zaterdag 17 februari 2018

Belle and Sebastian - How To Solve Our Human Problems (Parts I, II and III)

Belle and Sebastian bracht in december een EP uit met vijf nieuwe songs, How To Solve Our Human Problems, Part 1. 

In januari volgde een tweede deel met vijf nieuwe songs en inmiddels is ook het derde deel van How To Solve Our Human Problems verschenen en ligt er feitelijk een nieuw album met 15 songs en bijna 70 minuten nieuwe muziek van de Schotse band. 

How To Solve Our Human Problems is hiermee de opvolger van Girls In Peacetime Want To Dance uit 2015, waarmee Belle and Sebastian sterk terugkeerde na een aantal magere jaren. 

Het eerste deel van How To Solve Our Human Problems opent honingzoet met aanstekelijke klanken en een vleugje of zelfs een behoorlijke vleug disco. Het is bijna over the top, maar zoals zo vaak blijft Belle and Sebastian aan de goede kant van de streep. Op de 14 tracks die volgen laat de band uit Glasgow horen dat het echt alle kanten op kan. 

Belle and Sebastian grossiert uiteraard in rijk georkestreerde indie-pop zoals alleen de Schotse band die kan maken, maar experimenteert ook met complexe ritmes met invloeden uit de dubstep, met intieme fluisterpop met een hoofdrol voor de prachtige stem van Sarah Martin, met uitbundige 80s pop of juist de interessante 80s pop van bands als Prefab Sprout en Aztec Camera, met perfecte kauwgomballenpop met invloeden van ABBA of met warmbloedige blue-eyed soul zoals Marc Almond die ooit maakte. 

Het is knap hoe de band kan variëren tussen songs waarin alle registers open gaan en songs waarin alles zo klein mogelijk wordt gehouden. Belle and Sebastian heeft hierbij nog altijd een voorkeur voor suikerzoete klanken, maar de zoete verleiding van de Schotse band is verantwoorder dan je bij vluchtige beluistering zult vermoeden. 

De keuze voor het uitbrengen van drie EP’s in plaats van één album heeft voordelen en nadelen. Het voordeel is dat Belle and Sebastian net wat meer uitstapjes buiten de gebaande paden kan maken, het nadeel is dat er ook wel wat mindere tracks tussen zitten, waardoor How To Solve Our Human Problems zich als geheel net niet kan meten met de beste platen van de band uit Glasgow. 

Toch ben ik blij met deze nieuwe worp van de Schotse band. Belle And Sebastian heeft nog altijd het patent op popliedjes die de lentezon uitbundig laten schijnen, tekent keer op keer voor prachtige arrangementen en een instrumentatie die de wolken verdrijft en overtuigt met vocalen die de plaat nog net wat verder omhoog tillen. Ik heb persoonlijk vooral een zwak voor de verleidelijke vocalen van Sarah Martin, al bepalen de uit duizenden herkenbare vocalen van voorman Stuart Murdoch nog altijd voor een belangrijk deel het geluid van Belle and Sebastian. 

Ik laat de muziek van Belle and Sebastian over het algemeen lekker voortkabbelen op de achtergrond, maar gisteren heb ik de plaat ook eens met de koptelefoon beluisterd en dat is een aanrader. Dan immers hoor je nog veel beter hoe mooi de songs van Belle and Sebastian in elkaar zijn gesleuteld en hoe vele lagen bijdragen aan het zo betoverende totaalgeluid van de Schotse band. 

Belle and Sebastian was de afgelopen twintig jaar een inspiratiebron voor vele bands, maar laat horen dat het zelf nog altijd net wat beter is. Knap. En er zit nog veel meer in volgens mij. Erwin Zijleman

   



 

vrijdag 16 februari 2018

Geri van Essen - A New Hiding Place

Geri van Essen groeide op in Nederland, maar woont inmiddels al een aantal jaren in Oost Londen. 

Als kind zong ze vooral voor de lol in een kinderkoor, maar toen ze eenmaal de folk uit de jaren 70 had ontdekt in de platenkast van haar ouders wist ze dat ze haar eigen muziek wilde maken en waar kan dat als folkie beter dan in Londen? 

Geri van Essen is inmiddels een aantal jaren een graag geziene gast op de vele Londense folkpodia, maar met A New Hiding Place heeft de Nederlandse singer-songwriter nu ook haar eerste plaat uitgebracht. 

Het debuut van Geri van Essen bevat acht songs en duurt 23 minuten, waardoor A New Hiding Place als een mini-album moet worden gezien. Vanwege het enorme aanbod van het moment laat ik mini-albums meestal liggen, maar het debuut van Geri van Essen is wat mij betreft een mooie en bijzondere plaat, die ik zelf niet graag had willen missen. 

Op haar debuut vertolkt Geri van Essen drie traditionals uit de archieven van de Amerikaanse folk en gospel en laat ze vijf eigen songs horen. Na het beluisteren van A New Hiding Place begrijp ik wel waarom de Britse folkliefhebbers zo enthousiast zijn over de muziek van Geri van Essen. 

Bij folk denk ik in eerste instantie aan een stem die iets met je doet en Geri van Essen beschikt over zo’n stem. Net als de grootheden uit de historie van het genre, die met enige regelmaat opduiken als associatie, heeft de stem van Geri van Essen maar een paar noten nodig om je te raken en hierna speelt de vanuit Londen opererende Nederlandse singer-songwriter een gewonnen wedstrijd. Het een stem die intiem en fluisterzacht kan klinken, maar iedere noot is raak en komt aan. 

De mooie, heldere en emotievolle stem van Geri van Essen staat centraal op A New Hiding Place, maar ook de instrumentatie op de plaat maakt indruk. In deze instrumentatie staat de akoestische gitaar uiteraard centraal en de vaak repeterende akkoorden zorgen voor een fraaie en warm klinkende basis. 

Hier laat Geri van Essen het niet bij, want met de bijzondere bijdragen van een vervormde piano, een scheurende gitaar en vooral de meerdere malen opduikende trompet kleurt Geri van Essen hier en daar bijzonder fraai buiten de lijntjes van de traditionele Britse en Amerikaanse folk, waardoor A New Hiding Place zich makkelijk kan onderscheiden van al die andere traditionele folkplaten van het moment. 

Geri van Essen maakt in de 23 minuten die A New Hiding Place duurt indruk met bijzondere accenten in de instrumentatie en doet hetzelfde in de vocalen door eenmaal een donkere mannenstem en eenmaal een pastoraal klinkende vrouwenstem toe te voegen, waardoor de schoonheid van haar eigen stem nog nadrukkelijker aan de oppervlakte komt. 

Omdat ook de songs van Geri van Essen wonderschoon zijn en haar vertolking van traditionals nergens overbodig klinkt, durf ik Geri van Essen bij deze wel uit te roepen tot één van de grote beloften van de Nederlandse en de Britse folk. Het is een belofte die met A New Hiding Place een ijzersterk en  bijzonder mooi visitekaartje aflevert. Erwin Zijleman

A New Hiding Place van Geri van Essen is digitaal verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://gerivanessen.bandcamp.com.



   

Julia Biel - Julia Biel

Julia Biel is een singer-songwriter uit Londen die al flink wat jaren aan de weg timmert en met name in jazzkringen de afgelopen jaren veel lof heeft geoogst en bovendien de nodige prestigieuze prijzen heeft veroverd. 

In Engeland wordt de singer-songwriter met zowel Duitse als Zuid-Afrikaanse wortels inmiddels al enige tijd één van de beste zangeressen van het moment genoemd en wordt de vergelijking gemaakt met Norah Jones en Amy Winehouse, wat me absoluut nieuwsgierig maakte naar de nieuwe plaat van Julia Biel.

Met haar titelloze nieuwe plaat lijkt Julia Biel de sprong van het selectieve jazzpubliek naar het veel grotere poppubliek te willen maken en dat lijkt me na beluistering van de plaat zeker geen kansloze missie. 

De titelloze plaat van Julia Biel staat immers vol met lekker in het gehoor liggende popliedjes met vooral invloeden uit soul en jazz, is voorzien van een warmbloedig of zelfs voorzichtig broeierig geluid en tenslotte is Julia Biel inderdaad een uitstekende zangeres, die op haar nieuwe plaat ook nog eens wat meer gevoel in haar stem legt. 

Bij eerste beluistering was ik vooral gecharmeerd van het geluid op de nieuwe plaat van Julia Biel. De plaat is voorzien van een warm klinkend geluid waarin subtiele organische klanken van vooral gitaar en piano domineren, maar waarin ook regelmatig wordt uitgepakt met flink aanzwellende strijkers, wat de plaat een psychedelisch tintje geeft. Het geluid is verder verrijkt met subtiele accenten van onder andere blazers en elektronica, wat zorgt voor een wat zweverige en ook mysterieuze sfeer. 

Het geluid op de nieuwe plaat van Julia Biel is absoluut vol en gepolijst, maar van overproductie is wat mij betreft geen sprake. Het past bovendien  werkelijk prachtig bij de fascinerende stem van Julia Biel, die me overigens nooit aan Norah Jones en maar heel af en toe aan Amy Winehouse doet denken. 

Julia Biel heeft een bijzonder eigen geluid dat mij af en toe wel wat doet denken aan Macy Gray, al heeft ze wel wat minder gruis op haar stembanden, waardoor met name de uithalen hoog en afwijkend klinken, maar gelukkig niet zo krakerig als bij Macy Gray. Ik ben normaal niet zo gek op stembuigingen en uithalen, maar die van Julia Biel zijn prachtig en indrukwekkend. 

Julia Biel heeft zich dit kaar naar eigen zeggen laten inspireren door Billie Holiday, Radiohead, Pink Floyd en Talk Talk, maar buiten de eerste naam hoor ik daar weinig van. Toch slaagt Julia Biel er in om anders te klinken dan al die andere zangeressen die hun geluk beproeven in de pop met invloeden uit de jazz en de soul en merk ik bovendien dat de titelloze plaat van Julia Biel een groeiplaat is. 

In eerste instantie perfect voor lome avonden, maar al snel veel meer dan dat. Ook de speelduur van bijna een uur vond ik in eerste instantie wat veel van het goede, al is het maar omdat Julia Biel niet heel veel varieert, maar uiteindelijk draagt de lengte van de plaat bij aan de kracht en valt steeds meer op hoe mooi de instrumentatie is en hoe goed de zang. 

Een zangeres die zo wordt gehyped als Julia Biel op het moment kan rekenen op flink wat tegenstand en weerstand, maar ik ben na flink wat keren horen helemaal om en onder indruk van het talent van deze Britse singer-songwriter, die ook in tekstueel opzicht de meeste van haar collega's ver voor blijft. Erwin Zijleman

De muziek van Julia Biel is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://juliabiel.bandcamp.com/album/julia-biel.





 

donderdag 15 februari 2018

Palmbomen II - Memories Of Cindy

Palmbomen II is het alter ego van de Nederlandse muzikant en producer Kai Hugo, die overigens al enkele jaren in Los Angeles woont en een paar jaar geleden nog muziek maakte als Palmbomen. 

Memories Of Cindy bestaat uit vier EP’s en is goed voor bijna anderhalf muziek. 

Hoofdpersonage Cindy is ontleend aan een aflevering van de cultserie The X-Files en is aan het begin van de plaat om het leven gekomen door een noodlottig ongeval, waarna de plaat inzoomt op de plek waar ze leefde; het bijzondere dorp Carmel Vista, waar niets is als het lijkt. 

Kai Hugo heeft het verhaal van Memories Of Cindy al ingevuld met elementen die geïnspireerd lijken door tv-series als Twin Peaks en The X-Files en heeft bovendien korte films gemaakt die het verhaal van Cindy visualiseren. Het ziet er allemaal prachtig uit, maar ik verzin toch liever mijn eigen beelden bij de muziek van Palmbomen II, die hiervoor volop aanknopingspunten biedt. 

De anderhalf uur muziek op Memories Of Cindy is grotendeels instrumentaal en elektronisch. Hier en daar zijn stemmen te horen, maar deze worden vooral als instrument of als spoken word ingezet. Memories Of Cindy krijgt etiketten als dance en house opgeplakt, maar zelf ervaar ik luisteren naar de plaat als een anderhalf uur durende luistertrip vol atmosferische elektronische klanken en hier en daar uiterst subtiele beats. 

De eerste keer dat ik naar de plaat luisterde deed ik dit omdat ik me op ander schrijfwerk wilde concentreren en niet wilde worden afgeleid door vocalen. Memories Of Cindy van Palmbomen II voldoet in dit soort gevallen uitstekend. De elektronische klanken op de plaat kabbelen heerlijk voort en zitten inspiratie niet in de weg. 

Vervolgens heb ik de nieuwe plaat van Palmbomen II ook nog eens aan het einde van de avond opgezet en ook dan voldoet de muziek van het alter ego van Kai Hugo uitstekend en is Memories Of Cindy de soundtrack bij beelden die je zelf mag verzinnen. 

Palmbomen II zet op Memories Of Cindy een flinke batterij moderne elektronica in, maar de plaat heeft een sfeer die herinnert aan de jaren 90, toen de al eerder genoemde series als Twin Peaks en The X-Files goed waren voor betovering en verwondering. 

Enige liefde voor elektronische popmuziek is noodzakelijk om te kunnen genieten van de muziek van Palmbomen II. Het is een genre waar ik niet erg in thuis ben en dat normaal gesproken ook niet mijn voorkeur heeft, maar van het vleugje Kraftwerk dat hier en daar opduikt word ik uiteraard wel blij. 

Ook de rest van de muziek op Memories Of Cindy heeft me aangenaam verrast. Het is prima muziek om bij te werken, maar de muziek van Palmbomen II is nog interessanter wanneer je alle lagen kunt ontrafelen en de fantasie de vrije loop kunt laten. Wanneer je daar even geen zin in hebt zijn er altijd nog de bijzondere beelden van Palmbomen II zelf. 

Anderhalf uur instrumentale elektronische muziek leek me op voorhand een erg lange en niet bijster interessante zit, maar Palmbomen II heeft me aangenaam verrast met het fraaie en beeldende Memories Of Cindy. Erwin Zijleman

Memories Of Cindy van Palmbomen II is in een aantal verschillende edities verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het project: https://palmbomen-ii.bandcamp.com/album/memories-of-cindy.





 

woensdag 14 februari 2018

Brigid Mae Power - The Two Worlds

In de nazomer van 2016 trok het titelloze debuut van de Ierse multi-instrumentalist en singer-songwriter Brigid Mae Power met name in het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten de nodige aandacht. 

Dat was volkomen terecht, want de plaat benevelde, betoverde en intrigeerde met muziek die begon bij de Laurel Canyon platen van Joni Mitchell en de psychedelica van Jefferson Airplane en eindigde bij de muziek van The Cocteau Twins, This Mortal Coil en zeker ook P.J. Harvey. 

De mix van 70s folk, 60s psychedelica en 80s 4AD zweverigheid had ook zeker Nederlandse muziekliefhebbers aan kunnen of zelfs moeten spreken, maar de plaat deed hier helaas weinig. 

Ook de deze week verschenen tweede plaat van Brigid Mae Power duikt in Nederland vooralsnog niet op in de lijstjes met de belangrijkste releases van de week en dat is ook dit keer doodzonde. Ook op The Two Worlds creëert Brigid Mae Power immers weer een hele bijzondere sfeer en maakt ze indruk met songs die vergeleken met haar debuut nog flink wat emotie toevoegen. 

Brigid Mae Power woonde enkele jaren in de Verenigde Staten en had daar een gewelddadige relatie die flinke krassen op haar ziel heeft achtergelaten. Inmiddels is Brigid Mae Power teruggekeerd naar het Ierse Galway, waar ze opgroeide, wat niet alleen de kans gaf om te reflecteren op de vervelende jaren die achter haar liggen, maar ook de nodige herinneringen aan haar jeugd naar boven brachten, wat de plaat een emotionele lading geeft. 

The Two Worlds sluit aan op het zo verrassende debuut van de Ierse singer-songwriter, maar legt andere accenten. Invloeden uit de zweverige 80s muziek zijn dit keer minder nadrukkelijk aanwezig, waardoor de nadruk ligt op folk en psychedelica uit de jaren 60 en 70 en met name het werk van Joni Mitchell een belangrijke inspiratiebron is. 

Vergeleken met het debuut klinkt The Two Worlds ook organischer. De door Peter Broderick geproduceerde en analoog opgenomen plaat kiest voor een akoestische basis waarin de akoestische gitaar en met name de piano een belangrijke rol spelen en waaraan vervolgens strijkers en subtiele elektronica zijn toegevoegd. 

De songs op The Two Worlds zijn zoals gezegd geworteld in psychedelica en folk van een aantal decennia geleden, maar Brigid Mae Power verwerkt ook op knappe wijze invloeden uit de Keltische muziek in haar songs en heeft zich bovendien laten beïnvloeden door de platen van haar producer Peter Broderick. 

Ik vond het debuut van de Ierse singer-songwriter al een hele bijzondere en knappe plaat, maar de songs op The Two Worlds zijn nog een stuk beter. The Two Worlds is een plaat die je in slaap sust en weer ruw wakker schudt, die betovert met wonderschone klanken maar ook pijn doet vanwege alle emotie en die de ruimte vult met sprookjesachtige klanken maar ook continu de fantasie prikkelt. 

Zeker wanneer je het debuut van Brigid Mae Power niet kent is The Two Worlds een plaat die je even op je in moet laten werken, maar wanneer de plaat je eenmaal te pakken heeft is loslaten voorlopig geen optie. In Nederland krijgt de plaat vooralsnog weinig aandacht, maar dat moet echt gaan veranderen. Wat een prachtplaat. Erwin Zijleman

The Two Worlds van Brigid Mae Power is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://tompkinssquare.bandcamp.com/album/the-two-worlds.





 

dinsdag 13 februari 2018

AWKWARD i - KYD

Ik heb tot dusver een wat wispelturige relatie met de muziek van AWKWARD i. 

Het alter ego van de ook van Alamo Race Track bekende Djurre de Haan imponeerde op zijn debuut I Really Should Whisper uit 2009 met betoverend mooie indie folksongs, die zich ergens tussen Fleet Foxes, Elliott Smith, The Beatles, The Low Anthem en Grandaddy in wurmden. 


Het zijn vijf namen die ik moeiteloos had kunnen vervangen door vijf andere grote namen uit de geschiedenis van de popmuziek, maar uiteindelijk verdiende AWKWARD i vooral haar eigen plekje met songs die nadrukkelijk een eigen weg zochten en die stuk voor stuk van een bijzondere schoonheid waren. 


Twee jaar later verscheen Everything On Wheels dat nadrukkelijk voortborduurde op het debuut van de band, maar op één of andere manier lang niet zoveel met me deed. Ook de tweede plaat van AWKWARD i stond vol met mooie en eigenzinnige popliedjes, maar voor mij ontbrak de magie die het debuut van de band zo bijzonder had gemaakt. 
Magie is iets vaags en persoonlijks, maar toen ik Everything On Wheels eerder deze week opnieuw beluisterde, miste ik nog steeds iets dat ik wel hoorde op het debuut van de band en dat ik gelukkig ook hoor op het deze week verschenen KYD. 

Ook KYD roept weer herinneringen op aan de platen van meerdere groten uit de geschiedenis van de popmuziek. Het bovenstaande lijstje voldoet nog steeds heel aardig, al wil ik Fleet Foxes dit keer vervangen door The Beach Boys en laat ik de briljante popliedjes van The Beatles maar eens vervangen door die van Ron Sexsmith. Op hetzelfde moment doe je de bijzondere muziek van AWKWARD i met het noemen van namen bijna altijd te kort.


AWKWARD i gaat op KYD nog een stapje verder dan op haar vorige platen en maakt indruk met veelkleurige popliedjes die soms nog wel in het hokje indie-folk passen, maar ook continu hun uiterste best doen om uit dit hokje te breken. En dat lukt AWKWARD i keer op keer met speels gemak. 


KYD staat vol met prachtig ingekleurde en over het algemeen intiem en ingetogen openende songs, die vervolgens snel aan kleur en kracht winnen. Waar ik Everything On Wheels met grote regelmaat net wat te groots of juist wat te gewoontjes vond klinken, is KYD een plaat die je twaalf songs en drie kwartier lang bij de les houdt en in vervoering brengt. 


AWKWARD i kan hierbij betoveren met een groots geluid waar The Arcade Fire jaloers op mag zijn, maar kiest net zo makkelijk voor de melancholie die de platen van Elliott Smith zo mooi en indrukwekkend maakte of juist voor een randje lo-fi, wat de muziek van de band van Djurre de Haan iets stekeligs en eigenzinnigs geeft. 


Vergeleken met het debuut van de band is KYD rijk georkestreerd met hier en daar flink wat strijkers, maar het laagje glans dat op de songs is aangebracht is in alle gevallen functioneel en trefzeker. Het is bovendien glans die wordt gecontrasteerd door het grillige karakter van de muziek van AWKWARD i en het is dit grillige karakter dat KYD de hele speelduur spannend houdt. 
KYD is ook nog eens een plaat vol ruwe emoties en songs die zowel over nieuw leven als over de dood gaan. Het geeft de plaat nog net wat meer diepgang en urgentie. 

De vorige plaat van AWKWARD i deed me op een of andere manier niet zoveel, maar KYD was na één keer horen al een plaat om te koesteren en is sindsdien alleen maar mooier, imponerender en spannender geworden. Kom op Pitchfork, pak KYD op en geef AWKWARD i het wereldwijde podium dat Djurre de Haan absoluut verdient met deze bijzondere en bloedstollend mooie plaat. Erwin Zijleman






maandag 12 februari 2018

The Monochrome Set - Maisieworld

De Britse band The Monochrome Set werd in 1978 in Londen geformeerd. De band liet zich uiteraard inspireren door de eerste punkgolf van het jaar ervoor en maakte deel uit van de new wave en postpunk beweging die volgde. 

De band uit Londen wist zich, mede door wat wisselvallige platen, uiteindelijk niet te scharen onder de allergrootste bands binnen de Britse punk en new wave, maar ik vond het persoonlijk altijd wel een bijzonder buitenbeentje, vooral omdat de band zich niet schaamde voor de grote voorbeelden van voor de punk en flink wat invloeden van Roxy Music, David Bowie, The Kinks en zeker ook The Doors liet doorklinken in haar muziek. 

The Monochrome Set verkreeg misschien geen hele prominente plek in de geschiedschrijving rond de Britse punk en new wave, maar bleek, zeker achteraf bezien, een zeer invloedrijke band, die hoorbaar invloed heeft gehad op 80s smaakmakers als Lloyd Cole & The Commotions, The Smiths en Prefab Sprout en 90s bands als Pulp en Franz Ferdinand. 

The Monochrome Set is sinds 1978 niet altijd even actief geweest, maar is wel altijd platen blijven maken, wat twee jaar geleden nog het verrassend sterke Cosmonaut opleverde. Die plaat wordt nu gevolgd door Maisieworld, dat wat mij betreft nog veel sterker is. 

Eerder gaf ik al aan dat The Monochrome Set nooit vies was van invloeden van The Doors, maar zo duidelijk als op Maisieworld hoorde ik ze nog niet eerder. Een aantal tracks op de plaat sluit naadloos aan op het werk van de roemruchte band uit de late jaren 60 en vroege jaren 70, zeker wanneer wordt gekozen voor bijzondere ritmes, donkere vocalen en een onweerstaanbaar klinkend orgeltje. 

In de net wat minder donker klinkende rocksongs zijn ook dit keer duidelijke invloeden van The Kinks hoorbaar, terwijl The Monochrome Set op Maisieworld wederom een brug slaat tussen rockmuziek uit de jaren 60 en 70 en de muziek van enkele legendarische 80s en 90s bands. Maisieworld klinkt hierdoor niet alleen als de plaat die The Doors nooit hebben gemaakt, maar ook als de plaat die The Smiths nooit hebben gemaakt. 

Maisieworld ademt absoluut de sfeer van het verleden, maar maakt ook muziek die nog niet voorkomt in de geschiedenisboeken over de popmuziek. Cosmonaut omarmde ik twee jaar geleden als een plaat vol mooie herinneringen aan de popmuziek uit de jaren 80. Maisieworld gaat nog een stapje verder en bestrijkt een aantal decennia geweldige popmuziek. 

Bij eerste beluistering was ik nog vooral aan het zoeken naar vergelijkingsmateriaal, maar de nieuwe plaat van The Monochrome Set werd al snel een eigenzinnige plaat die op bijzonder aangename wijze een greep doet uit een aantal decennia popmuziek. 

De songs van de Britten steken nog altijd knap in elkaar, de zang overtuigt op een of andere manier makkelijk, de ritmesectie houdt de vaart er lekker in, terwijl het orgel en de gitaren (met hier en daar een vleugje Santana) veel fraaie duels uitvechten en goed zijn voor flink wat passages die je alleen maar wilt koesteren. 

Wereldberoemd gaan ze er vast niet meer mee worden, maar waar The Monochrome Set in haar beginjaren nogal wisselvallig was, houdt de band nu makkelijk een flink hoog niveau vast. Wat een lekkere plaat. Erwin Zijleman





zondag 11 februari 2018

Ruby Boots - Don't Talk About It

Ruby Boots is een Australische singer-songwriter die onderdak heeft gevonden in Nashville en vanuit de hoofdstad van de country Don’t Talk About It uitbrengt. 

Don’t Talk About It is de tweede plaat van Ruby Boots en de opvolger van het in 2014 verschenen en door mij niet opgemerkte Sollitude. 

De Australische singer-songwriter opereert inmiddels zoals gezegd vanuit Nashville, maar levert zeker geen typische Nashville countryplaat af. 

Don’t Talk About It werd geproduceerd door de mij niet bekende Beau Bedford, die zijn band The Texas Gentlemen heeft opgetrommeld als begeleidingsband van Ruby Boots. Don’t Talk About It kent ook nog gastbijdragen van Nikki Lane, maar verder moet de Australische singer-songwriter het toch vooral zelf doen. 

Ruby Boots doet dat in de openingstracks met rauwe energie die hier en daar voorzichtig herinnert aan de punk, maar de muziek van de Australische singer-songwriter ademt op hetzelfde moment de sfeer van de girlpop uit de late jaren 50 en vroege jaren 60; absoluut een bijzondere combinatie. 

Ruby Boots klinkt hierdoor anders dan de meeste van haar leeftijdgenoten en laat vooral wat rauwere en meer doorleefde of  juist nostalgisch aandoende klanken horen. Zeker in de eerste twee tracks is het wat zoeken naar de country in de muziek van Ruby Boots, maar uiteindelijk komt die absoluut aan de oppervlakte. 

Ruby Boots speelt dan al lang een gewonnen wedstrijd, want met de rauwe en door rock georiënteerde openingstracks grijpt de Australische muzikante je stevig bij de strot en blijken de muzikanten van The Texas Gentlemen een gouden greep. 

Natuurlijk zijn er meer countryzangeressen die niet vies zijn van wat stevigere en rauwere klanken, maar de muziek van Ruby Boots klinkt duidelijk anders. Het is knap hoe de Australische singer-songwriter balanceert tussen rauwe en recht voor zijn raap rockmuziek, honingzoete en nostalgisch aandoende popmuziek uit een heel ver verleden en de rootsmuziek zoals die de afgelopen decennia met zoveel succes in Nashville wordt gemaakt. 

Ruby Boots valt op door de bijzondere invloeden die ze in haar muziek verwerkt, maar uiteindelijk staat of valt alles in Nashville bij de vocalen. Ook met haar zang maakt Ruby Boots indruk. De Australische muzikante kan vervaarlijk uithalen met doorleefde vocalen, maar kan ook zwoel verleiden met soulvolle zang waar Phil Spector een aantal decennia geleden ook genadeloos voor zou zijn gevallen. Vanaf de derde track laat Ruby Boots meer invloeden uit de country, folk en pop toe in haar muziek en ook in deze genres kan de Australische zangeres uitstekend uit de voeten en maakt ze indruk met een aangename snik en flink wat gevoel. 

Na een aantal tracks keert de rock gelukkig terug in de muziek van Ruby Boots en valt Don’t Talk About It voor mij definitief in de categorie van de Nashville platen die zich onderscheiden van de grauwe massa, waarna Ruby Boots aan het eind van de plaat ook nog eens Stevie Nicks naar de kroon steekt. 

Het aanbod van het moment is momenteel idioot groot en alleen met de grote namen kan ik deze BLOG moeiteloos week na week vullen. Ruby Boots heeft zich hier knap tussen gewurmd en is wat mij betreft één van de meest veelbelovende jonge zangeressen die vanuit Nashville de wereld probeert te veroveren. Erwin Zijleman

Don't Talk About It van Ruby Boots is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://rubybootsbloodshot.bandcamp.com.





 

zaterdag 10 februari 2018

Alela Diane - Cusp

Alela Diane dook een jaar of 15 geleden op in het kielzog van de op dat moment volop geprezen stadgenote Joanna Newsom. 

Het leverde de singer-songwriter uit Nevada City, California, een vliegende start op, al werd Alela Diane ook tegen wil en dank in het hokje psych-folk geduwd. 

Sinds haar debuut The Pirate’s Gospel, dat Europa in 2006 wist te bereiken, heeft Alela Diane een aantal wonderschone platen gemaakt en het zijn platen die niet alleen opvielen door de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante, maar ook zeker door haar songwriting skills. 

De afgelopen jaren was het helaas redelijk stil rond Alela Diane. Haar laatste soloplaat kwam tot voor kort uit 2013 (About Farewell), terwijl het in 2015 en samen met singer-songwriter Ryan Francesconi gemaakte Cold Moon wat  mij betreft wat tegenviel. Deze week verscheen Cusp, maar ik heb de plaat al een aantal weken in mijn bezit. Het was voldoende tijd om compleet verliefd te worden op de nieuwe plaat van Alela Diane. 

De songs op Cusp maken vrijwel onmiddellijk duidelijk waarom het een tijd stil is geweest rond Alela Diane. De tegenwoordig vanuit Portland, Oregon, opererende singer-songwriter is moeder geworden, wat niet alleen een compleet ander leven heeft opgeleverd, maar Alela Diane ook weer herinnerde aan de moeizame relatie die ze had met haar eigen moeder. 

Het moederschap in al haar facetten vormt de basis voor een persoonlijke plaat, die in the middle of nowhere werd opgenomen. In the middle of nowhere had Alela Diane wel de beschikking over een piano en deze staat centraal in vrijwel alle songs op de plaat. 

Alela Diane werd in het verleden zoals gezegd vrij makkelijk in het hokje psych-folk (of in een van de vele beschikbare synoniemen) geduwd, maar heeft met Cusp een plaat gemaakt die vooral herinnert aan de singer-songwriter muziek uit de jaren 70. Cusp ademt de sfeer van de platen van met name Carole King en Joni Mitchell, al verwerkt Alela Diane ook nog wel wat invloeden uit de traditionele folk in haar muziek. 

Door de grote rol van de piano en de intieme en persoonlijke songs maakt Cusp een tijdloze indruk, wat nog eens wordt verstrekt door het feit dat Alela Diane de sfeer van de afgelegen berghut waar ze plaat heeft opgenomen heeft weten te vangen op de plaat, die een bijna rustgevende uitwerking heeft. 

Cusp betovert met prachtige pianoklanken en hier en daar wat accenten van strijkers, gitaren en de instrumenten van meerdere gastmuzikanten, maar de meeste indruk maakt Alela Diane ook dit keer met haar stem. De vocalen op Cusp strelen intens het oor, maar weten je door de persoonlijke teksten en emotievolle voordracht van Alela Diane ook makkelijk te raken. 

Een afwezigheid van bijna vijf jaar is tegenwoordig voldoende om vrijwel volledig vergeten te worden en ik moet toegeven dat ik de afgelopen jaren nooit naar de muziek van Alela Diane heb geluisterd. Cusp zal de komende tijd heel vaak uit de speakers komen en heeft ook mijn interesse voor het oudere werk van Alela Diane weer opgewekt. Alela Diane is gelukkig terug en heeft wat mij betreft haar beste plaat tot dusver afgeleverd. Iedereen die haar vorige platen kent, weet wat dit zegt over het niveau van de plaat. Erwin Zijleman





vrijdag 9 februari 2018

Kat Frankie - Bad Behaviour

Kat Frankie komt oorspronkelijk uit Australië, maar woont en werkt al heel wat jaren in Berlijn, waar ze optimaal kon en kan profiteren van een even bruisende als eigenzinnige muziekscene. 

In Berlijn maakte Kat Frankie al een drietal platen, maar deze trokken buiten de Duitse landgrenzen helaas niet al teveel aandacht. 

Dat moet gaan veranderen met het deze week verschenen Bad Behaviour, want de nieuwe plaat van de Australische singer-songwriter is een hele lekkere en ook nog eens originele plaat. 

Het originele van Bad Behaviour zit vooral in een verrassende combinatie van invloeden. Kat Frankie groeide op met de platenkast van haar ouders, maar ontwikkelde in de jaren 80 en 90 ook een eigen muzieksmaak. 

In de platenkast van haar ouders namen naar verluidt Carly Simon, Bread en Simon & Garfunkel een belangrijke plaats in. De invloeden van Carly Simon hoor ik als enige van deze drie, maar ik hoor ook invloeden uit de doo-wop, zeker in de zangpartijen. Kat Frankie voegt hier invloeden uit de R&B, pop en de neo-soul/hiphop van Lauryn Hill aan toe, maar flirt ook af en toe met de Berlijnse platen van Bowie en experimenteert bovendien nadrukkelijk met complexe ritmes, die me op een of andere manier aan het werk van Wendy & Lisa doen denken. 

Het experiment op Bad Behaviour zorgt er voor dat de plaat zich niet altijd makkelijk laat doorgronden en zich nog minder makkelijk laat vergelijken met de muziek van anderen. De muziek van Frankie wordt wel vergeleken met die van Cat Power, Fiona Apple en Feist en met name de eerste en de laatste hoor ik hier en daar terug, al heeft Kat Frankie toch vooral een eigen geluid. 

Het is een geluid dat voor een belangrijk deel wordt bepaald door de bijzondere en vaak wat ongrijpbare instrumentatie. Het is een instrumentatie die soms aanstekelijk is en vooral invloeden uit de pop en de R&B bevat, maar Kat Frankie kiest met enige regelmaat ook voor atmosferische klanken, die fraai worden gecombineerd met bijzondere en in dat geval vooral lome ritmes. 

De instrumentatie op Bad Behaviour geeft de plaat een bijzonder eigen geluid, maar ook de stem van Kat Frankie draagt hier nadrukkelijk aan bij. De Australische muzikante kan aansluiten bij de singer-songwriters uit de platenkast van haar ouders, maar verrast ook met bijzondere doo-wop achtige koortjes, met benevelende vocalen die voorzichtig opschuiven richting zweverigere popmuziek met een vleugje new age of juist richting soulvolle pop met een flinke dosis R&B. 

Bad Behaviour is een plaat die door de originele invloeden en uitstapjes buiten de gebaande paden makkelijk overtuigt en het is ook nog eens een plaat die mij steeds dierbaarder is geworden. Na een paar weken met  betrekkelijk weinig releases komen momenteel veel te veel platen uit, maar het zou doodzonde zijn als deze frisse en avontuurlijke plaat van Kat Frankie ondersneeuwt. Erwin Zijleman



donderdag 8 februari 2018

Anna Burch - Quit The Curse

Anna Burch zal een enkeling misschien kennen van de band Frontier Ruckus (die met haar laatste twee platen een respectabele positie in mijn jaarlijstje haalde) of van de band Failed Flowers. 

Met Quit The Curse heeft de singer-songwriter uit Detroit, Michigan, nu ook haar eerste soloplaat uitgebracht en het is een soloplaat waarvan ik gelukkig word. 

In de openingstrack worden gruizige gitaren gecombineerd met de nodige zonnestralen en brengt Anna Burch herinneringen aan de veel te jong overleden Kirsty MacColl naar boven. 

Het is zeker niet de enige naam die opduikt bij beluistering van het debuut van Anna Burch. Quit The Curse doet meer dan eens denken aan het debuut van The Sundays, nog veel vaker aan de platen van Juliana Hatfield en zo kan ik nog veel meer namen noemen. 

Op hetzelfde moment vermengt Anna Burch op haar debuut zeer uiteenlopende invloeden. Gruizige 90s gitaren worden vermengd met koortjes uit de girlpop van Phil Spector uit de jaren 60 en vervolgens gecombineerd met de hemelse gitaarloopjes waarop ooit Johnny Marr het patent had. Quit The Curse verdient hierdoor het predicaat frisse gitaarpop, maar schuift hier en daar ook op richting roots, folk-noir en Mazzy Star of Lush achtige dreampop. 

Anna Burch grijpt echter niet alleen terug op het verleden, maar sluit ook aan bij tijdgenoten als Waxahatchee, Angel Olsen en een enkele keer, wanneer de pop kraan wat verder wordt open gedraaid, zelfs bij Lana Del Rey. 

Volop invloeden dus op het debuut van Anna Burch en dit zorgt er voor dat de eerste plaat van de Amerikaanse singer-songwriter sprankelt. De zonnige popliedjes op Quit The Curse liggen lekker in het gehoor, maar naast zonnestralen zijn er ook altijd wel wat donkere wolken, wat de dromerige songs op de plaat voorziet van een beetje melancholie of wat stekelige accenten. 

Toen ik het debuut van Anna Burch voor het eerst beluisterde hoorde ik vooral alle aangename echo’s uit het verleden en hoorde ik niet direct wat er echt onderscheidend was aan het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter, maar inmiddels weet ik beter. 

Na een paar keer horen krijg je de even aangename als eigenzinnige en persoonlijke popliedjes van Anna Burch niet meer uit je hoofd (de songs van haar band Frontier Ruckus hebben overigens precies hetzelfde) en wil je Quit The Curse steeds vaker horen. Wanneer je de plaat veel vaker hoort valt er steeds meer op zijn plek en hoor je hoe mooi verschillende invloeden worden gecombineerd, uit welke mooie lagen de songs van Anna Burch bestaan en hoe verslavend haar stem is. 

Quit The Curse is voor mij derhalve een plaat om te koesteren en iedere keer dat ik hem hoor is hij weer net wat leuker, en onweerstaanbaarder. Erwin Zijleman

Quit The Curse van Anna Burch is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://annaburch.bandcamp.com/album/quit-the-curse.





 

woensdag 7 februari 2018

John Oates & The Good Road Band - Arkansas

John Oates kende ik tot voor kort uitsluitend van het duo Hall & Oates, dat in de jaren 70 en 80 een aantal wereldhits scoorde, maar ook een aantal respectabele platen afleverde. 

Bij Hall & Oates stond John Oates altijd wat in de schaduw van Daryl Hall, die met zijn soulvolle strot en als dominante frontman verreweg de meeste aandacht trok. 

Dat ook John Oates flink wat te bieden heeft, laat hij echter horen op het onlangs verschenen Arkansas. 

Ik had het bijna het solodebuut van John Oates genoemd, maar de muzikant uit New York blijkt al een aardig stapeltje soloplaten op zijn naam te hebben staan, waarvan bij snelle beluistering vooral Mississippi Mile uit 2011 interessant lijkt (en ik ook wel wat platen ben tegengekomen die totaal niet interessant zijn overigens). 

Mississippi Mile is een plaat die wel wat raakvlakken heeft met Arkansas, want ook op zijn nieuwe plaat duikt John Oates diep in de archieven van de Amerikaanse rootsmuziek uit met name het Zuiden van de Verenigde Staten. 

Dat lijkt een verrassende stap voor een muzikant die toch vooral bekend is geworden met de pure radiopop van Hall & Oates, maar dat is het niet. Ook op zijn eerste soloplaat, die van voor de successen van Hall & Oates stamt, etaleerde John Oates al nadrukkelijk zijn liefde voor onder andere de folk en dat doet hij ook op Arkansas. 

Arkansas laat zich beïnvloeden door folk, jazz, soul, gospel en met name blues uit het begin van de vorige eeuw en eert nadrukkelijk de oude blueshelden van John Oates. Arkansas bevat flink wat covers, maar John Oates voegt ook een aantal eigen songs toe en het knappe is dat deze nauwelijks opvallen tussen de songs die zo zijn weggelopen uit een heel ver verleden. 

John Oates mist in vocaal opzicht de soul en de power van zijn voormalige collega Daryl Hall, maar de wat ruwe en doorleefde vocalen passen prima bij het vooral bluesy repertoire op de plaat. 

Het is bluesy repertoire waarin de gitaren en andere snareninstrumenten van zijn prima band The Good Road Band de hoofdrol spelen en tekenen voor het ene na het andere memorabele moment van gitaar, mandoline, pedal steel, cello of accenten van de eveneens zeer verdienstelijk spelende ritmesectie. 

Het past allemaal prachtig bij de wat krakerige strot van John Oates, die op Arkansas moeiteloos de ene na de andere bluessong naar zijn hand zet en in muzikaal en productioneel opzicht raakt aan de eerste platen van Daniel Lanois (en aan die van J.J. Cale om nog maar eens een naam te noemen). 

Arkansas moet het hebben van zijn authenticiteit en dat kun je aan John Oates wel toevertrouwen. Arkansas is hoorbaar met veel respect en liefde gemaakt en is een plaat die zich steeds nadrukkelijker opdringt en meer verdient dan een rol op de achtergrond, wat niet betekent dat de plaat niet bijzonder lekker klinkt op de achtergrond. 

John Oates kreeg in het verleden misschien niet altijd het respect dat hij als muzikant verdiende, maar met Arkansas dwingt hij dit respect vol overtuiging af. Het aanbod van het moment is groot, maar dit is een van de platen die er bovenuit steekt deze week. Erwin Zijleman





dinsdag 6 februari 2018

Roxy Music - Roxy Music, 2018 Deluxe Edition

Het bijna 46 jaar geleden dat Roxy Music de Command Studios in Londen betrad voor het opnemen van haar eerste plaat. 

De plaat zou op 16 juni 1972 verschijnen en het is een plaat die de popmuziek heeft veranderd. 

Wanneer ik luister naar de muziek van Roxy Music grijp ik eerlijk gezegd maar zelden naar de eerste plaat van de band, maar nu ik dat, ter ere van de fraaie reissue die deze week is verschenen, weer eens heb gedaan, ben ik onder de indruk van de wilde experimenteerdrift van de band op haar debuut. 

Op de eerste plaat van Roxy Music zingt Bryan Ferry of zijn leven er van af hangt, scheurt Andy Mackay met zijn saxofoon overal doorheen, tekent Phil Manzanera voor nauwelijks te doorgronden gitaarlijnen, zorgt de uit Graham Simpson en Paul Thompson bestaande ritmesectie voor een stuwende basis en zijn er natuurlijk ook nog de bijzondere synthesizer partijen van Brian Eno, die hun organische tegenhanger vinden in het pianospel van Bryan Ferry. 

Roxy Music smeedt op haar debuut op fascinerende wijze invloeden uit de glamrock, symfonissche rock en avant-garde aan elkaar en legt op haar debuut de basis voor het uiteindelijk niet zo bevredigende label art-rock. Hiermee zijn we er nog lang niet, want het debuut van Roxy Music laat ook invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek horen en neemt in de wat rauwere tracks ook een voorschot op de punkmuziek die pas vijf jaar later zou worden uitgevonden. 

Het debuut van Roxy Music is waarschijnlijk de minst toegankelijke plaat van de band die een paar jaar later zou uitgroeien tot een geoliede hitmachine, maar wat is het een goede plaat. De songs van de Britse band zitten niet alleen vol experiment, maar klinken ook verrassend rauw en emotievol. Het zijn bovendien songs die wat te melden hebben en allerlei haakjes bevatten naar de Europese geschiedenis en de Europese kunst en cultuur. 

Zeker in de wat langere tracks op de plaat draaien de instrumenten prachtig om elkaar langs en door elkaar heen, maar Roxy Music kan haar ei op haar debuut ook in een minuut of twee kwijt. 

Wat opvalt bij beluistering van het debuut van Roxy Music is dat de muziek van de band na al die jaren nog steeds urgent klinkt en ook nog steeds vernieuwender is dan veel muziek die op het moment wordt uitgebracht. 

Het is goed te horen dat de band nog niet kon beschikken over een enorm studiobudget, maar dat geeft de songs van de band iets rauws en krachtigs dat ver af staat van het later zo gepolijste geluid van de band. 

Ik ben normaal gesproken niet zo’n fan van met heel veel extra’s opgetuigde reissues, maar dat is dit keer anders. De alternatieve opnamen en live-opnamen laten immers prachtig horen hoe de songs van het debuut van Roxy Music nog in ontwikkeling waren in 1972, waardoor ze een paar maanden later totaal anders konden klinken. 

Het debuut van Roxy Music zou in de jaren 70 en vooral de jaren 80 talloze bands beïnvloeden, maar veel van de songs op de plaat zijn nog steeds invloedrijk. Ik grijp zoals gezegd meestal naar een andere plaat van Roxy Music wanneer ik iets van de band wil horen, maar nu ik veel beter dan in het verleden heb geluisterd naar het zo goede debuut, weet ik zeker dat ik deze plaat nog veel vaker uit de kast ga trekken, al is het maar omdat het vinyl uit de jaren 70 door de beperkte aandacht uit het verleden nog in topconditie is. Erwin Zijleman