zaterdag 26 mei 2018

Jennifer Warnes - Another Time, Another Place

Jennifer Warnes bracht in 1968 haar debuutalbum uit en maakte aan het begin van de jaren 70 nog een aantal platen. In commercieel opzicht was het, ondanks de steun van groten uit de popmuziek als John Cale, geen groot succes, maar de bijzondere stem van de Amerikaanse zangeres werd zeker opgemerkt. 

Jennifer Warnes werd na een aantal mislukte platen een veelgevraagd achtergrondzangeres en werd uiteindelijk opgepikt door Leonard Cohen, die haar meenam op vele tours en uitnodigde voor een groot deel van de platen die hij uitbracht (vooral op I’m Your Man is de bijdrage van Jennifer Warnes groot). 

Diezelfde Leonard Cohen zorgde er ook voor dat Jennifer Warnes uiteindelijk toch nog doorbrak als soloartiest. Famous Blue Raincoat: The Songs of Leonard Cohen uit 1987 zette Jennifer Warnes alsnog op de kaart als een van de mooiere stemmen uit de popmuziek en zorgde er voor dat de zangeres uit Seattle, Washington, ook nog eens kon schitteren in de wereldhit (I've Had) The Time of My Life, een duet met Bill Medley (The Righteous Brothers). 

Na Famous Blue Coat bracht Jennifer Warnes nog twee platen uit en maar liefst 17 jaar na het uitstekende The Well keert ze terug met Another Time, Another Place. Jennifer Warnes vierde eerder dit jaar haar 71e verjaardag en haar 50 jaar jubileum in de muziek. Het waren lichtpuntjes in jaren waarin de Amerikaanse zangeres te maken kreeg met nogal wat sterfgevallen in haar omgeving (waaronder de dood van Leonard Cohen) en het is dan ook niet zo gek dat de dood centraal staat op het nieuwe album van Jennifer Warnes. 

Ook op Another Time, Another Place tekent voormalig Leonard Cohen bandleider Roscoe Beck voor de productie (hij produceerde ook Famous Blue Raincoat en opvolger The Hunter), wat een bijzonder fraai en stemmig geluid oplevert. Het is een geluid dat uiteraard ook de verdienste is van de fantastische muzikanten die Roscoe Beck optrommelde, onder wie pedal steel legende Greg Leisz. 

Op haar nieuwe plaat kiest Jennifer Warnes vooral voor een uiterst ingetogen en wat jazzy geluid en het is een geluid dat prachtig kleurt bij haar nog altijd geweldige stem. Ik was in het verleden nooit heel gecharmeerd van de scherpe randjes op de stembanden van Jennifer Warnes, maar deze zijn er inmiddels prachtig afgesleten, wat haar stem voorziet van meer gevoel en doorleving. 

Jennifer Warnes heeft altijd een voorkeur gehad voor de songs van anderen en vertolkt ook dit keer geen eigen songs. De songkeuze sluit goed aan bij het wat jazzy repertoire op de plaat, maar is soms ook verrassend. Zo opent de plaat met Pearl Jam’s Just Breathe en draait Jennifer Warnes halverwege de plaat de gashendel open wanneer ze aan de haal gaat met I’m The Big Easy van Ray Bonneville. Onbetwist hoogtepunt is voor mij de hemeltergend mooie versie van So Sad van Mickey Newbury, maar de rest van de plaat blijft niet ver achter. 

Op de vroege ochtend klinkt het heerlijk, maar je komt er al snel achter dat deze plaat zo goed is dat je er makkelijk de hele dag mee door komt. Erwin Zijleman



 

vrijdag 25 mei 2018

Lindi Ortega - Liberty

Liberty van Lindi Ortega besprak ik op 1 april, maar tot mijn verbazing kreeg deze geweldige rootsplaat verder nauwelijks aandacht. Ik begrijp nu waarom want vandaag verschijnt de plaat pas in Nederland (als iemand dit me uit kan leggen, graag). Genoeg reden natuurlijk om nogmaals stil te staan bij de muziek van deze fascinerende singer-songwriter. 


Lindi Ortega maakte met Little Red Boots (2011), Cigarettes & Truckstops (2012), Tin Star (2013) en Faded Gloryville (2015) vier prima platen. 

Het zijn platen die binnen de Americana een opvallend breed palet bestrijken en moeiteloos variëren tussen country uit het verleden, country uit het heden, rock ’n roll, rockabilly, soul en Mexicaanse muziek, om maar een aantal belangrijke invloeden te noemen. 

Met name Tin Star en Faded Gloryville waren zo mooi en overtuigend dat ik ook in Nederland recensies vol superlatieven had verwacht, maar helaas bleef het hier vooral stil rond de platen van Lindi Ortega. 

Het heeft de uit het Canadese Toronto afkomstige muzikante, die in de Verenigde Staten en Canada overigens wel werd overladen met Grammy en Juno nominaties, er gelukkig niet van weerhouden om nog maar eens een prachtplaat af te leveren. Ook het deze week verschenen Liberty laat een bijzonder eigen geluid horen en het is als je het mij vraagt een geluid dat ook hier in Nederland flink wat lof zou moeten oogsten. 

Ook op Liberty bestrijkt de Canadese muzikante met Iers en Mexicaans bloed een opvallend breed palet. Lindi Ortega heeft absoluut een voorliefde voor country uit het verleden, maar verrijkt haar muziek ook dit keer met uiteenlopende invloeden. Het zijn de invloeden uit onder andere de rock ’n roll, die ook op haar vorige platen al een belangrijke rol speelden, maar Liberty heeft zich ook laten inspireren door filmmuziek in het algemeen en door de spaghetti westerns van Ennio Morricone in het bijzonder. 

Liberty bevat een aantal heerlijke lome songs die het goed zouden doen in deze westerns of in tv series als True Detective en Twin Peaks en je meenemen naar obscure nachtclubs in oorden waar het meestal net wat te warm en broeierig is dan goed voor je is. 

De country-noir achtige klanken passen perfect bij de stem van Lindi Ortega, die gemaakt lijkt voor country. Het is een stem die zwoel kan fluisteren en bijzonder stevig uit kan halen, maar ook diep kan ontroeren met een prachtige snik. Het voorziet de songs op Liberty van een bijzondere sfeer en het is een sfeer waar ik van houd. 

Het bijzondere geluid van Lindi Ortega werd niet alleen ontleend aan de soundtracks van Ennio Morricone, maar ook aan soundtracks bij tal van andere films, waaronder die van Quentin Tarantino, die door Lindi Ortega en producer Skylar Wilson (Justin Townes Earle, Andrew Combs, Caitlin Rose) werden uitgeplozen voordat ze samen met flink wat prima muzikanten (waaronder een geweldige pedaal steel speler) een studio in Nashville in doken. 

Liberty heeft wel wat raakvlakken met de al weer bijna drie maanden geleden verschenen prachtplaat van Kacey Musgraves, maar waar de laatste tegen de pop aan schuurt, duikt Lindi Ortega diep in de archieven van de Amerikaanse rootsmuziek. Liberty zal daarom vast wat minder gaan verkopen dan de laatste plaat van Kacey Musgraves, maar is in artistiek opzicht absoluut interessant, bijvoorbeeld voor de grote groep kritische liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die Nederland rijk is. Erwin Zijleman



 

donderdag 24 mei 2018

Matt Costa - Santa Rosa Fangs

Ik ben inmiddels al flink wat jaren heel enthousiast over de platen van de Amerikaanse singer-songwriter Matt Costa. 

De in Californië geboren en getogen muzikant koos lange tijd voor zijn eerste liefde, het skateboard, maar toen een ongeval een professioneel bestaan als skateboarder onmogelijk maakte, koos Matt Costa voor de muziek. 

Een platencontract bij het label van Jack Johnson hielp de Amerikaanse muzikant in het zadel, waarna hij in 2006 zeer verdienstelijk debuteerde met Songs We Sing. 

Op zijn debuut liet Matt Costa een voorliefde horen voor met name 60s folk en 70s singer-songwriter pop, maar andere invloeden waren nooit ver weg en uiteraard strooide Matt Costa driftig met Californische zonnestralen. 

Het is een lijn die fraai werd doorgetrokken op Unfamiliar Faces uit 2007, Mobile Chateau uit 2010 en Matt Costa uit 2013, waarna het helaas stil werd rond de Amerikaanse singer-songwriter. Matt Costa maakte twee jaar geleden nog wel een nauwelijks opgemerkte filmsoundtrack, maar is vijf jaar na zijn titelloze plaat eindelijk terug met een nieuw album. 

Santa Rosa Fangs is een conceptplaat over een Californische vrouw en haar broers, maar de plaat is ook te beluisteren als een lofzang op The Golden State of als een terugblik op het leven van Matt Costa tot dusver. 

Ook op Santa Rosa Fangs haalt Matt Costa de mosterd weer vooral in het verre verleden en met name in de jaren 60 en 70, maar de Amerikaanse muzikant heeft zo langzamerhand ook een duidelijk eigen geluid gecreëerd, waarin uiteenlopende invloeden aan elkaar worden gesmeed. 

Het levert ook dit keer een werkelijk geweldige serie popliedjes op. Laat Santa Rosa Fangs uit de speakers komen en de zonnestralen vliegen je onmiddellijk om de oren. De zonnige en tijdloze popsongs van Matt Costa zijn niet alleen volstrekt onweerstaanbaar, maar zitten ook razend knap in elkaar en zijn zeker niet van het type die het ene oor in gaan en het andere weer uit, hoe aangenaam dat ook kan zijn. 

Matt Costa schudt de tijdloze en hopeloos verslavende popliedjes misschien bijna achteloos uit de mouw, maar ondertussen is over ieder detail nagedacht en citeert de Amerikaan net zo makkelijk uit de catalogus van The Byrds en The Beach Boys als uit die van Oasis en Elliott Smith en vermengt hij ook nog even John Lennon met World Party. 

Het geluid op Santa Rosa Fangs is net wat meer rechttoe rechtaan dan het geluid op de directe voorganger, maar zit vol spitsvondigheden. Matt Costa is nog altijd een kind van het zonnige en lome Californië, maar op zijn nieuwe plaat klinkt hij ook net zo scherp en stekelig als de pioniers van de Amerikaanse new wave uit New York. 

Na één keer horen was ik al weer hopeloos verliefd op de onweerstaanbare maar ook knappe popliedjes van Matt Costa, maar net als de vorige platen van de Amerikaan wordt ook Santa Rosa Fangs alleen maar beter en beter. Matt Costa maakte al een paar platen die je op ieder moment uit de kast kan trekken en waarvan je altijd blij wordt. Santa Rosa Fangs is ook weer een en het is wat mij betreft de beste van het stel. Met afstand zelfs. Jaarlijstjesplaat dus. Erwin Zijleman

De nieuwe plaat van Matt Costa is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://mattcosta.bandcamp.com/album/santa-rosa-fangs.

  


woensdag 23 mei 2018

Ryley Walker - Deafman Glance

De Amerikaanse muzikant Ryley Walker dook in het voorjaar van 2014 voor het eerst op met het buitengewoon fascinerende All Kinds Of You. In Nederland maakten we pas enkele maanden later kennis met de muziek van de jonge muzikant uit Chicago, maar ook hier was het debuut van Ryley Walker uiteindelijk een jaarlijstjesplaat. 

Ryley Walker greep op zijn debuut nadrukkelijk terug op de psychedelische folkmuziek uit de jaren 60 en 70 en  verraste met een bijzondere instrumentatie, waarin zijn akoestische fingerpicking gitaarspel, de pianist en met name de violist de hoofdrollen opeisten. Elementen uit de 70s folk uit zowel Engeland als de Verenigde Staten maakten het unieke geluid van Ryley Walker compleet. 

Het bijzondere geluid van de Amerikaan werd op het een jaar na zijn debuut verschenen Primrose Green verrijkt met invloeden uit de jazz, terwijl op het weer een jaar later verschenen Golden Sings That Have Been Sung flink wat experiment werd toegevoegd aan het geluid van de muzikant uit Chicago. 

Vorig jaar was er nog het fraaie tussendoortje met gitarist Bill MacKay, maar inmiddels is ook het vierde album van Ryley Walker verschenen. Deafman Glance gaat weer verder waar Golden Sings That Have Been Sung twee jaar geleden op hield en combineert alles wat Ryley Walker tot dusver heeft gedaan met nog wat nieuwe uitstapjes buiten de gebaande paden. 

Het levert een plaat op die niet onmiddellijk de onuitwisbare indruk maakt die All Kinds Of You vier jaar geleden wel maakte. De songs van de muzikant uit Chicago zijn in een aantal gevallen psychedelisch, folky en wonderschoon, maar Deafman Glance bevat ook een aantal tracks die in eerste instantie lijken te verzanden in jazzy geëxperimenteer of gejam en daar kun je me zeker niet altijd voor wakker maken. 

Zeker bij eerste beluistering springt Ryley Walker op Deafman Glance van de hak op de tak. Van folk en psychedelica, naar jazz en avant garde en in de meest extreme momenten schuift de Amerikaan zelfs op in de richting van postrock of zelfs de progrock van een band als King Crimson. Aan de andere kant zijn ook de associaties met het werk van Tim Buckley dit keer niet te onderdrukken, waarmee Deafman Glance niet altijd even ver is verwijderd van zijn voorgangers. 

Ook na vele keren luisteren is de nieuwe plaat  van Ryley Walker geen plaat die ik in de toekomst heel vaak op ga zetten, maar wanneer ik toe ben aan de experimentele klanken is het een plaat die maar nieuwsgierig blijft maken en waarop langzaam maar zeker steeds meer puzzelstukjes op hun plek vallen. 

Heel wat muziekliefhebbers zouden geen enkele moeite hebben gehad met All Kinds Of You part II, III en IV, maar het siert Ryley Walker dat hij blijft zoeken naar vernieuwing en hij het experiment niet schuwt. En ik heb zomaar het idee dat het nu soms ongrijpbare en richtingloze Deafman Glance de komende maanden nog flink kan groeien. Erwin Zijleman

De platen van Ryley Walker zijn ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://ryleywalker.bandcamp.com/album/deafman-glance.




 


dinsdag 22 mei 2018

Wussy - What Heaven Is Like

De Amerikaanse band Wussy ontdekte ik in 2005 en herontdekte ik in 2016. Inmiddels weet ik dat er tussen het geweldige debuut Funeral Dress uit 2005 en de jaarlijstjesplaat Forever Sounds uit 2016 nog vier geweldige platen zitten en dan is er ook nog de klassieker die voorman Chuck Cleaver in 2001 maakte met zijn heropgerichte band Ass Ponys (Lohio). 

Alle reden dus om zeer nieuwsgierig te zijn naar een nieuwe plaat van Wussy. Deze plaat verscheen afgelopen week en ontdekte ik, net als zijn voorganger, via de release lijst van het Amerikaanse AllMusic.com. 

In Nederland trekt de band uit Cincinnati, Ohio, vooralsnog helaas heel weinig aandacht en daar ga ik met mijn BLOG waarschijnlijk niet heel veel aan veranderen, al is iedere muziekliefhebber die wordt gewonnen er een. Het zou zeer terecht zijn als Wussy ook in Nederland aandacht trekt, want ook de zevende plaat van de band is weer een hele goede plaat geworden. 

Ook What Heaven Is Like is weer een echte gitaarplaat en het is er een vol invloeden. De muziek van Wussy is inmiddels met van alles en nog wat vergeleken, maar het lukt vooralsnog niet om de muziek van de band uit Ohio in een hokje te duwen en als het al lukt gaat het meestal maar een of twee tracks goed.

Forever Sounds omschreef ik twee jaar geleden als “een bijzondere cocktail die bestaat uit gelijke delen 60s psychedelica, 90s noiserock en 90s indierock en op smaak wordt gebracht met een vleugje Americana, een beetje My Bloody Valentine en een snufje Arcade Fire.” Het is een wat generieke omschrijving die in grote lijnen ook op gaat voor What Heaven Is Like, al legt Wussy iedere keer weer net wat andere accenten. Hiernaast hoor ik iedere keer weer andere dingen in de muziek van de band uit Cincinnati. 

Ook What Heaven Is Like laat weer flink wat invloeden van Sonic Youth horen, maar bij de eerste beluisteringen van de plaat hoorde ik ook veel van The Velvet Underground, R.E.M. en vooral van Neil Young en zijn Crazy Horse. Het zijn slechts een paar namen van de vele namen die op kwamen bij beluistering van de plaat, wat het noemen van namen zinloos maakt.

Het knappe van de muziek van Wussy is dat de band een voorliefde heeft voor wat gruizige en ontsporende gitaarsongs, maar dat het ook nergens de perfecte popsong of rocksong uit het oog verliest. Het zorgt ervoor dat What Heaven Is Like vermaakt met tijdloze rockmuziek en melodieën die je na één keer horen niet meer wilt vergeten, maar dat de band ook verrast met een rauw en eigenzinnig geluid, waarin ook flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek zijn verborgen. 

Het is een geluid dat meerdere kanten op schiet, mede omdat voorman Chuck Cleaver de zang meerdere keren over laat aan frontvrouw Lisa Walker, maar ook op What Heaven Is Like is iedere kant van Wussy zeer de moeite waard en prikkelt de band optimaal de fantasie. 

Het is inmiddels een prachtig rijtje in de platenkast, maar het is helaas ook een rijtje dat ik in maar weinig andere platenkasten terug zie. Hoogste tijd dat dit gaat veranderen, want Wussy is een wereldband, die met What Heaven Is Like al weer haar zevende prachtplaat heeft afgeleverd. Ga dat horen. Erwin Zijleman

Ook de nieuwe plaat van Wussy is (voor een relatief zacht prijsje) beschikbaar via de bandcamp pagina van de band: https://wussy.bandcamp.com/album/what-heaven-is-like.




 


maandag 21 mei 2018

Nieuw: wekelijkse nieuwsbrief

Ik plaats al links naar recensies op de krenten uit de pop op mijn Facebookpagina, in mijn Twitter tweets en op Musicmeter.nl.

Verder kun je je via deze BLOG abonneren op een door BLOGGER gegenereerde e-mail met de recensie van de betreffende dag (inschrijven kan via het veld midden links op deze pagina).

Nieuw is de wekelijkse nieuwsbrief die kort samenvat wat je de afgelopen week hebt gemist. De nieuwsbrief verschijnt iedere zaterdag maar komt deze keer op maandag.

De eerste Krenten Uit De Pop Nieuwsbrief staat hier:
https://mailchi.mp/7a3d88b29c92/krenten-uit-de-pop-nieuwsbrief-21-mei-2018

Als je je aanmeldt (subscribe) krijg je hem vanaf nu standaard toegemaild.

Ray LaMontagne - Part Of The Light

Ray LaMontagne maakte met zijn debuut Trouble direct een onuitwisbare indruk. De muzikant uit Nashua, New Hampshire, deed dat vooral met zijn stem, die je bij de strot greep en niet meer dacht aan los laten. 

Trouble is zo’n plaat waar je als muzikant een heel leven tegenaan kan hikken, maar ondanks het feit dat de plaat nog altijd wordt gezien als Ray LaMontagne’s beste plaat heeft de Amerikaan inmiddels meerdere hoog gewaardeerde platen op zijn naam staan. 

Op zijn laatste platen koos hij voor een wat steviger en psychedelischer geluid, maar de laatste songs op het in 2016 verschenen Ouroboros waren toch weer wat meer ingetogen. 

Het is een lijn die wordt doorgetrokken op de eerste tracks van Part Of The Light, al weer het zevende album van Ray LaMontagne. Part Of The Light wordt hier en daar omschreven als een plaat waarop de Amerikaanse muzikant terugkeert naar het geluid van zijn eerste platen, maar dat is wat mij betreft maar ten dele het geval. 

Vergeleken met zijn vorige platen kiest Ray LaMontagne absoluut voor een wat minder rock georiënteerd geluid, maar Part Of The Light klinkt ook minder rootsy dan zijn vroege werk. Veel songs op de nieuwe plaat hebben een 70s feel en herinneren aan de grote singer-songwriters uit de eerste helft van de jaren 70. Part Of The Light rockt over het algemeen misschien minder dan zijn voorgangers, maar klinkt nog steeds wat psychedelisch (ik hoor meerdere keren wat van Pink Floyd), wat ik persoonlijk prachtig vind passen bij de fascinerende stem van Ray LaMontagne. 

Veel songs op de plaat slepen zich in een laag tempo voort en zijn voorzien van een vol en loom geluid vol fraaie details, waaronder prachtig gitaarwerk van Carl Broemel. Het is een geluid dat fraai combineert met de prachtige zang van Ray LaMontagne, die verrassend ingetogen zingt en niet iedere noot uit de tenen haalt. Voor liefhebbers van het vocale geweld van de eerste platen van de Amerikaan klinkt het misschien wat voorzichtig, maar ik vind het prachtig. 

Part Of The Light is een plaat vol onderhuidse spanning en betovering en die onderhuidse spanning en betovering hoor je ook in de stem van Ray LaMontagne. Het is muziek die bij oppervlakkige beluistering misschien nog snel vervliegt, maar nadat ik Part Of The Light met de koptelefoon had beluisterd was ik verkocht. 

Zeker in de meest psychedelische songs is de muziek van Ray LaMontagne heerlijk dromerig, maar ook als hij kiest voor een betrekkelijk eenvoudige folksong klinkt zijn muziek zweveriger dan ik van hem gewend ben. Het zorgt misschien niet voor de ruwe impact van een album als Trouble, maar hoe vaker ik naar Part Of The Light luister hoor dierbaarder de songs op de plaat me worden en hoe meer ik onder de indruk raak van de atmosferische klanken en de wonderschone vocalen. 

De twee wat stevigere tracks vind ik wat minder, al is het maar omdat ze het bezwerende karakter van de plaat verstoren, maar ik gun Ray LaMontagne zijn uitbarstingen. Zeker wanneer de zon onder is voorziet Part Of The Light de ruimte van prachtige klanken waarbij het heerlijk wegdromen is, maar waarvan je ook geen noot wilt missen, ook niet als de plaat je aan het eind een paar keer ruw met beide benen op de grond zet. Part Of The Light roept vooralsnog gemengde reacties op, maar ik behoor tot het kamp dat de nieuwe Ray LaMontagne schaart onder zijn beste platen. Erwin Zijleman



 

zondag 20 mei 2018

Stephen Malkmus & The Jicks - Sparkle Hard

Tussen 1992 en 1997 maakte Stephen Malkmus met zijn band Pavement vijf zeer memorabele platen. Het is misschien een bescheiden aantal, maar de invloed van de platen van de pioniers van de lo-fi is tot op de dag van vandaag groot. 

Stephen Malkmus maakt vanaf 2001 platen onder zijn eigen naam en het deze week verschenen Sparkle Hard is al weer de vijfde waarop ook de naam van zijn band The Jicks op de cover staat vermeld. 

Stephen Malkus & The Jicks evenaren hiermee de productie van Pavement en overtreffen die productie wanneer we de twee platen die Stephen Malkmus zonder The Jicks maakte (in ieder geval op de cover) er bij op tellen. 

Het debuut van Stephen Malkmus & The Jicks, het in 2003 verschenen Pig Lib, kon nog niet tippen aan het memorabele en invloedrijke oeuvre van Pavement, maar de afgelopen jaren verkeren Stephen Malkmus en zijn band in een uitstekende vorm. Ook Sparkle Hard is weer een geweldige plaat, die ik na een paar keer horen koester. 

Stephen Malkmus & The Jicks doen ook op hun vijfde plaat weer deels wat je van de band verwacht, maar er is ook altijd ruimte voor vernieuwing. Sparkle Hard bevat een aantal tracks die putten uit de rijke erfenis van Pavement, maar Stephen Malkmus en zijn band slaan ook meerdere nieuwe wegen in. 

Zo flirten de Amerikanen meerdere keren met invloeden uit de countryrock, waarbij de naam van Neil Young meerdere keren opduikt. Het geldt voor een aantal van de meer ingetogen songs op de plaat, maar het geldt opvallend genoeg ook voor een aantal songs waarin het gitaargeweld mag aanzwellen. 

Net als Pavement hebben Stephen Malkmus & The Jicks ook nog altijd het patent op rammelende maar ook volstrekt onweerstaanbare pop en rocksongs. Sparkle Hard slingert je, nog meer dan de vorige platen van de band, heen en weer tussen een aantal decennia popmuziek, maar bevat ook altijd het zo herkenbare stempel van Stephen Malkmus. 

Beluistering van Sparkle Hard is een bijzonder aangename ervaring, maar waar de songs van de Amerikanen het ene moment verleiden, kunnen ze het volgende moment ruw tegen de haren instrijken, waardoor de nieuwe plaat van Stephen Malkmus en zijn band niet alleen aangenaam maar ook intrigerend is. 

Ik grijp de afgelopen jaren nog vaak naar de platen van Pavement, maar concludeerde de afgelopen jaren ook al meerdere keren dat de platen van Stephen Malkmus akelig dicht in de buurt komen van de ruwe diamanten van Pavement. Het geldt zeker voor Sparkle Hard dat laat horen dat Stephen Malkmus nog steeds kan pieken als in zijn beste dagen. Bij achteloze beluistering is Sparkle Hard al een verzameling geweldige popsongs, maar duik wat dieper in deze plaat en alles komt echt tot bloei. Erwin Zijleman



 

zaterdag 19 mei 2018

Gretchen Peters - Dancing With The Beast

De Amerikaanse singer-songwriter Gretchen Peters maakt als sinds de jaren 90 muziek, maar maakte in eerste instantie vooral indruk als songwriter voor jongere talenten in de Nashville scene als Martina McBride en Trisha Yearwood. 

Haar eigen platen waardeer ik zeer sinds het in 2008, samen met Tom Russell gemaakte, One To The Heart, One To The Head, en vooral het in 2012 verschenen Hello Cruel World. 

In 2015 overtrof Gretchen Peters echter alle verwachtingen met het geweldige Blackbirds dat in het betreffende jaar mijn jaarlijstje haalde. 

Ruim drie jaar later is de singer-songwriter uit Nashville terug met Dancing With The Beast. Met haar nieuwe plaat moet Gretchen Peters natuurlijk opboksen tegen het geweldige Blackbirds, maar direct bij de eerste noten van de openingstrack van Dancing With The Beast had ze me al weer te pakken. 

Gretchen Peters heeft een voorliefde voor donker getinte songs en ook haar nieuwe plaat staat er weer vol mee. Op Dancing With The Beast staat de positie van vrouwen in de samenleving centraal en het is een positie waar Gretchen Peters niet vrolijk van wordt. 

Veel van de songs op de plaat zijn geïnspireerd door de #MeToo beweging en de vrouwonvriendelijke uitspraken van de president van haar vaderland, maar Gretchen Peter vertelt ook donkere verhalen over het troosteloze leven op het Amerikaanse platteland en voegt tenslotte nog wat frustraties over het leven ‘on the road’ toe. 

Alleen de teksten (na te lezen op de website van Gretchen Peters, http://www.gretchenpeters.com/music/dancing-with-the-beast/) maken van Dancing With The Beast al een interessante plaat, maar ook in muzikaal opzicht is het weer een prachtplaat. 

Gretchen Peters kon ook dit keer een beroep doen op een aantal geweldige muzikanten, onder wie meestergitarist Will Kimbrough, toetsenist Barry Walsh en multi-instrumentalist Doug Lancio, die de meeste songs op de plaat voorzien van een ingetogen, donker, maar ook stemmig en veelkleurig geluid. 

Het is een geluid waarin de stem van Gretchen Peters geweldig tot zijn recht komt. Alle ellende en weemoed in de teksten van de Amerikaanse singer-songwriter gaat leven door de emotievolle en doorleefde vocalen van Gretchen Peters, die net als op haar vorige platen indruk maakt en voor mij niet onder doet voor de groten in het genre. 

Voor een ieder die momenteel vooral geïnteresseerd is in zonnestralen, komt Dancing With The Beast mogelijk wat donker en zwaar over, maar muziekliefhebbers die niet vies zijn van een beetje melancholie zullen ook de nieuwe plaat van Gretchen Peters zeer kunnen waarderen. 

Ik reserveerde zoals gezegd een plek in mijn jaarlijst voor de vorige plaat van de singer-songwriter uit Nashville en het zal me niet verbazen als Dancing With The Beast uiteindelijk net zoveel krediet krijgt. Ook met haar nieuwe plaat behoort Gretchen Peters immers tot de absolute top. Erwin Zijleman

Ook de nieuwe plaat van Gretchen Peters is weer verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://gretchenpeters.bandcamp.com/releases.



 

vrijdag 18 mei 2018

Samara Lubelski - Flickers At The Station

Ik heb twee cd’s van Samara Lubelski in de kast staan, maar die stammen uit een tijd dat deze BLOG nog niet bestond. 

Spectacular Of Passages uit 2005 en Parallel Suns uit 2007 vond ik al weer meer dan tien jaar geleden fascinerende platen, maar sindsdien heb ik helaas niets meer gehoord van de muzikante uit New York. 

Samara Lubelski bracht in de afgelopen nog wel wat platen uit op kleine labels, was hiernaast zeer actief in de wat meer arty kringen in New York en was te horen op de platen van onder andere Thurston Moore. Haar nieuwe plaat, Flickers At The Station, dook eind vorige week op in de lijst met nieuwe releases en het blijkt wederom een spannende plaat. 

Samara Lubelski is een graag geziene gast in de alternatieve New Yorkse muziekscene en houdt zich bij voorkeur niet aan conventies. Op Flickers At The Station draaien bijzondere gitaarlijnen zich om ouderwets klinkende synths heen en benevelt Samara Lubelski met bijzondere vocalen, die vanwege de Duitse tongval wel wat aan die van Nico doen denken, al is de stem van de muzikante uit New York wel flink wat octaven hoger. 

Samara Lubelski maakt op Flickers At The Station muziek die zich niet zomaar in een hokje laat duwen en die hier en daar wat tegen de haren in kan strijken, maar een ontoegankelijke plaat is het zeker niet. De songs van Samara Lubelski doen in de meeste gevallen wat psychedelisch aan en klinken ondanks de bijzondere akkoorden en complexe gitaarlijnen loom en dromerig. 

Met name deze gitaarlijnen geven de muziek van de muzikante uit New York iets ongrijpbaars of zelfs vervreemdends, maar aan de andere kant kleuren ze ook prachtig bij het bijzonder klinkende elektronische klankentapijt, bij de smaakvol spelende ritmesectie en bij de fluisterzang van Samara Lubelski. Zeker als je eenmaal gewend bent aan Flickers At The Station merk je dat de verschillende elementen die in eerste instantie tegen elkaar in lijken te draaien, elkaar juist versterken, wat de muziek van Samara Lubelski steeds meer zeggingskracht geeft. 

Het valt niet mee om de muziek op Flickers At The Station te vergelijken met die van anderen. Ook deze plaat van Samara Lubelski is absoluut beïnvloed door de platen van The Velvet Underground, maar ik hoor ook iets van een oude folkie als Vashti Bunyan, hier en daar iets van Lush, terwijl zo nu en dan ook flarden Beach House opduiken, in alle gevallen overigens zonder een al te grote gelijkenis met het genoemde vergelijkingsmateriaal. 

Het levert een plaat die avontuur en experiment koppelt aan schoonheid en vermaak. Ook deze plaat van Samara Lubelski krijgt helaas nauwelijks aandacht, maar het is wederom een plaat die het verdient om gehoord te worden. Erwin Zijleman

De muziek van Samara Lubelski is verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://samaralubelski.bandcamp.com/album/flickers-at-the-station.



 

donderdag 17 mei 2018

Boys - Rest In Peace

De Zweedse muzikante Nora Karlsson maakte als Boys al twee EP’s met op haar slaapkamer opgenomen popliedjes. 

Het waren popliedjes die lieten horen dat de muzikante uit Stockholm de kunst van het schrijven van een goed popliedje uitstekend beheerst. De songs van Boys klonken ook nog eens eigenzinnig, waardoor ik absoluut nieuwsgierig was naar haar vorige week verschenen debuutalbum. 

Voor haar volwaardige debuut verruilde Nora Karlsson haar slaapkamer voor een echte studio en formeerde ze bovendien een band, deels gerekruteerd uit de Zweedse band HOLY, waar Nora Karlsson ook deel van uit maakt. 

Het wekt daarom geen verbazing dat Rest In Peace wat voller klinkt dan de EP’s van Boys, maar gelukkig is Nora Karlsson er in geslaagd om het intieme, dromerige en charmante geluid van haar EP’s te behouden. 

Rest In Peace duurt maar iets langer dan een half uur, maar laat in dat half uur een geluid met meerdere gezichten horen. In de openingstrack pakt de elektronica flink uit en lijkt Boys te kiezen voor de synthpop. Het is zeker geen alledaagse synthpop, want naast atmosferische synths en dwingende ritmes, voegt Boys ook iets rauws en tegendraads toe aan de elektronische klanken en zijn er natuurlijk ook de heerlijk lome en dromerige vocalen van Nora Karlsson. 

De Zweedse muzikante en haar bandleden blijven niet lang steken in de synthpop, maar gooien het roer al snel om richting honingzoete 60s girlpop, die Phil Spector zonder enige twijfel in extase zou hebben gebracht. De muziek van Boys kan nog veel meer kanten op, want Rest In Peace flirt ook met dreampop en shoegaze, is niet vies van een flinke dosis psychedelica en kan ook nog eens uit de voeten met de veelkleurige indiepop waar een band als Belle & Sebastian al zo lang het patent op heeft. 

Dit alles wordt samengesmeed in een geluid waarin de bijzonder aangename fluisterzang van Nora Karlsson als smeerolie fungeert. Rest In Peace van Boys verleidt bijzondere makkelijk, maar wat zit het ook allemaal goed in elkaar en wat kleurt de band uit Stockholm lekker buiten de lijntjes. 

Zweden heeft een naam hoog te houden wanneer het gaat om nagenoeg perfecte popliedjes en het schrijven van deze popliedjes zit ook bij Nora Karlsson in de genen. Op haar debuut laat ze echter ook horen dat perfecte pop prima samen gaat met ruwe randjes, plekjes roest en andere oneffenheden. 

Op de eerder verschenen EP’s vond ik de muziek van Boys nog net wat te weinig onderscheidend, maar Rest In Peace is wat mij betreft een voltreffer en het is er een die bij iedere volgende beluistering nog net wat harder en tegelijkertijd lekkerder aan komt. Erwin Zijleman

Rest in Peace van Boys is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Nora Karlsson en haar band: https://boysnora.bandcamp.com/album/rest-in-peace-lp.

 

woensdag 16 mei 2018

Jess Williamson - Cosmic Wink

Jess Williamson leverde de afgelopen jaren al twee platen af, waarvan ik er één zeker in handen heb gehad. Of ik de betreffende plaat ook daadwerkelijk heb beluisterd vraag ik me echter af en als het zo is heeft de singer-songwriter uit Los Angeles destijds geen onuitwisbare indruk gemaakt. 

Bij beluistering van haar derde plaat was ik wel direct geboeid en langzaam maar zeker werd duidelijk dat Cosmic Wink van Jess Williamson deze week een plekje tussen de krenten uit de pop verdient. 

De Amerikaanse singer-songwriter doet dit met muziek die een brug slaat tussen onder andere Amerikaanse rootsmuziek, psychedelische rockmuziek uit de jaren 60, Westcoast pop uit de jaren 70 en de muziek die in de tweede helft van de jaren 70 in New York werd gemaakt. 

Cosmic Wink bevat ontegenzeggelijk invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar klinkt ook heerlijk psychedelisch en heeft bovendien een sfeer die is verbonden met de Amerikaanse Westcoast. Vooral door de zang roept de nieuwe plaat van Jess Williamson bij mij echter ook volop associaties op met de muziek van Patti Smith. 

De krachtige en meer bezwerende vocalen op Cosmic Wink roepen herinneringen op aan de begindagen van de New Yorkse punkdichteres en combineren prachtig met de afwisselend zonnige en zweverige klanken. Door het vleugje roots in het geluid van de singer-songwriter uit Los Angeles zal ook de liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek zich niet onmiddellijk afwenden. 

Cosmic Wink is een plaat die zich heerlijk zweverig voortbeweegt, maar hoe beter je naar de plaat luistert, hoe indringender de muziek van Jess Williamson wordt. Jess Williamson verruilde vlak voor het opnemen van haar derde plaat haar thuisbasis in Texas voor Los Angeles en de magie en muzikale geschiedenis van California heeft flink wat invloed gehad op haar geluid. 

Cosmic Wink neemt je hier en daar mee terug naar de tijd dat in The Golden State de wieg van de Amerikaanse psychedelica stond, maar naarmate ik de plaat vaker hoor, hoor ik ook steeds meer invloeden uit de singer-songwriter muziek zoals die in de jaren 60 en 70 in de canyons rond Los Angeles werd gemaakt of uit de perfecte popmuziek die Fleetwood Mac in de tweede helft van de jaren 70 vanuit Los Angeles maakte. 

Hiermee ben ik nog steeds niet klaar met het noemen van namen, want Cosmic Wink heeft ook iets van Mazzy Star in haar meest lome momenten. Het zijn grote namen waartegen Jess Williamson moet opboksen, maar vanwege de verrassende mix van invloeden en een toch ook duidelijk eigen geluid slaagt ze hier wat mij betreft glansrijk in. 

Cosmic Wink begon afgelopen vrijdag vrijwel onderop de stapel met nieuwe releases, maar blijkt absoluut één van de smaakmakers deze week. Erwin Zijleman

Cosmic Wink van Jess Williamson is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://jesswilliamson.bandcamp.com/album/cosmic-wink.



 

dinsdag 15 mei 2018

Pitou - I Fall Asleep So Fast

Er komt iedere week zoveel nieuwe muziek uit dat ik onmogelijk alles dat ik krijg of tegen kom kan beluisteren. Om het aanbod wat te beperken laat ik in deze drukke weken EP’s links liggen en concentreer ik me op volledige albums, maar de nieuwe EP van Pitou kon ik echt niet laten liggen. 

Pitou (Nicolaes) is een in Amsterdam geboren en getogen singer-songwriter, die twee jaar geleden debuteerde met een titelloze EP. Op haar debuut EP verraste Pitou met uiterst ingetogen folksongs. 

De sobere en intieme folksongs van Pitou hadden genoeg aan een paar gitaarakkoorden en moesten het verder doen met de geweldige stem van de Amsterdamse singer-songwriter. Pitou maakte op haar debuut geen geheim van haar liefde voor authentiek aandoende folk, maar liet ook horen van klassieke muziek te houden en bleek bovendien klassiek geschoold. De conservatorium studente gebruikte op haar debuut bescheiden middelen, maar maakte diepe indruk, al was het maar omdat haar stem er een van een bijzondere kwaliteit en schoonheid is. 

Twee jaar na de bijzonder fraaie EP is Pitou terug met 7 nieuwe songs. Ook op I Fall Asleep So Fast maakt Pitou indruk met intieme en wonderschone folksongs. Vergeleken met haar debuut kiest de Amsterdamse singer-songwriter op haar tweede EP voor en net wat voller geluid, maar ook I Fall Asleep So Fast klinkt over het algemeen genomen uiterst subtiel en ingetogen. 

Ook op haar tweede EP vertrouwt Pitou voor een belangrijk deel op haar prachtige stem. Het is een stem die de afgelopen twee jaar aan kracht, expressie, schoonheid en emotie heeft gewonnen en die zich makkelijk staande houdt in het net wat vollere geluid. Het is een geluid waarin net wat meer instrumenten zijn te horen, maar waarop vooral de achtergrondvocalisten een belangrijkere plaats hebben ingenomen, wat de bijzondere stem van Pitou alleen maar van meer kleur voorziet. 

Ook in muzikaal opzicht is Pitou op I Fall Asleep So Fast verder dan twee jaar geleden op haar debuut. Waar op dit debuut de pastorale folk nog centraal stond, heeft Pitou op de nieuwe plaat gekozen voor een wat moderner klinkend geluid. Het is een geluid dat onmiddellijk imponeert en dat bij herhaalde beluistering alleen maar mooier en aansprekender wordt. 

Ook op I Fall Asleep So Fast is de prachtige stem van Pitou haar sterkste wapen, maar ook de instrumentatie, de achtergrondzang en de songs zijn van een niveau dat zeker niet gewoon is. Pitou heeft inmiddels ruim 40 minuten muziek op haar naam staan en het is muziek die alle aandacht verdient. EP’s zijn meestal geschikt om een singer-songwriter als belofte op de kaart te zetten, maar als ik naar I Fall Asleep So Fast luister, kan ik alleen maar concluderen dat Pitou de belofte al lang voorbij is. Wat een talent, wat een mooie en bijzondere plaat. Erwin Zijleman

De muziek van Pitou is ook verkrijgbaar via haar label, Mink Records: http://www.mink-records.com/index.php/shop/.



 

Brent Cobb - Providence Canyon

Ruim anderhalf jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Brent Cobb, die ik in eerste instantie verwarde met Nashville’s topproducer van het moment, Dave Cobb. 

Dave Cobb is de neef van Brent en was uiteraard bereid om het officiële debuut van zijn familielid te voorzien van de productie die de afgelopen jaren zoveel platen uit Nashville en omstreken de hoogte in heeft getild. 

Het zorgde ervoor dat Brent Cobb met Shine On Rainy Day aansluiting vond bij hedendaagse countryhelden als Chris Stapleton, Jason Isbell en Sturgill Simpson, waardoor ik met veel belangstelling uit keek naar de nieuwe plaat van de muzikant uit Ellaville, Georgia. 

Ook voor zijn nieuwe plaat Providence Canyon kon Brent Cobb een beroep doen op zijn beroemde neef, waardoor ook zijn nieuwe plaat weer fantastisch klinkt. Bij beluistering van Shine On Rainy Day vroeg ik me overigens vaak af wat er nu precies zo bijzonder was aan de muziek van Brent Cobb en dat is een vraag die ook weer opduikt nu Providence Canyon met enige regelmaat uit de speakers komt. 

Voor vernieuwing ben je bij Brent Cobb immers niet echt aan het juiste adres. De singer-songwriter uit Georgia maakt muziek die ook een aantal decennia geleden al werd gemaakt en die in hokjes als outlaw country en countryrock is te duwen. Het tijdloze karakter van de muziek geeft ook Providence Canyon weer een bepaalde charme, maar het is de kwaliteit van de songs die van de nieuwe plaat van Brent Cobb zo’n goede plaat maakt. 

Vergeleken met zijn voorganger is Providence Canyon een wat minder ingetogen plaat. Brent Cobb vermaakt ook op zijn nieuwe plaat met warmbloedige en lome countrysongs, maar grijpt ook met enige regelmaat naar stevigere gitaren, die Brent Cobb’s Georgia tijdelijk verlaten voor Alabama; de staat die voor eeuwig verbonden is met de Southern Rock (van bijvoorbeeld Lynyrd Skynyrd). Hier blijft het niet bij want de songs van Brent Cobb zijn dit keer ook voorzien van een soul- en bluesinjectie, die het Zuidelijke karakter van zijn muziek nog wat verder versterkt. 

In muzikaal en productioneel opzicht klinkt het allemaal geweldig, maar de Amerikaan is ook nog eens voorzien van een bijzonder aangename stem, die net zo tijdloos klinkt als zijn muziek. Providence Canyon is een plaat die heerlijk kan voortkabbelen op de achtergrond, maar het is ook een plaat die je van je sokken kan blazen of je stevig kan raken. 

Het levert uiteindelijk een plaat op die niet onder doet voor de platen van de eerder genoemde smaakmakers als Chris Stapleton, Jason Isbell en Sturgill Simpson, die Brent Cobb qua naam en faam nog achter zich moet laten. Dat kan alleen maar een kwestie van tijd zijn. Providence Canyon neemt je op aangename wijze mee terug naar de platenkast uit het verlededen, maar sluit ook aan bij het beste van het moment. Een prestatie van formaat als je het mij vraagt. Erwin Zijleman



 

maandag 14 mei 2018

Ry Cooder - The Prodigal Son

Ry Cooder maakte zijn echte klassiekers misschien in de eerste helft van de jaren 70, maar in ieder decennium dat volgde leverde de muzikant uit Los Angeles ook minstens één prachtplaat af (waarvan een aantal de klassieker status inmiddels ook heeft bereikt). 

Verder stond de Californische muzikant natuurlijk aan de wieg van de Buena Vista Social Club, die de Afrikaans-Cubaanse muziek aan het eind van de jaren 90 naar de rest van de wereld bracht. 

In het nieuwe millennium leverde Ry Cooder al een handvol uitstekende platen af en zes jaar na het wat mij betreft net wat mindere Delta Time is hij terug met The Prodigal Son. 

Ry Cooder produceerde zijn nieuwe plaat samen met zijn zoon Joachim en koos dit keer voor een bescheiden bezetting in de studio. Ry Cooder tekent op The Prodigal Son voor vrijwel alle snareninstrumenten en de keyboards en nam uiteraard de vocalen voor zijn rekening. Zoon Joachim nam plaats achter de drumkit, zodat verder alleen een bassist, een violist en wat achtergrondzangers nodig waren. 

Het levert een mooi open geluid op, waarin iedere snaar die Ry Cooder aanraakt is te horen. Dat is een genot, want de Amerikaan behoort nog altijd tot de betere gitaristen en heeft bovendien een uniek en uit duizenden herkenbaar geluid. 

Wat voor het gitaarwerk van Ry Cooder geldt, geldt ook voor de rest van het geluid op de plaat. Ook op zijn nieuwe plaat vermengt Ry Cooder op de van hem bekende wijze invloeden uit de folk, country en vooral blues en gospel, waardoor de plaat aanvoelt als het spreekwoordelijke warme bad. 

Ry Cooder maakt zich er echter zeker niet makkelijk af en klinkt op The Prodigal Son geïnspireerd en gepassioneerd. De inspiratie en passie zijn goed te horen in de weer net wat doorleefder klinkende vocalen van de inmiddels 71 jaar oude muzikant, maar komen nog duidelijker uit de speakers wanneer Ry Cooder grijpt naar zijn gitaren of naar de banjo of mandoline. 

Het snarenwerk van de meestergitarist is nog altijd om je vingers bij af te likken en kan heerlijk los gaan of juist uitermate subtiel klinken. Ry Cooder maakte in 1989 een onuitwisbare indruk door het desolate landschap en de beklemmende leegte van Paris, Texas, te vangen met een enkele aanraking van de snaren op zijn gitaar (op de soundtrack van de gelijknamige film) en het is een kunst die hij nog steeds tot in de perfectie beheerst. 

The Prodigal Son bevat een aantal traditionals, een aantal covers en een aantal eigen songs en alles klinkt even mooi, gloedvol en ruimtelijk. Alleen vanwege het gitaarwerk is The Prodigal Son al een aanrader, maar ook in vocaal opzicht is het weer een prima plaat, terwijl de songs zonder uitzondering van hoog niveau zijn. 

Laat The Prodigal Son uit de speakers komen en de temperatuur stijgt met een aantal graden, terwijl de tuin of het terras langzaam maar zeker transformeert in de moerrassen uit het diepe Zuiden van de Verenigde Staten. In de verte staat een wat vervallen kerkje van waaruit prachtig gitaarwerk klinkt. Ry Cooder is terug. Ga dat horen. Erwin Zijleman