eigen geluid laten horen. Ik moest er even aan wennen, maar inmiddels ben ik diep onder de indruk van het emotionele debuut van Kissy Fleur. Erwin Zijleman

Ripened Fruit van Kissy Fleur is voor slechts 5 euro in digitale vorm verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://kissyfleur.bandcamp.com.


 

zondag 15 april 2018

Clara Luciani - Sainte Victoire

Beluistering van de nieuwe plaat van oudgediende Françoise Hardy bracht me op het spoor van Sainte Victoire van Clara Luciani. 

Deze jonge Française werd geboren in Marseille, maar vertrok op haar 19e naar Parijs, waar ze onderdak vond bij Nouvelle Vague, La Femme en in de scene rond de Parijse muzikant Benjamin Biolay. 

Sainte Victoire is zo te zien het debuut van Clara Luciani en het is een plaat die natuurlijk lang niet zoveel indruk maakt als de laatste plaat van Françoise Hardy. 

Waar de melancholie van één van de grootheden van de Franse popmuziek op haar laatste plaat door de ziel snijdt, moet Clara Luciani het, zeker in eerste instantie, vooral hebben van de zoete, zwoele en jeugdige verleiding. De jonge Française moet hierbij concurreren met een heel legioen jonge Franse zangeressen, maar ze beschikt over een aantal sterke wapens. 

Het meest in het oor springende wapen is haar stem. Het is een vrij donkere stem, die het uitstekend doet in tracks die zwoel verleiden, maar Clara Luciani kan veel meer. Sainte Victoire is immers ook een verrassend veelzijdige plaat. In de eerste paar tracks van haar debuut gaat Clara Luciani achtereenvolgens aan de haal met moderne dance, 70s disco en kille 80s new wave, waarna ze in een broeierige track laat horen dat ze ook uit de voeten kan in een Frans chanson met jazzy invloeden. 

Zeker in de tracks waarin de jonge muzikante uit Parijs wat gas terug neemt verrast ze met vocalen die zich heerlijk opdringen, maar ook het nodige talent laten horen. Het schuurt fraai aan tegen de instrumentatie die, zeker naarmate de plaat vordert, overloopt van verrassing. Wat het ene moment nog relatief dicht bij het traditionele Franse chanson ligt, bedwelmt maar iets later met een zwaar aangezet elektronisch geluid, terwijl emotievolle momenten zomaar kunnen worden afgewisseld met zwoele flirts met de dansvloer. 

De stem van Clara Luciani kan hierbij zomaar een aantal octaven omhoog of omlaag schieten, waardoor ze binnen een track transformeert van een zwoel zuchtmeisjes in een kille electropopprinses of in een zangeres die het Franse chanson met de paplepel ingegoten heeft gekregen. 

Sainte Victoire opent verzadelijk aanstekelijk en lichtvoetig, maar de plaat geeft al snel veel geheimen prijs en onderscheidt zich opeens met speels gemak van die van haar vele jonge concurrenten. Het is zoals gezegd niet te vergelijken met de mokerslag die Françoise Hardy uitdeelt op haar nieuwe plaat, maar dat het debuut van Clara Luciani overloopt van belofte is voor mij zeker. 

Naarmate de plaat vordert worden de songs van de jonge Française steeds fascinerender, donkerder en mooier, waardoor het lastig te begrijpen is dat de plaat opent met een aantal betrekkelijk doorsnee stampers. Laat je hierdoor niet op het verkeerde been zetten, want hoe verder je komt op Saint Victoire hoe indrukwekkender het wordt. 

Vorig jaar verrasten onder andere Pomme en Louane met geweldige platen. Die van Clara Luciani moet zeker aan dit rijtje worden toegevoegd en legt de lat hoog voor alles wat nog komen gaat uit de hoek van de jeugdige Franse pop. Erwin Zijleman



 

Françoise Hardy - Personne d'Autre

Françoise Hardy was pas net 18 toen ze in 1962 debuteerde met Tous Les Garçons Et Les Filles. Met de plaat maakte de zangeres uit Parijs een blauwdruk voor de toekomstige Franse popmuziek, terwijl ze met haar uiterlijk en persoonlijkheid de harten stal van een aantal beroemde muzikanten (van Bob Dylan tot Mick Jagger) en een hele generatie mannen zonder naam en faam.

Françoise Hardy is inmiddels 74 en tobt al enige tijd met een zwakke gezondheid. De afgelopen jaren bracht ze dan ook geen platen meer uit, maar met Personne d'Autre is de Française terug en hopelijk is het niet de laatste keer dat ze ons verblijdt met een nieuw album. 

Françoise Hardy maakte op Tous Les Garçons Et Les Filles zonnige en onbevangen pop, maar op Personne d'Autre tellen de jaren en domineert een stemmig en nogal melancholisch aandoend geluid. Het is een geluid dat bijzonder fraai is ingekleurd door producer Erick Benzi, die de plaat heeft voorzien van subtiele maar wonderschone arrangementen met onder andere prachtige bijdragen van strijkers en blazers. 

De warme en stemmige klanken passen prachtig bij de stem van Françoise Hardy, die natuurlijk al lang niet meer zo jeugdig en onbevangen klinkt als op haar debuut, maar nog altijd beschikt over een stem die iets kan doen met een song en met de luisteraar. 

Franse zangeressen moeten zich wat mij betreft niet wagen aan Engelstalige songs en daar had Françoise Hardy in het verleden wel eens een handje van. Personne d'Autre bevat gelukkig maar één Engelstalige track en het is bij mij de enige track die, ondanks prachtig gitaarspel, niet aankomt. De 11 Franstalige tracks op de plaat komen wel aan. En hoe. Mijn Frans is niet van dien aard dat ik zonder tekstvel begrijp wat Françoise Hardy wil zeggen op haar nieuwe plaat, maar ze lijkt de balans op te maken van een fascinerend leven. 

Ik heb de afgelopen jaren een enorm zwak ontwikkeld voor zwoele Franstalige pop, maar ook de wat meer ingetogen en melancholische klanken van Françoise Hardy hebben me met speels gemak verleid. 

Personne d'Autre heeft in veel tracks genoeg aan een piano, wat subtiele versiersels en uiteraard de machtige stem van een van de iconen uit de geschiedenis van de Franse popmuziek. Françoise Hardy verleidt op haar nieuwe plaat met warme klanken en een stem waarvan je alleen maar kunt houden, maar kruipt vervolgens diep onder de huid met songs die veel dieper graven van die van de jonge Franse zuchtmeisjes die niet hadden bestaan zonder Françoise Hardy’s Tous Les Garçons Et Les Filles en met zang die lading geeft aan ieder woord dat ze uitspreekt (wat haar in het Frans aanzienlijk beter af gaat dan in het Engels). 

Personne d'Autre wordt hier en daar gepresenteerd als een afscheidsplaat, maar gezien de vorm waarin Françoise Hardy verkeert op haar nieuwe plaat hoop ik op nog veel meer. Tot die tijd verdient het fraaie Personne d'Autre alle aandacht. Ook in Nederland. Erwin Zijleman



 

zaterdag 14 april 2018

Johan - Pull Up

November 1996 was een koude maand en de voorloper van een voor Nederlandse begrippen strenge winter. Toch is het ook de maand waarin plotseling de lente uitbrak, wat volledig de verdienste was van het debuut van de Nederlandse band Johan. 

De band uit Hoorn grossierde op haar titelloze debuut in Beatlesque popliedjes waarvan de zon onmiddellijk ging schijnen en die na één keer horen voorgoed in je kop zaten. 

Johan zou het kunstje van haar debuut nog drie keer herhalen, wat memorabele albums als Pergola (2001), Thx Jhn (2004) en 4 (2009) opleverde, waarna voorman  Jacob de Greeuw het einde van de band aankondigde. 

We zijn inmiddels bijna negen jaar verder en bijna uit het niets is Johan terug met Pull Up. Bijna uit het niets, want sinds de aankondiging van de plaat een paar maanden geleden werd er door velen reikhalzend uitgekeken naar de nieuwe plaat van de band, die ruim een decennium kleur gaf aan de Nederlandse popmuziek en het Excelsior label op de kaart zette. 

Pull Up komt inmiddels voor de zoveelste keer uit de speakers en ik kan alleen maar concluderen dat Johan het na al die jaren weer geflikt heeft. In grote lijnen is er niet eens zo veel veranderd sinds de plotselinge lente in het najaar van 1996. Johan maakt nog altijd zonnige popliedjes met een vleugje melancholie en het zijn popliedjes die nog altijd van het predicaat ‘Beatlesque’ kunnen worden voorzien, al zijn invloeden van The Byrds misschien nog wel belangrijker in het geluid van de Nederlandse band. 

De popliedjes van Johan zijn nog altijd popliedjes die de gevoelstemperatuur doen stijgen en die goed zijn voor lentekriebels, maar het zijn ook popliedjes met een donkere ondertoon. Die donkere ondertoon komt vooral naar voren in de teksten van Jacob de Greeuw, die ook dit keer de nodige ellende van zich afschrijft, maar ook in muzikaal opzicht laat Pull Up meer horen dan zonnestralen. 

Vergeleken met het laatste levensteken van de band (4 uit 2009) klinkt Pull Up mooi helder en laat Johan een veelzijdig geluid horen, waarin ook gas terug kan worden genomen en waarin het ook buiten de lijntjes van het uit duizenden herkenbare Johan geluid kleurt, bijvoorbeeld door net wat gruiziger te klinken of door wat meer lo-fi aan haar geluid toe te voegen. 

Het voorziet Pull Up van meer diepgang en hierdoor ook van meer kracht, maar gelukkig zijn de songs van de band nog net zo onweerstaanbaar als in de beginjaren. Pull Up gaat de komende dagen vast verder groeien, maar dat Johan met Pull Up een zeer geslaagde comeback maakt is voor mij al lang zeker. De lente is weer begonnen. Bedankt Johan! Erwin Zijleman



 

vrijdag 13 april 2018

Wreckless Eric - Construction Time & Demolition

Wreckless Eric was voor mij decennia lang de Britse muzikant die twee, of misschien zelfs wel drie hele goede platen maakte en daarna vrijwel volledig uit beeld verdween. 

De Britse muzikant begon ooit in de pub rock scene, die in 1977 een veelgebruikte en succesvolle springplank naar de punk en new wave bleek. Wreckless Eric werd omarmd als een nieuwe held en maakte met The Wonderful World of Wreckless Eric (1978), Wreckless Eric (1978) en Big Smash! (1980) drie prima platen. 

Het zijn platen die destijds in de hokjes punk en new wave werden geduwd, maar met de oren van nu hoor ik toch vooral tijdloze rock ’n roll met een rauw randje. 

Na 1980 bleef Wreckless Eric muziek maken, maar van zijn status van cultheld was al snel helemaal niets meer over. Pas in 2008 pikte ik weer een plaat van Wreckless Eric op, maar op deze plaat speelde de Brit een vrij bescheiden rol naast echtgenote Amy Rigby. 

Pas op het in 2015 verschenen AmERICa liet Wreckless Eric weer eens horen wat een geweldig songwriter hij was en is en verraste de Brit met popmuziek die vooral leek geïnspireerd door de Britse psychedelische gitaarbands uit de jaren 60. 

AmERICa werd terecht overladen met superlatieven en was goed voor de wederopstanding van een vergeten held uit de late jaren 70. Het is een wederopstanding die gelukkig niet beperkt is gebleven tot één plaat, want met Construction Time & Demolition keert Wreckless Eric terug. 

Ook op zijn nieuwe plaat grijpt de Britse muzikant vooral terug op de muziek die werd gemaakt voordat hij zelf zijn eerste stapjes in de muziek zette. Construction Time & Demolition bevat flink wat nogal psychedelisch aandoende gitaarpop zoals die in de jaren 60 werd gemaakt, maar Wreckless Eric experimenteert ook met blazers, die weer een heel ander geluid opleveren. 

Net als op AmERICa hoor ik flink wat invloeden van The Kinks, maar ook andere Britse bands die aan het eind van de jaren 60 de psychedelica omarmden hebben hun sporen nagelaten op Construction Time & Demolition. Wreckless Eric heeft een plaat gemaakt die met enige regelmaat zo lijkt weggelopen uit het verre verleden, wat een mooi contrast oplevert met de teksten die met beide benen in het heden staan. 

Nu zijn er momenteel nog wat platen die teruggrijpen op de psychedelische gitaarmuziek uit de jaren 60, maar de meeste van deze platen zijn toch een stuk minder interessant dan de originelen, die dankzij de vinyl revival met een beetje geluk uit een krat vol obscure pareltjes kunnen worden gepikt. Het zijn pareltjes waartussen Construction Time & Demolition van Wreckless Eric niet misstaat, want de Brit heeft een bijzondere plaat vol tijdloze popmuziek afgeleverd. 

Construction Time & Demolition is uiteindelijk nog net wat beter dan het terecht zo geprezen AmERICa en laat horen dat met Wreckless Eric nog steeds rekening moet worden gehouden, precies 40 jaar nadat hij voor het eerst op dook als ‘angry young man’. Dat de plaat veel meer aandacht verdient dan in de verbijsterend stille eerste week na de release zal duidelijk zijn. Erwin Zijleman



 

donderdag 12 april 2018

Goat Girl - Goat Girl

Met name de Britse muziekpers doet al een tijdje heel druk over Goat Girl. Daar valt ook wel wat voor te zeggen, want de vier jonge meiden uit Londen, die de twintig nog maar net hebben bereikt, maken opvallende muziek. 

Clottie Cream (Lottie), Naima Jelly (Naima), L.E.D. (Ellie) en Rosy Bones (Rosy) verdienden met hun eerste demo’s een platencontract bij het legendarische Rough Trade label en op dit label is nu het titelloze debuut van Goat Girl verschenen. 

Dit debuut telt maar liefst 19 tracks en de band uit Londen heeft hier slechts 40 minuten voor nodig. Het debuut van Goat Girl is hier en daar van het labeltje punk voorzien, maar met punk heeft het debuut van Lottie, Naima, Ellie en Rosy echt niets te maken. 

De plaat opent met een filmisch aandoende track met jazzy accenten, waarna in de tweede track wordt uitgepakt met invloeden uit vooral de postpunk. Ik moest onmiddellijk denken aan Siouxsie & The Banshees, maar de songs van Goat Girl schuren ook met grote regelmaat dicht tegen het vroegere werk van P.J. Harvey aan en raken hier en daar ook aan uiteenlopende Courtney’s als Courtney Love en Courtney Barnett. 

De band uit Londen geeft gelukkig wel een geheel eigen draai aan deze invloeden, die de afgelopen decennia al flink zijn uitgemolken en sleept er bovendien nog flink wat invloeden bij, waarvan ik in ieder geval de Pixies wil noemen. 

De eigen draai van Goat Girl bestaat bijvoorbeeld uit uit de bocht vliegende gitaren of juist uit honingzoete koortjes, maar ook jazzy accenten en een viool die zo lijkt weggelopen uit de country dragen stevig bij aan het fascinerende geluid van Goat Girl. 

Met 19 songs in maar net 40 minuten doet de muziek van de Londense band uiteraard wel wat gefragmenteerd of op zijn minst wat lo-fi aan, maar een rommeltje wordt het nergens. In muzikaal opzicht schiet de plaat alle kanten op, maar omdat de ondertoon donker blijft, klinkt het geluid van Goat Girl ondanks de enorme variatie consistent. 

Vooral het gitaarwerk op de plaat vind ik heerlijk en het is knap hoe donkere wolken postpunk in één keer kunnen worden verdreven door flink wat ruwe country of bluesy rock, waardoor de grauwe Britse industriesteden onmiddellijk worden verruild voor het Amerikaanse platteland of voor de Britse blues clubs uit de jaren 60 en 70. 

Het past prachtig bij de wat onderkoelde zang, die het debuut van Goat Girl voorziet van een heerlijk doom geluid. Echt deprimerend wordt het echter nooit, al is het maar omdat de band uit Londen ook kan betoveren met heerlijke koortjes, die de donkere songs van de band opeens iets lichtvoetigs geven. 

Het debuut van Goat Girl biedt volop ruimte aan uitstapjes buiten de gebaande paden en kan heerlijk ruw rammelen, maar ook nadrukkelijk het experiment opzoeken. Zeker niet alle songs op de plaat zijn even sterk, maar omdat een experimentje van 2 minuten altijd wel uit is te zetten, houdt Goat Girl je makkelijk bij de les. Het levert al met al een verrassend en bij vlagen imponerend debuut op; precies zoals de Britse muziekpers ons al een tijdje probeert te vertellen. Erwin Zijleman



 

Ciara Sidine - Unbroken Line

Al weer bijna zes jaar geleden pikte ik min of meer bij toeval Shadow Road Shining van de Ierse singer-songwriter Ciara Sidine op. 

Gezien haar afkomst verwachte ik folk met Keltische invloeden, en daar ben ik niet heel gek op, maar de singer-songwriter uit Dublin verraste met vooral door Amerikaanse rootsmuziek beïnvloede songs en imponeerde met een stem die vrijwel continu garant stond voor kippenvel. 

Shadow Road Shining vergeleek ik uiteindelijk met You Gotta Sin To Get Saved van Maria McKee uit 1993 en dat doe ik niet snel. De beste plaat van Maria McKee behoort immers tot mijn favoriete platen aller tijden en zit in het koffertje dat klaar staat wanneer verbanning naar een onbewoond eiland een feit is. 

Vorig jaar verscheen een nieuwe plaat van Ciara Sidine, maar die plaat bleef helaas op de stapel liggen. Ik was kennelijk vergeten hoeveel indruk haar vorige plaat had gemaakt, wat deels te maken heeft met het absurde aanbod waarmee ik iedere week weer wordt overspoeld. 

Ciara Sidine is dezer dagen in Nederland voor een aantal concerten en daarom heb ik Unbroken Line eindelijk maar eens in de cd-speler gestopt. De singer-songwriter had vervolgens niet veel tijd nodig om een (voorlopig) onuitwisbare indruk te maken. 

Ook op Unbroken Line laat Ciara Sidine zich vooral beïnvloeden door de Amerikaanse rootsmuziek, al verstopt ze ook stiekem wat Keltische invloeden in haar muziek. Vergeleken met de vorige plaat bestrijkt Unbroken Line binnen de Amerikaanse rootsmuziek een veel  breder palet. 

De Ierse singer-songwriter gaat nog altijd vol passie aan de haal met invloeden uit de folk en country, maar kan ook uitstekend uit de voeten met invloeden uit de blues, jazz en rock ’n roll. 

De nieuwe plaat van Ciara Sidine is hierdoor een lekker gevarieerde plaat en het is een plaat vol muzikaal vuurwerk. De competent spelende muzikanten zorgen voor een heerlijke basis, waarin meerdere instrumenten de hoofdrol opeisen. 

Het meeste vuurwerk komt ook dit keer echter van Ciara Sidine, die nog veel beter zingt dan op haar vorige plaat en imponeert op een wijze die alleen de grootste rootszangeressen gegeven is. Maria McKee en de beste plaat van deze helaas wat uit beeld geraakte zangeres is nog altijd belangrijk vergelijkingsmateriaal en een groter compliment kan ik Ciara Sidine niet maken. 

Haar vorige plaat ben ik op een gegeven moment weer vergeten, maar Unbroken Line hou ik stevig vast. Een bijzonder indrukwekkende plaat van een zangeres die ook op het podium diepe indruk schijnt te maken. Ga dat zien ! Erwin Zijleman

Ciara Sidine staat  vanaf vanavond op de Nederlandse podia:
12 apr Middelburg - De Spot
13 apr Zwolle - Hedon
14 apr Amsterdam -  Paradiso
15 apr Den Haag - Paard van Troje
17 apr Utrecht - Tivoli/Vredenburg



 

woensdag 11 april 2018

Unknown Mortal Orchestra - Sex & Food

Ruban Nielson, de man achter Unknown Mortal Orchestra, neemt ons inmiddels al zeven jaar en vier albums mee op een fascinerende ‘roller coaster ride’ langs een aantal uithoeken van de geschiedenis van de popmuziek. 

Het debuut van Unknown Mortal Orchestra ontging me in 2011 nog grotendeels, maar het in 2013 verschenen II was een buitengewoon avontuurlijke plaat, waarop Ruban Nielson begon bij de bekende en minder bekende smaakmakers uit de geschiedenis van de psychedelica, om er vervolgens van alles en nog wat bij te slepen, waardoor de plaat je maar heen en weer bleef slingeren tussen decennia vol popmuziek en zeer uiteenlopende genres en stijlen. 

In 2015 keerde Ruban Nielson terug met een gebroken hart en met Multi-Love. De heuse breakup-plaat citeerde nog altijd nadrukkelijk uit de archieven van de psychedelica, maar funk stond dit keer centraal, waardoor de plaat stevige associaties opriep met de platen van grootheden als Funkadelic, Parliament en natuurlijk Prince, die op zijn tijd ook niet vies was van de combinatie van funk en psychedelica. 

Deze week keert Ruban Nielson dan eindelijk terug met de opvolger van Multi-Love en de muzikant uit Portland, Oregon, heeft ook op Sex & Food weer niet gekozen voor de makkelijkste weg. 

De plaat werd (deels met lokale muzikanten) opgenomen in Nieuw-Zeeland (waar zijn wieg stond), Vietnam, Mexico, IJsland, Zuid-Korea en thuisbasis Portland en net als op zijn vorige platen put Ruban Nielson inspiratie uit veel genres en periodes uit de geschiedenis van de popmuziek. 

Sex & Food begint ergens halverwege de jaren 60 en rijkt via zeer uiteenlopende wegen en invloeden tot het heden. Het maakt het beluisteren van de muziek van Unknown Mortal Orchestra ook dit keer tot een vermoeiende activiteit, zeker wanneer je alle invloeden wilt herkennen en benoemen, maar je kunt er ook in onderdompelen en er van genieten. 

En wat valt er ook dit keer weer veel te genieten in de muziek van de fascinerende band uit Portland, Oregon. Dat vraagt wel even tijd overigens, want zeker bij eerste beluistering springt Sex & Love wel erg van de hak op de tak en lijkt de mysterieuze kluis van Prince in zijn Paisley Park studio’s in Minneapolis in één keer over de nietsvermoedende luisteraar uitgestort te worden. 

De plaat opent met 60s psychedelica die een eigentijdse twist mee krijgt, maar al snel eisen ook bluesy rock en broeierige funk hun rol op. Zeker in de door funk, jazz en R&B gevoede passages kruipt Ruban Nielson dicht tegen Prince aan, maar het is wel Prince in zijn meest onvoorspelbare of meest wellustige buien. 

Het contrasteert behoorlijk met de rauwe en gruizige rocktracks op de plaat, al had ook Prince natuurlijk een zwak voor Jimi Hendrix, waar Ruban Nielson nog een flinke dosis Led Zeppelin aan toevoegt. 

Vergeleken met zijn voorgangers is Sex & Food een bij vlagen behoorlijk ontoegankelijke plaat, maar luister een paar keer en Unknown Mortal Orchestra heeft je toch weer te pakken, al is het maar omdat Prince een aantal van de beste tracks op de plaat helaas nooit meer kan maken. Erwin Zijleman

Ook de nieuwe plaat van Unknown Mortal Orchestra is weer verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://unknown-mortal-orchestra.bandcamp.com.



 

dinsdag 10 april 2018

Hinds - I Don't Run

Net iets meer dan twee jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Spaanse band Hinds. 

De uit vier vrouwen bestaande band uit Madrid vermaakte op haar debuut Leave Me Alone meedogenloos met onweerstaanbare gitaarsongs vol invloeden. 

De muziek van het Spaanse viertal bestond uit gelijke delen 60s garagerock en 60s (Phil Spector) garagepop en werd op smaakt gebracht met een laagje lo-fi, met lekker eigenwijze zangpartijen en zeker ook met heerlijk gitaarwerk. 

De deze week verschenen opvolger I Don’t Run volgt in grote lijnen hetzelfde recept als het debuut, maar Hinds heeft dit recept wel verfijnd en verrijkt. Zo neemt het Spaanse viertal wat vaker gas terug en verder zijn nog wat extra invloeden toegevoegd aan het voor mij nog altijd vrijwel onweerstaanbare geluid van Hinds. 

Frontvrouwen Carlotta Cosials en Ana García Perrote schrijven nog altijd geweldige songs en het zijn songs die de ene keer meedogenloos verleiden met aanstekelijke garagerock, maar ook net zo makkelijk kiezen voor een subtielere en zwoelere verleiding in zich wat langzamer voortslepende songs. 

Zeker in het uptempo werk is de hand van The Strokes producer Gordon Raphael goed hoorbaar, maar Hinds laat zich ook op haar tweede plaat gelukkig niet in een keurslijf dwingen. Op I Don’t Run hebben de songs aan kracht gewonnen, zonder dat dit ten koste is gegaan van de gekte die de muziek van Hinds zo leuk en onweerstaanbaar maakte en maakt. 

Die gekte zit in de bijzondere zang op de plaat, die soms wel wat kinderlijk aan doet, maar ook ruw van zich af kan bijten, maar ook het geweldige gitaarwerk op de plaat heeft lak aan conventies en blijft maar leuke riffs en loopjes over je uitstrooien. 

Het geluid op I Don’t Run is niet alleen wat minder ruw dan op het debuut, maar is ook veelkleuriger, waardoor Hinds van 60s garagerock en garagepop moeiteloos kan omschakelen richting de gruizige en punky garagerock uit de jaren 70, 80 en 90 of richting alles tussen Bananarama in haar beginjaren tot een band als The Raincoats.  

Het klinkt allemaal net wat gestructureerder en voller dan op het debuut van de band uit Madrid, maar ook I Don’t Run is een plaat die heerlijk mag rammelen en dat gelukkig ook volop doet en dit combineert met geweldige melodieën en aanstekelijke refreinen. 

De  Spaanse band had mij twee jaar geleden stevig te pakken met haar aangename lo-fi garagerock en na enige gewenning vind ik I Don’t Run nog beter en onweerstaanbaarder. Hinds moet het zeker niet hebben van muzikale of vocale hoogstandjes, maar de songs van het Spaanse viertal zijn stuk voor stuk uitermate doeltreffend en verslavend. Het is muziek zoals die in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten momenteel helaas nauwelijks gemaakt wordt, maar gelukkig draagt ook Madrid haar steentje bij met dit heerlijk eigenwijze bandje en hun prima tweede plaat. Erwin Zijleman

De tweede plaat van Hinds is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://hinds.bandcamp.com/album/i-dont-run.


 

maandag 9 april 2018

Ashley McBryde - Girl Going Nowhere

De enorme stroom albums van vrouwelijke singer-songwriters wekt bij mij al lang geen verbazing meer, maar deze stroom veranderde vorige week opeens in een heuse vloedgolf.

De mannen komen er daarom al even niet meer aan te pas op de krenten uit de pop en dat gaat ook vandaag niet veranderen. Enigszins in de schaduw van een aantal grote namen verscheen vorige week immers ook het debuut van ene Ashley McBryde. 

Deze Ashley McBryde werd een jaar geleden door Rolling Stone al eens genoemd in een lijstje met veelbelovende countrymuzikanten en werd toen als volgt geïntroduceerd: “An Arkansas red-clay badass, with the swagger of Hank Jr. and the songwriting of Miranda Lambert”. 

Het is een veelbelovende introductie, die me samen met de foto op de cover van Girl Going Nowhere hadden voorbereid op een portie lekkere stevige countryrock, maar de plaat opent fraai ingetogen. 

In de akoestische openingstrack hoor je direct dat Ashley McBryde beschikt over een lekker rauw en doorleefd countrygeluid en dat is een geluid dat ook uitstekend van pas komt wanneer de gitaren in de tweede track alsnog mogen rocken. Girl Going Nowhere van Ashley McBryde raakt dan inderdaad aan de muziek van zangeressen als Gretchen Wilson en Miranda Lambert in haar wildere jaren en dat is muziek die ik zeer kan waarderen. 

De singer-songwriter uit Mammoth Spring, Arkansas, houdt absoluut van een wat steviger geluid, maar kiest op haar debuut uiteindelijk toch vooral voor meer ingetogen tracks. Het zijn tracks die netter binnen de lijntjes kleuren dan ik op basis van de informatie die ik had voor beluistering van de plaat had verwacht. Girl Going Nowhere is ondanks de hier en daar gierende gitaren en de rauwe vocalen betrekkelijk conventioneel ingekleurd en past binnen de kaders van de Nashville country, pop en rock. 

Toch vind ik het debuut van Ashley McBryde veel beter dan de meeste platen die vanuit Nashville tot me komen en dat heeft alles te maken met de stem van de Amerikaanse singer-songwriter. Het is een stem met enorm veel power, gevoel en doorleving, waardoor de zang op de plaat lekker binnen komt. 

Het is een stem die ook prima uit de voeten kan in de tracks waarin de country vrijwel volledig verdwijnt uit de muziek van Ashley McBryde en ze opschuift richting de broeierige rock en ook in de tracks met een randje soul maakt de singer-songwriter uit Arkansas makkelijk indruk. Het doet me af en toe wel wat denken aan Melissa Etheridge in haar jonge jaren, maar Ashley McBryde heeft ook overduidelijk de Amerikaanse rootsmuziek met de paplepel ingegoten gekregen. 

Ik geef eerlijk toe dat ik het bij eerste beluistering allemaal net wat te braaf vond, maar de prachtstem van Ashley McBryde heeft me uiteindelijk toch knock-out gekregen, waarna de plaat is begonnen aan een indrukwekkend groeiproces, dat nog niet tot stilstand is gekomen.  Heerlijke plaat van het zoveelste vrouwelijke talent dit jaar. En het is pas april. Erwin Zijleman

 

zondag 8 april 2018

Pearl Charles - Sleepless Dreamer

Pearl Charles maakte een paar jaar geleden een hele aardige EP vol met psychedelisch aandoende popliedjes. Het waren popliedjes die je mee terug namen naar de jaren 60 en 70, waarbij ook nog eens meerdere genres aan elkaar werden geknoopt. 

Dat smaakte absoluut naar meer en dat meer is er nu, al is de release van het debuutalbum van de muzikante uit Los Angeles opvallend geruisloos aan Nederland voorbij gegaan een aantal weken geleden. 

In de Britse muziekpers werd Sleepless Dreamer vorige week echter nog de leukste countrypop plaat van het moment genoemd en daar sta ik altijd voor open, waarbij het me niet zoveel uitmaakt of het een plaat is om te koesteren of slechts een guilty pleasure. 

Het label countrypop wordt momenteel op flink wat platen geplakt en dat levert met name onder liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek stevige discussies op. Zo werd en wordt op de absoluut aan te bevelen muzieksite MusicMeter zeer heftig gediscussieerd over de hoeveelheid country in de muziek van Kacey Musgraves, waarbij de meningen sterk uiteen liepen. 

Waar ik de laatste plaat van Kacey Musgraves, overigens een van mijn favorieten van het moment, nog wel in het hokje countrypop durf te duwen, hoor ik op het debuut van Pearl Charles toch vooral pop. Daar is helemaal niets mis mee, want het is pop waar ik heel blij van word. 

De singer-songwriter uit Los Angeles maakt op haar debuut popmuziek die is geworteld in de jaren 70. Dat was op haar debuut EP natuurlijk ook al zo, maar waar ze op die EP psychedelische pop met een ruw randje liet horen, dompelt Pearl Charles zich op Sleepless Dreamer onder in de muziek die halverwege de jaren 70 in haar thuisbasis Los Angeles werd gemaakt. 

Het debuut van Pearl Charles heeft zich stevig laten beïnvloeden door de perfecte popliedjes die Fleetwood Mac halverwege de jaren 70 maakte, maar de inwoonster van Los Angeles geeft er vervolgens wel een eigentijdse twist aan, waardoor Sleepless Dreamer klinkt als een eigentijdse popplaat. 

Het is een popplaat die gelukkig ver verwijderd blijft van de schreeuwerige elektronische pop van de popprinsessen van het moment en die vol kiest voor volstrekt tijdloze en buitengewoon lekker in het gehoor liggende songs. 

Het is een plaat die ik zoals gezegd niet snel in het hokje countrypop zal duwen, maar hier en daar duiken wel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en de countrymuziek in het bijzonder op, waardoor Pearl Charles zich vrij makkelijk ontworsteld aan het predicaat popprinses en het etiket singer-songwriter verdient. 

Sleepless Dreamer klinkt zo aangenaam en tijdloos dat ik de plaat de afgelopen dagen vooral als feelgood-plaat uit de speakers heb laten komen. Pearl Charles verjaagt met haar zonnige Westcoast popliedjes immers iedere donkere wolk (je zou bijna vergeten dat ze er een paar dagen geleden nog waren) en onthaalt keer op keer de lentezon, die inmiddels ook buiten schijnt. 

Je zou hierdoor bijna vergeten om goed te luisteren naar haar debuut, maar dat valt zeker aan te bevelen. Sleepless Dreamer is immers een plaat waarop alles klopt en die veel beter is dan de gemiddelde popplaat, of countrypop plaat van het moment. En het debuut van Pearl Charles wordt eigenlijk alleen maar lekkerder en beter, waardoor het absoluut meer is dan de guilty pleasure die ik in eerste instantie omarmde. Erwin Zijleman

Het debuut van Pearl Charles is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://pearlcharlesmusic.bandcamp.com.

 

zaterdag 7 april 2018

Eels - The Deconstruction

In de zomer van 1996 was er opeens Beautiful Freak van Eels. Het debuut van de band rond de Amerikaanse muzikant Mark Oliver Everett, inmiddels vooral bekend als E, sloeg in als de spreekwoordelijke bom en verpakte een bijzonder eigen geluid in werkelijk gitzwarte songs. 

Het is voor mij het geluid van de zomer van 1996 en zeker ook van de herfst en winter die volgden en ik denk niet dat 1996 uiteindelijk een betere plaat heeft opgeleverd dan de eerste van Eels.

De sensatie van het zo bijzondere debuut heeft Eels wat mij betreft nooit meer kunnen evenaren laat staan overtreffen, maar de band uit Los Angeles, met E als enige constante, heeft inmiddels wel een flinke stapel prima platen op haar naam staan. 

Hier zitten een aantal platen tussen die alles bij elkaar genomen misschien nog wel beter en indrukwekkender zijn dan Beautiful Freak, waaronder zeker Electro-Shock Blues uit 1998 en Hombre Lomo uit 2009, maar als ik er één mag meenemen naar een onbewoond eiland, kies ik absoluut voor het debuut van Eels, dat ik inmiddels noot voor noot ken. 

Waar het geluid op Beautiful Freak in 1996 totaal anders klonk dan alles wat ik gewend was, klinkt de nieuwe plaat van Eels echt vrijwel onmiddellijk vertrouwd. The Deconstruction bevat een aantal ingrediënten die ook op het debuut van de band een cruciale rol speelden, waaronder natuurlijk de zo herkenbare stem van E, de subtiele en opvallende instrumentatie en de zeker ook de zo karakteristieke donkere sfeer. 

The Deconstruction is, net als vrijwel al zijn voorgangers, zeker geen vrolijke plaat, maar voor Eels begrippen klinkt het in muzikaal opzicht allemaal verrassend zonnig en hier en daar zelfs lichtvoetig. 

Op The Deconstruction wordt de uit duizenden herkenbare stem van Mark Oliver Everett vooral omgeven door heerlijk zweverig of juist pastoraal klinkende synths, maar net als op vrijwel alle andere platen van de band, spelen ook de direct aan Eels te relateren gitaarlijnen een belangrijke rol en duiken verder hier en daar de van de band bekende stuwende ritmes op. Opvallend is de grote rol voor strijkers, wat de stemmige uitwerking van de songs op de plaat nog wat verder vergroot.

Ook The Deconstruction is natuurlijk niet zo goed of memorabel als het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide debuut van Eels uit 1996, maar vooralsnog vind ik het zeker een van de aangenamere platen van de band. 

E kleurde zijn muziek de afgelopen decennia soms wel erg donker en deprimerend in en daar moet je tegen kunnen. Van mij mag het wel wat opgewekter en dat is precies hoe Eels klinkt op The Deconstruction. Eels ging op een aantal van de vroegere platen flink los, maar The Deconstruction is een vooral ingetogen en stemmige plaat, al zitten er ook wel wat uptempo songs tussen de maar liefst 15 songs waarmee E op de proppen komt. 

Het zijn songs die met zevenmijlslaarzen door het inmiddels rijke oeuvre van de band springen en die flink blijven steken bij de plaat uit 1996 die velen zo dierbaar is. Opvallende plaat van een bijzonder mens en muzikant. Ook The Deconstruction is mij inmiddels dierbaar. Erwin Zijleman